Wetswijziging schenkbelasting en erfbelasting bij ongelijke breukdelen huwelijksgoederengemeenschap per 2026
- Publicatiedatum 25 apr 2025
- Aanpassingsdatum 11 dec 2025
- Leestijd 5 min
Eerder dit jaar bracht de wetgever een wetswijziging aan met betrekking tot de ongelijke breukdelen bij een huwelijksgoederengemeenschap in internetconsultatie. Op dat moment is al aangekondigd dat de uiteindelijke maatregel in het Belastingplan 2026 terecht zou komen. Dat is ook gebeurd. In dit artikel behandel ik de maatregel inzake ongelijke breukdelen bij een huwelijksgoederengemeenschap die met ingang van 1 januari 2026 ingaat. Dit artikel is geĂĽpdatet naar aanleiding van het Belastingplan 2026. Voorheen ging dit artikel over de maatregel die via de internetconsultatie was voorgelegd.
Wat zijn ongelijke breukdelen bij een huwelijksgoederengemeenschap?
Als gevolg van een huwelijk (of geregistreerd partnerschap) geldt van rechtswege een gemeenschap van goederen. Bij het einde van het huwelijk (door scheiden of overlijden) geldt als hoofdregel dat elk van de gerechtigden een gelijke aanspraak heeft tot het vermogen van de gemeenschap (50:50). In huwelijkse voorwaarden kunnen partijen andere afspraken maken over deze verdeling. Zo kunnen partijen afspreken dat de verdeling niet 50:50 is, maar 80:20. De Hoge Raad oordeelde in 2024 dat een dergelijke verdeling niet tot de heffing van schenkbelasting leidt en slechts in uitzonderingsgevallen tot heffing van erfbelasting. Hierdoor is het mogelijk om via breukdelen een onbelaste vermogensoverheveling plaats te laten vinden. Dit kan bijvoorbeeld door in het zicht van het overlijden van een van de partners de gerechtigdheid tot de huwelijksgoederengemeenschap te wijzigen. Daarover ging ook het arrest van de Hoge Raad uit 2024. Hierna volgt een voorbeeld.
Voorbeeld huidige werking ongelijke breukdelen (ontleend aan de wetsgeschiedenis)
Henk en Ingrid zijn in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. De gemeenschap bedraagt € 10.000.000. Als uitgangspunt geldt een gerechtigdheid van 50:50. De verwachting is dat Henk eerder overlijdt dan Ingrid. Daarom stellen zij huwelijkse voorwaarden op waarin staat dat de gerechtigdheid van Henk bij het einde van het huwelijk slechts 5% is. Als Henk dan overlijdt, bedraagt de nalatenschap 5% van € 10.000.000. Dat is € 500.000. De besparing op de erfbelasting die Ingrid realiseert bedraagt dan ongeveer € 900.000. De eerdere wijziging in de gerechtigdheid kwalificeert niet als een schenking.
Gelijke werking voor een finaal of periodiek verrekenbeding
Partijen hebben ook de mogelijkheid om in de huwelijkse voorwaarden een finaal of periodiek verrekenbeding op te nemen. Een finaal verrekenbeding leidt er bijvoorbeeld toe dat bij beëindiging van het huwelijk (of het partnerschap) verrekening plaatsvindt alsof er een algehele gemeenschap van goederen bestond. Een periodiek verrekenbeding ziet op het tussentijdse verrekenen van inkomen of vermogen. Ook hier geldt als uitgangspunt dat het vermogen of inkomen in principe bij helfte wordt verdeeld.
Maatregel tegengaan constructies met ongelijke breukdelen per 2026
Vanaf 2026 is het zo dat hetgeen een echtgenoot bij ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap meer toekomt dan de helft van die gemeenschap is belast met erf- of schenkbelasting. Daarbij is het niet van belang welke redenen partijen hebben gehad om ongelijke breukdelen af te spreken. Het eerder behandelde voorbeeld behandel ik nu nogmaals, maar dan op basis van de nieuwe maatregel.
Voorbeeld toekomstige werking ongelijke breukdelen (ontleend aan de wetsgeschiedenis)
Henk en Ingrid zijn in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. De gemeenschap bedraagt € 10.000.000. Als uitgangspunt geldt een gerechtigdheid van 50:50. De verwachting is dat Henk eerder overlijdt dan Ingrid. Daarom stellen zij huwelijkse voorwaarden op waarin staat dat de gerechtigdheid van Henk bij het einde van het huwelijk slechts 5% is. Als Henk dan overlijdt, verkrijgt Ingrid krachtens erfrecht 5% van € 10.000.000. Dat is € 500.000. Fiscaal werkt echter de nieuwe maatregel. Die bepaalt dat alles wat Ingrid meer krijgt dan de helft van de gemeenschap kwalificeert als een met erfbelasting belaste verkrijging. Hierdoor komt 95% - 50% = 45% van € 10.000.000 (= € 4.500.000) alsnog in de heffing terecht. Effectief is daardoor over een verkrijging van € 5.000.000 geheven.
Overgangsrecht bij maatregel ongelijke breukdelen per 2026
Het kabinet acht het onwenselijk dat echtgenoten die eerder om niet-fiscale redenen ongelijke breukdelen hebben afgesproken door deze wijziging worden geraakt. Er komt daarom overgangsrecht. Dat overgangsrecht houdt in dat de maatregel niet van toepassing is op huwelijkse voorwaarden waarin een ongelijke breukdelengemeenschap of een verrekenbeding met ongelijke breukdelen is overeengekomen voor 16 september 2025, 16.00. Deze tijdsaanduiding is opmerkelijk, omdat bij de internetconsultatie is aangegeven dat het overgangsrecht zou terugwerken tot 18 april 2025. Het overgangsrecht vervalt op het moment dat de echtgenoten of partners een wijziging aanbrengen in de huwelijkse voorwaarden die ziet op het aandeel in de gemeenschap of het te verrekenen vermogen. Ook dat is een afwijking ten opzichte van het geconsulteerde voorstel. Tot slot geldt dat een verrekenbeding dat is overeengekomen tussen echtgenoten of door ongehuwde partners in een notarieel samenlevingscontract moet vastliggen.
Geen onderscheid en geen tegenbewijsregeling ongelijke breukdelengemeenschap
Het kabinet is er op gewezen dat de regeling ruim uitwerkt. Ook situaties waarin geen fiscaal motief speelt, bijvoorbeeld als huwelijksvoorwaarden aansluiten bij een bestaande ongelijkheid in het vermogen, vallen onder de regeling. Dit is volgens het kabinet echter in lijn met het doel van de voorgestelde regeling. Het is de enkele aanwezigheid van een gemeenschap met ongelijke breukdelen die vanaf 2026 deze maatregel triggert. De motieven hiervoor zijn niet van belang. Mede op die grond is er ook geen aanleiding om een tegenbewijsregeling in te voeren.
Advies inzake ongelijke breukdelen in een (huwelijks)goederengemeenschap
Deze maatregel van de wetgever komt niet onverwacht. Het arrest van 2024 vormt de aanleiding voor een begin 2025 aangekondigde maatregel die per 1 januari 2026 ingaat. Veel belastingplichtigen hebben zich dan ook al voorbereid op deze maatregel. Twijfelt u over de gevolgen voor uw situatie? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op.
Bronnen:
- Kamerstukken II 2025/26, 36812, nr. 16 (Nota naar aanleiding van het verslag bij Belastingplan 2026).
- Kamerstukken II 2025/26, 36812, nr. 3 (Memorie van Toelichting bij Belastingplan 2026 met maatregel aanpak constructie ongelijke breukdelengemeenschap).
- Internetconsultatie ‘Aanpak constructie ongelijke breukdelengemeenschap’.
Meer over dit thema:
Fiscale vraag?
Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.
"*" geeft vereiste velden aan