Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten

Per 1 januari 2023 gaat waarschijnlijk de Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten in. Aandelenopties geven de werknemer het recht om op een toekomstig moment, tegen een vooraf vastgestelde prijs, aandelen te kopen. Met dit voorstel wijzigt de wijze waarop aandelenopties in de loonheffingen worden betrokken. In juni 2022 is het voorstel door de Tweede Kamer aangenomen en in het najaar van 2022 zal de Eerste Kamer zich erover buigen. In dit artikel behandel ik de wijzigingen die het wetsvoorstel met zich brengt. De komende periode publiceren wij nog diverse, aanvullende artikelen over dit wetsvoorstel.

Waarom een wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten?

Uit de kamerstukken komt naar voren dat de wetgever in eerste instantie tegemoet wil komen aan een wens van start-ups en scale-ups. Deze partijen maken vaak gebruik van aandelenopties om hun personeel te belonen/aan te trekken. Zij geven echter ook een belangrijk knelpunt aan. Op het moment van het uitoefenen van de aandelenopties, komen werknemers in de problemen. Onder het huidige recht is het namelijk zo dat zodra de werknemer de opties omzet in aandelen, belastingheffing aan de orde komt. Echter, op dat moment zijn er meestal onvoldoende liquide middelen om die belasting te voldoen. Het beloningsinstrument van de aandelenoptie verliest daarmee aan kracht. De wetgever formuleert het doel van deze wet als volgt:

Het doel van het onderhavige wetsvoorstel is het wegnemen van liquiditeitsproblemen die zich voor kunnen doen in het geval van heffing van belasting op het moment van uitoefenen van het aandelenoptierecht.”

Wat verandert de wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten?

Dit wetsvoorstel verandert het moment van belastingheffing. Zoals aangegeven is het momenteel zo dat heffing plaatsvindt zodra de werknemer de opties omzet in aandelen. Met de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel, vindt belastingheffing plaats naar het moment waarop de aandelen verhandelbaar zijn. Op dat moment heeft de werknemer immers de mogelijkheid om (een deel van) de aandelen om te zetten in geld, zodat hij de verschuldigde belasting kan voldoen. Ondanks dat de reden voor de wetswijziging in de hoek van de start-ups en scale-ups is gelegen, gaat de wet voor alle inhoudingsplichtigen gelden. Ik benadruk dat dit voorstel alleen geldt voor aandelenopties en niet voor andere, aan aandelen gerelateerde beloningen.

Keuzeregeling bij aandelenopties voor werknemers

De wetgever is zich ervan bewust dat de geschetste problemen niet bij iedere werknemer spelen. Er zijn genoeg werknemers die bij omzetting van opties in aandelen, voldoende geld hebben om de belasting te voldoen. Onder voorwaarden mogen deze werknemers, ondanks dat de aandelen niet verhandelbaar zijn, ervoor kiezen om de belastingheffing bij de omzetting plaats te laten vinden. Hier doet zich qua waardebepaling iets interessants voor. De werknemer die ervoor kiest om belastingheffing plaats te laten vinden op het moment van omzetten, ziet de belasting berekend worden over de waarde op dat moment. Echter, belastingheffing op het moment van verhandelbaar worden, leidt ertoe dat de belastingberekening plaatsvindt over de waarde op het moment van verhandelbaar worden. Het waardeverschil – en daarmee de belastingdruk – kan aanzienlijk zijn. Overleg dus tijdig met uw fiscaal-jurist over de juiste handelswijze. De inhoudingsplichtige moet de keuze van de werknemer in de administratie vastleggen.

Wanneer zijn aandelen verhandelbaar?

Aandelen zijn verhandelbaar op het eerste moment waarop de werknemer de mogelijkheid heeft deze te verkopen. Het maakt daarbij niet uit hoe groot de groep van mogelijke kopers is. Emigratie, overlijden en verkoop van de onderneming kunnen aanleiding geven om verhandelbaarheid aan te nemen. Deze gebeurtenissen zullen echter niet bij fictie als verhandelbare momenten worden benoemd. Het blijft dus altijd toetsen aan de feiten en omstandigheden.

Uitzondering op het verhandelbaar zijn van aandelen

Een uitzondering geldt bij contractuele en wettelijke beperkingen. Het is vrij eenvoudig om in een contract een verbod op te nemen dat de aandelen voor bijvoorbeeld twintig jaar niet-verhandelbaar maakt. In dat geval zou, zonder nadere regelgeving, in ieder geval twintig jaar lang sprake zijn van niet-verhandelbare aandelen. De wetgever snijdt deze constructie nu al de pas af. Het heffingsmoment bij contractuele beperkingen is beperkt tot uiterlijk vijf jaar na een eventuele beursgang. Voorts is het zo dat, als reeds sprake is van een beursgenoteerde onderneming, de beperking maximaal vijf jaar na uitoefening werking kent. Daarna worden de aandelen geacht verhandelbaar te zijn en vindt belastingheffing plaats. Anders is bij wettelijke beperkingen. Wettelijke beperkingen worden gerespecteerd.

Dividend en aandelen voor werknemers

De situatie gaat zich voordoen waarin de werknemer dividend ontvangt op aandelen waarover hij nog geen belasting heeft betaald. Dat zal zich voordoen als opties zijn omgezet in aandelen, maar de aandelen nog niet verhandelbaar zijn. Indien de werkgever dividend uitkeert in deze periode, dan dient het dividend tot het loon gerekend te worden. Dat leidt tot aanvullende heffing van loonbelasting. Werkgever en werknemer dienen zich hier goed van bewust te zijn. De wetgever verkoopt deze regel als een soort antimisbruikbepaling. Door de voordelen tot het loon te rekenen in deze periode, is het niet mogelijk om de waarde van bijna verhandelbare aandelen nog snel even te drukken door dividend uit te keren.

Nadere regels voor het verhandelbare moment

Er is ruimte gecreëerd om aanvullende regels op te nemen in een regeling. Die regels zien op niet-beursgenoteerde ondernemingen. Bij deze ondernemingen zijn de mogelijkheden om aandelen te verhandelen vaak anders dan bij beursgenoteerde ondernemingen. Te denken valt aan situaties waarin het verhandelbaar zijn afhankelijke is van onzekere factoren waar de werknemer niet of nauwelijks invloed op heeft. In een afzonderlijk artikel zullen wij ingaan op deze nadere regels.

Advies werknemersparticipaties en belastingheffing

Uw werknemers belonen met aandelenopties kan, zeker bij de zogenaamde ‘sleutelwerknemers’, een verstandige manier zijn om personeel lang aan uw onderneming te binden. Met de aanstaande wetswijziging vindt de belastingheffing over aandelenopties zoveel als mogelijk plaats op het moment waarop inkomen uit de aandelenopties wordt gegenereerd. Daarmee is dit middel vanaf 2023 nog aantrekkelijker. Wenst u advisering bij het implementeren van werknemersparticipaties in uw onderneming of hebt u hierover een geschil met de Belastingdienst? Neem dan gerust eens contact met ons op.

 

Bronnen:

Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten (Memorie van Toelichting)

Lees ook onze artikelen over:

Beperking 30%-regeling tot Balkenendenorm per 2024

Afschaffing uitzondering gebruikelijk loon innovatieve startups 2023

Verhoging onbelaste reiskostenvergoeding per 2023

Afschaffen doelmatigheidsmarge gebruikelijkloonregeling per 2023