Inschrijvingseis IACK ruimer dan Belastingdienst meent

Bij een echtscheiding moeten de voormalig partners afspraken met elkaar maken. Een deel van die afspraken ziet op de wijze waarop de zorg voor de kinderen zal verlopen. Het komt regelmatig voor dat ouders zoeken naar een manier om de kinderen in een (nagenoeg) 50-50 verhouding bij zich te hebben. Dat staat bekend als co-ouderschap. Dit co-ouderschap kan problemen opleveren met de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). De afgelopen jaren is hierover veel geprocedeerd. Het gaat dan met name om de inschrijvingseis. In dit artikel meer informatie aan de hand van een recente uitspraak van de Hoge Raad.

De inschrijvingseis voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

Een van de voorwaarden om de IACK te mogen toepassen, is de zogenaamde inschrijvingseis. In de wet staat dat het kind gedurende ten minste zes maanden in het kalenderjaar, op hetzelfde woonadres als de ouder moet staan ingeschreven. Dat leidt bij co-ouderschap tot problemen. Immers: het kind kan maar op één adres staan ingeschreven. Daarom heeft de wetgever de bepaling iets verruimd. Aan de inschrijvingseis is ook voldaan in de periode dat een kind tot het huishouden van beide ouders behoort. Om tot beide huishoudens gerekend te worden, moet het kind doorgaans ten minste drie dagen per week in ieder huishouden verblijven. Dit doorgaansvereiste zorgt de afgelopen jaren voor veel discussie met de Belastingdienst.

Problemen met het doorgaansvereiste bij de inschrijvingseis

De Belastingdienst legt de inschrijvingseis bijzonder streng uit. Daarover liet de Hoge Raad zich in 2020 al eens uit. Hij gaf aan dat de IACK toepasbaar is als de zorg gelijkelijk is verdeeld. Dat kan ook het geval zijn bij een ander (duurzaam) ritme dan het ritme van ten minste drie gehele dagen per week. Toch is daarmee niet alle discussie weggenomen. Zo moest de Hoge Raad in een recente zaak zich uitspreken over een situatie waarin het kind aantoonbaar 162 dagen in het kalenderjaar bij de ouder is verbleven. Dat is meer dan drie dagen per week, maar de Belastingdienst acht het ritme onvoldoende duurzaam. Kortom: aan het doorgaansvereiste is niet voldaan.

Hoe legt de Belastingdienst de inschrijvingseis voor de IACK uit?

De Belastingdienst legt de verruiming van de inschrijvingseis als volgt uit. Het recht om beide ouders de IACK te laten gebruiken, kan alleen van toepassing zijn als het gehele jaar is voldaan aan het doorgaansvereiste. Oftewel: er moet sprake zijn van een aaneengesloten periode. De belastingplichtige is het daarmee oneens. Hij vindt deze uitleg veel te streng en leidt uit de wet niet af dat het kind gedurende het gehele jaar doorgaans drie dagen in de week bij hem moet verblijven.

Hoge Raad over het doorgaansvereiste voor de IACK

Zowel de rechtbank als het gerechtshof geven aan dat de belastingplichtige het gelijk aan de zijde heeft. Daarna komt de zaak voor de Hoge Raad. Die geeft eerst nog eens aan waarom de inschrijvingseis is verruimd. Het gaat erom dat bij co-ouderschap de IACK door beide ouders kan worden toegepast. Dat wil de wetgever echter alleen toestaan, als de zorg voor de kinderen gelijkelijk is verdeeld. Daarbij is als maatstaf aangehouden dat de kinderen ten minste zes maanden bij de ouder verblijven. Daaraan is in deze zaak voldaan. De veel strengere uitleg van de Belastingdienst is onjuist.

Hoge Raad legt inschrijvingseis inkomensafhankelijke combinatiekorting uit

De Hoge Raad geeft het glashelder aan. Een alleenstaande ouder heeft recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting indien het kind gedurende het kalenderjaar doorgaans ten minste drie dagen per week bij de ouder verblijft. Het is voor het voldoen aan het doorgaansvereiste voldoende als dit ten minste de helft van het kalenderjaar plaatsvindt. De Belastingdienst legt de bepaling dus te streng uit.

Belastingzaken bij echtscheiding en inkomensafhankelijke combinatiekorting

Een echtscheiding heeft veel fiscale gevolgen. Denk bijvoorbeeld aan de hypotheekrenteaftrek en ook, zoals in dit artikel behandeld, het recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Bij onjuiste toepassing kan de Belastingdienst overgaan tot navordering en dan kunnen de kosten behoorlijk oplopen. Meent de Belastingdienst bij u te mogen navorderen of wenst u fiscale ondersteuning bij een echtscheiding, neem dan gerust eens contact met ons op.

 

Bronnen:

Hoge Raad 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1345

Hoge Raad 13 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:415

Lees ook onze artikelen over:

Afschaffing inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) per 2025 en overgangsrecht

Afschaffing middelingsregeling per 2023