De suppletieverplichting in de omzetbelasting

De Belastingdienst heeft informatie nodig, zodat hij op de juiste wijze belasting kan heffen. Die informatie krijgt hij voor een groot deel van de belastingplichtigen zelf, bijvoorbeeld via belastingaangiften. Echter, regelmatig stellen belastingplichtigen op een later moment vast, dat de aangifte niet (helemaal) correct was. In een aantal situaties moeten zij dan uit zichzelf de Belastingdienst hierover informeren. Dat moet door middel van het spontaan verstrekken van inlichtingen. Momenteel zijn vier van dit soort situaties in de wet opgenomen, waaronder de situatie die ziet op de omzetbelasting. Daarnaast bestaat in de sfeer van de loonheffingen de correctieverplichting. Dit artikel gaat over de suppletieverplichting in de omzetbelasting. Op grond van die verplichting is de belastingplichtige gehouden tot het verstrekken van informatie over onjuistheden in de aangifte omzetbelasting. Het aanleveren van extra/nieuwe informatie noemen we ‘suppleren’. De suppletie zelf is dus geen (nieuwe) belastingaangifte, maar een verduidelijking/aanvulling op een eerdere aangifte.

Wanneer moet ik een suppletie indienen?

Zodra belastingplichtigen erachter komen dat eerder verstrekte informatie onjuist of onvolledig is, moeten zij zo snel als redelijkerwijs mogelijk overgaan tot actie overgaan. Het suppleren moet spontaan (uit eigen beweging) gebeuren. De mogelijkheid tot suppleren is niet meer aanwezig, zodra de belastingplichtige weet of redelijkerwijs moet weten dat de Belastingdienst bekend is met de onjuistheden. In de praktijk ontstaat vaak discussie over het moment waarop de belastingplichtige had moeten weten dat sprake was van onjuiste inlichtingen. Daarnaast is de tijdigheid (voortvarendheid) waarmee is gesuppleerd vaak onderwerp van geschil. Hieruit volgt dat het van belang is om bij het suppleren de nodige voortvarendheid te betrachten.

Geldt de suppletieverplichting in de omzetbelasting altijd?

Het is niet altijd nodig om een suppletie in te dienen. Als de belastingplichtige € 1.000 of minder hoeft te betalen of terugkrijgt, mag de suppletie achterwege blijven. Vervolgens dient hij in de eerstvolgende btw-aangifte de correctie aan te brengen. Deze correctie leidt daarna tot een naheffingsaanslag (te betalen) of een ambtshalve teruggaaf (te ontvangen). De Belastingdienst behandelt een suppletie als een bezwaarschrift tegen de eigen aangifte. Niet zelden vraagt de Belastingdienst vervolgens om extra inlichtingen naar aanleiding van de suppletie.

Sancties op het niet nakomen van de suppletieverplichting in de omzetbelasting

Het niet of niet-tijdig indienen van een suppletie leidt tot boeteoplegging. Dat kan niet alleen een verzuimboete zijn, maar ook een vergrijpboete. De hoogte van de boete is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Echter, boeteoplegging is in de praktijk – ten onrechte – vaak een geautomatiseerd proces. Daardoor kan het, afhankelijk van de omvang van de boete, raadzaam zijn om tegen de boete in bezwaar te gaan. Immers: waar maatwerk vereist is, moet dit aanwezig zijn. Als hoofdregel heeft te gelden dat de Belastingdienst een keuze moet maken tussen de verzuimboete en de vergrijpboete

Verzuimboete bij de suppletieverplichting

De belastingplichtige die tijdig suppleert, kan alsnog een verzuimboete opgelegd krijgen. Dat gebeurt als het te betalen bedrag meer bedraagt dan € 20.000 of als het verschil tussen het nog te betalen bedrag en het oorspronkelijk te betalen bedrag, groter is dan 10% van het oorspronkelijke bedrag. De verzuimboete bedraagt in beginsel 5% van het wettelijk maximum van de verzuimboete wegens het niet betalen van belasting. Daarmee is de hoogte van de boete niet gekoppeld aan de nog te betalen belasting.

Vergrijpboete bij de suppletieverplichting

De Belastingdienst legt een vergrijpboete op indien het aan de opzet of grove schuld van de belastingplichtige te wijten is dat niet aan de suppletieverplichting in de omzetbelasting is voldaan. De vergrijpboete bedraagt maximaal het bedrag van de alsnog te betalen belasting en kan daarmee tot forse bedragen leiden, maar in de praktijk overstijgt deze boete meestal de 50% niet. De Belastingdienst mag een vergrijpboete opleggen tot het moment waarop het kalenderjaar waar het over gaat, vijf jaar is verstreken.

Daarnaast mag de Belastingdienst ook een tweede vergrijpboete opleggen, namelijk voor het feit dat de belastingplichtige niet tijdig de belasting heeft betaald. Het maximum van deze boete bedraagt eveneens 100% van het belastingbedrag in kwestie, maar overstijgt in veel gevallen de 50% niet. Ingeval van dubbele boeteoplegging heeft de wetgever wel een plafond geïntroduceerd. Daardoor mag het geheel aan vergrijpboetes niet het maximumbedrag voor het hoogst beboetbare feit te boven gaan. In tegenstelling tot bij de verzuimboete, is de hoogte van de vergrijpboete dus wel afhankelijk van de te betalen belasting. Al met al kan het totaal aan boeten bij onjuist (of niet) suppleren flink in de papieren lopen. Aan de andere kant geldt wel dat de Belastingdienst in beginsel een keuze moet maken tussen verzuimboeten of vergrijpboeten voor hetzelfde feit.

Advisering en ondersteuning bij de suppletieverplichting in de omzetbelasting

Meent u dat u een suppletie omzetbelasting in moet dienen of twijfelt u aan de juistheid van verstrekte inlichtingen? Of bent u al te laat geweest in de ogen van de Belastingdienst en hebt u een boete opgelegd gekregen? Neem dan gerust eens contact op. Wij kijken graag of wij u van dienst kunnen zijn bij het voldoen aan de suppletieverplichting in de omzetbelasting.

 

Bronnen:

Overige Fiscale Maatregelen 2012

Lees ook onze artikelen over:

Belastingrente

Belastingrente onterecht wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel

De informatiebeschikking

Herziening biedt geen foutherstel voor gemiste btw-aftrek

Nultarief btw op levering en installatie zonnepanelen per 2023

Wet implementatie Richtlijn betalingsdienstaanbieders