De begrippen ‘woon-werkverkeer’ en ‘verblijfplaats’ voor de bijtelling in de loonbelasting

Wie een auto van de zaak heeft krijgt te maken met de regels over bijtelling in de loonbelasting. Als er meer dan 500 privékilometers per jaar worden afgelegd, moet deze bijtelling worden berekend. Het is daarom van belang om helder te hebben wat privékilometers zijn en wat zakelijke kilometers zijn. In de loonbelasting geldt dat woon-werkverkeer tot de zakelijke kilometers behoort. De Hoge Raad oordeelde in 1999 dat woon-werkverkeer voor de bijtelling plaatsvindt als wordt gereisd tussen de woon- of verblijfplaats en het werk. De heen- en de terugreis moeten plaatsvinden binnen een periode van 24 uur. Iemand kan gelijktijdig een woonplaats en een verblijfplaats hebben. Op 12 maart 2024 heeft het gerechtshof Den Haag een uitspraak gedaan over woon-werkverkeer en het begrip verblijfplaats. Dit artikel behandelt die uitspraak over wanneer iets een verblijfplaats is voor de bijtelling en hoe dat werkt met woon-werkverkeer.

Werknemer heeft woonplaats en verblijfplaats voor de bijtelling

Het gaat in deze zaak om een werknemer met een auto van de zaak. De bedoeling is om niet meer dan 500 kilometer per jaar privé met de auto te rijden. Deze werknemer is gescheiden en zijn kinderen verblijven om de week bij hem in zijn woonplaats. Daarnaast heeft de werknemer een nieuwe vriendin (partner). Deze partner woont op een andere plaats. De werknemer verblijft regelmatig bij deze partner. De ritten tussen de werklocatie en het adres van de partner, merkt de werknemer ook aan als zakelijke (woon-werk) ritten. Hij meent dat sprake is van een verblijfplaats. Dat is volgens de Belastingdienst niet het geval. De inspecteur meent dat het verblijf bij de nieuwe partner niet duurzaam genoeg is om van een verblijfplaats te kunnen spreken.

Rechtbank stelt werknemer in het gelijk over bijtelling en verblijfplaats

De werknemer is het hier niet mee eens en stapt naar de rechter. De rechtbank beoordeelt de zakelijkheid van de rit op basis van het doel van de rit. Zij geeft aan dat de werknemer zowel vanaf het woonadres als vanaf het adres van de nieuwe partner, naar het werk reist. Die ritten hebben allemaal hetzelfde doel: reizen naar het werk en later weer ‘thuis’ komen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de ritten naar de (vermeende) verblijfplaats anders te behandelen dan de ritten naar de woonplaats. Deze ritten worden daarom allemaal aangemerkt als woon-werkverkeer en zijn allemaal zakelijk. Er is geen sprake van onvoldoende duurzaamheid om van een verblijfplaats te kunnen spreken. De duurzaamheid die benodigd is om van een verblijfplaats te kunnen spreken is niet gekoppeld aan een ‘harde’ termijn, maar kan ook volgen uit een bestendige gedragslijn. De Belastingdienst gaat tegen deze uitspraak in hoger beroep.

Gerechtshof buigt zich over de woon- en verblijfplaats voor de bijtelling

Het gerechtshof geeft aan dat het begrip ‘woon-werkverkeer’ niet is gedefinieerd in de wet. Het gaat bij woon-werkverkeer voor de bijtelling om het reizen tussen de woon- of verblijfplaats en het werk, waarbij de heen- en de terugreis plaatsvinden binnen 24 uur. Een werknemer kan gelijktijdig een woonplaats en een verblijfplaats hebben. Ook de term verblijfplaats is niet in de wet gedefinieerd. Volgens het gerechtshof is een verblijfplaats een plaats die de werknemer ter beschikking staat en waar hij regelmatig verblijft. In deze zaak gaat het om negentien ritten in vijf maanden. Dat is volgens het gerechtshof voldoende regelmatig. Een vast ritme of langere aaneengesloten perioden zijn geen vereisten. Tijdens dit verblijf staat de woning ook ter beschikking van de werknemer. De woning van de nieuwe partner geldt daarom als verblijfplaats voor de bijtelling en de reizen vallen onder het woon-werkverkeer. Ook het gerechtshof stelt de werknemer in het gelijk.

Advisering bijtelling auto van de zaak en Belastingdienst

De auto van de zaak is een van de speerpunten bij controles door de Belastingdienst. Niet zelden blijkt dat ondernemers de zaken niet helemaal goed op orde hebben. De naheffingen die dan volgen kunnen fors zijn, zeker als ook wordt overgegaan tot boeteoplegging. Het is daarom verstandig om te zorgen dat het autobeleid goed is vormgegeven en dat dit in de praktijk ook wordt nageleefd. Hebt u vragen over dit onderwerp? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op.

 

Bronnen:

  1. Hoge Raad 1 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3831 (Uitleg over woon-werkverkeer voor de bijtelling in de loonbelasting).
  2. Gerechtshof Den Haag 12 maart 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:908 (Over de ‘verblijfplaats’ bij woon-werkverkeer voor de bijtelling).

Lees ook onze artikelen over:

  1. Bijtelling auto van de zaak en de Belastingdienst.
  2. Belastingdienst en privégebruik bestelauto van de zaak.
  3. Doorlopend afwisselend gebruik van een bestelauto.
  4. De verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto.
  5. Bovennormbijdrage en eigen bijdrage privégebruik auto.

 

Fiscale vraag?

Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.