Beperkt verrekenen voorheffingen in de vennootschapsbelasting

Bedrijven die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting, zoals bv’s, kunnen te maken krijgen met de zogenaamde voorheffingen. Tot de voorheffingen behoren de geheven dividendbelasting en de geheven kansspelbelasting. Bedrijven mogen deze voorheffingen verwerken in de aangifte vennootschapsbelasting. Echter, per 2022 zijn de spelregels hieromtrent ingrijpend veranderd. Het is namelijk niet langer mogelijk dat het verrekenen van voorheffingen met de verschuldigde vennootschapsbelasting, leidt tot een teruggaaf. Voor bedrijven die te maken hebben met de voorheffingen, kunnen de gevolgen groot zijn. De wetswijziging is overigens ingegeven door het Sofina-arrest uit 2018. In dit artikel behandel ik dat arrest kort, om daarna in te gaan op de nieuwe regels.

Mogelijke strijdigheid met Europees recht door Sofina-arrest

In 2018 deed het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) uitspraak in de geruchtmakende Sofina-zaak. Die zaak gaat over de situatie waarin buitenlandse aandeelhouders onverkort dividendbelasting moeten betalen, terwijl binnenlandse aandeelhouders dat alleen hoeven als zij in dat jaar winst maken. Ondanks dat de Sofina-zaak gaat over Franse wetgeving en die wetgeving anders is dan de Nederlandse wetgeving, zag onze wetgever een risico in deze uitspraak. Naar Nederlands recht was het tot en met 2021 namelijk mogelijk om als binnenlands bedrijf voorheffingen volledig te verrekenen, zelfs als dat tot een teruggaaf leidde. Voor niet in Nederland gevestigde bedrijven was dat echter anders; zij konden diezelfde voorheffingen niet verrekenen als dat tot een teruggaaf zou leiden. De wetgever achtte deze ongelijkheid mogelijk in strijd met Europees recht en heeft actie ondernomen middels het in dit artikel te bespreken beperken van de mogelijkheden tot verrekening van voorheffingen in de vennootschapsbelasting.

Verrekenen van voorheffingen in de vennootschapsbelasting per 2022

De mogelijkheid tot het verrekenen van voorheffingen in de vennootschapsbelasting is per 2022 aanzienlijk beperkt. Het is nog maximaal mogelijk om te verrekenen tot de in een jaar verschuldigde vennootschapsbelasting. Concreet betekent dat, dat het niet langer mogelijk is om een teruggaaf als gevolg van de verrekening van voorheffingen te realiseren. Niet-verrekende voorheffingen verdampen echter niet, deze worden doorgeschoven naar een later jaar.

Wie treft deze verrekeningsbeperking?

Deze wetswijziging raakt vooral belastingplichtigen die:

  1. Geen vennootschapsbelasting verschuldigd zijn, doordat er sprake is van een verlies, wettelijke vermindering of voorkoming van dubbele belasting;
  2. Zich in een positie bevinden waarin vennootschapsbelasting is verschuldigd, maar die een hoger bedrag aan voorheffingen hebben;
  3. Kansspelbelasting betalen, omdat kansspelen (een deel van) de ondernemingsactiviteit zijn;
  4. Die minder dan 5% van de aandelen in een in Nederland gevestigd lichaam houden dat belastingplichtig is voor de dividendbelasting.
Voortwentelen van nog te verrekenen voorheffingen

Indien in een bepaald jaar de voorheffingen niet verrekend zijn, is het niet zo dat deze verdampen. Belastingplichtigen hebben namelijk de mogelijkheid om deze mee te nemen naar een later jaar. Daarbij gelden geen beperkende termijnen. Voor de meeste bedrijven zal daarom sprake zijn van uitstel van verrekening en niet van afstel. Echter, indien het verschuldigd zijn van vennootschapsbelasting zich structureel niet voordoet, is van afstel wel degelijk sprake. Doet zich in een later jaar wel een situatie voor waarin vennootschapsbelasting is verschuldigd, dan geldt de volgende volgorde bij het verrekenen van voorheffingen:

  • De voorheffingen uit het jaar zelf komen eerst voor verrekening in aanmerking;
  • Als daarna nog een bedrag aan te betalen vennootschapsbelasting resteert, komen de voorheffingen uit eerdere jaren hierop in mindering.
De verplichte voorheffingenbeschikking

Het verrekenen van voorheffingen uit eerdere jaren is niet zonder meer mogelijk. Verrekening is alleen toegestaan als het bedrag van deze voorheffingen is vastgesteld door de inspecteur van de Belastingdienst. Het is de bedoeling dat de inspecteur de zogenaamde voorheffingenbeschikking tegelijk met de aanslag vennootschapsbelasting oplegt. Het is vervolgens mogelijk om tegen een opgelegde beschikking in bezwaar en (eventueel) beroep te gaan. Let er wel op dat u deze rechtsmiddelen alleen kan gebruiken om op te komen tegen de omvang van het bedrag aan voorheffingen dat nog niet eerder is vastgesteld. U zult dus jaarlijks de cijfers nauwkeurig moeten (laten) controleren. De wetgever komt nog met regels (in het zogenaamde Besluit Fiscaal Bestuursrecht) voor situaties waarin een bezwaar te laat (of niet) is ingediend. Voorts komen er regels voor de situaties waarin de beschikking achteraf onjuist blijkt te zijn, bijvoorbeeld als gevolg van achterwaartse verliesverrekening.

Aangaan fiscale eenheid vennootschapsbelasting en voorheffingen

Bij het aangaan van een fiscale eenheid (of de uitbreiding van een fiscale eenheid) gelden aanvullende regels met betrekking tot het verrekenen van voorheffingen. Het doel van deze regels is om te voorkomen dat ruimere verrekeningsmogelijkheden ontstaan dan zonder de fiscale eenheid het geval zou zijn geweest. Het verrekenen van voorheffingen die de dochtermaatschappij op het moment van het aangaan van de fiscale eenheid al had, is slechts mogelijk indien:

  • De gevoegde dochtermaatschappij over een bedrag aan voorvoegingsvoorheffingen beschikt; en daarnaast
  • Bij de fiscale eenheid de ruimte beschikbaar is om deze (deels) te verrekenen; en slechts indien
  • De gevoegde maatschappij deze ruimte ook zou hebben gehad, als geen sprake was geweest van een fiscale eenheid.

De echte liefhebber ziet in bovenstaande veel overlap met de regels over het verrekenen van voorvoegingsverliezen en voorvoegingsrenten. Daartoe is mede omwille van uniformiteit bewust besloten door de wetgever. Wij merken dat het in de praktijk soms complex is om te bepalen in welke mate en met name in welke volgorde, verrekening van deze voorvoegingsvoorheffingen plaats mag vinden.

Verbreken fiscale eenheid vennootschapsbelasting en voorheffingen

Tijdens het bestaan van de fiscale eenheid ontvangt niet iedere vennootschap een eigen beschikking met een overzicht van de voorheffingen. Het is dus van belang dat bedrijven zelf op de juiste wijze een dergelijk overzicht bijhouden. Daar ligt (ook) een taak voor de accountant/boekhouder in samenwerking met de fiscaal adviseur. Bij het verbreken van de fiscale eenheid is voorts het volgende van belang. In de aangifte vennootschapsbelasting over het jaar waarin de dochtermaatschappij voor het laatst tot de fiscale eenheid behoort, moet een verzoek tot toerekening van voorheffingen aan de dochtermaatschappij worden ingevuld. Indien de belastingplichtige dit verzoek vergeet te doen, blijven de voorheffingen in beginsel achter bij de moedermaatschappij.

Advisering en controle voorheffingen en vennootschapsbelasting

Wie ‘gewend’ is aan de situatie dat de voorheffingen – zijnde dividendbelasting en/of kansspelbelasting – jaarlijks tot een teruggaaf leiden, zal moeten wennen aan een nieuwe werkelijkheid. Deze bedrijven zien hun liquiditeitspositie immers mogelijkerwijs achteruitgaan. Bedrijven die jaarlijks een bedrag aan vennootschapsbelasting zijn verschuldigd dat hoger ligt dan de voorheffingen, zullen niet of nauwelijks iets merken van deze wetswijziging. Dit is wezenlijk anders voor bedrijven die structureel niet of nauwelijks winst maken. Als u tot deze groep behoort, kan belastinguitstel weleens belastingafstel blijken te zijn. Zit u in deze positie of verwacht u daarin terecht te komen, dan is het raadzaam om een deskundige in de arm te nemen en te kijken of er mogelijkheden zijn om de pijn te voorkomen of te verzachten. Kortom: het verrekenen van voorheffingen in de vennootschapsbelasting is er niet makkelijker op geworden.

 

Bronnen

Memorie van Toelichting bij het Belastingplan 2022

Sofina-arrest

Ook interessant:

Verliesverrekening in de vennootschapsbelasting