Belastingrente

Belastingrente is typisch zo’n fenomeen dat tot felle discussies leidt. Deze rente is verschuldigd indien het vaststellen van de aanslag door toedoen van de belastingplichtige te lang op zich heeft laten wachten. Niet zelden vormt dit element op de belastingaanslag een aanzienlijke post en ook niet zelden blijkt dat de berekening niet (helemaal) juist is. Daarnaast kan discussie ontstaan over de rechtvaardigheid van de opgelegde belastingrente. Waar de Belastingdienst nog vaak ‘hard’ vasthoudt aan de verschuldigdheid op grond van de wettekst, is in de rechtspraak een ontwikkeling te zien die leidt tot meer maatwerk. In duidelijk onredelijke gevallen, bijvoorbeeld in situaties waarin onverkorte oplegging van belastingrente onevenredig hard uitwerkt, komt steeds vaker matiging voor. In dit artikel meer informatie over de belastingrenteregeling, waarbij ik vooral inga op de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting en zijdelings raak aan de indirecte belastingen, zoals de loonheffingen en de omzetbelasting.

Reikwijdte van de belastingrenteregeling

De belastingrente zoals die momenteel in de wet is opgenomen, is vormgegeven in het Belastingplan 2012. In het kader van de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting, komt de belastingrente aan de orde bij voorlopige aanslagen, definitieve aanslagen en navorderingsaanslagen. Ook bij indirecte belastingen, zoals de loonheffingen en de omzetbelasting, speelt belastingrente een rol. Verder is in 2015 ook de dividendbelasting onder de belastingrenteregeling gebracht.

Over welke periode is belastingrente verschuldigd?

Voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting gaat de belastingrente lopen vanaf het moment dat zes maanden zijn verstreken na het einde van het belastingtijdvak. In de meeste gevallen is dat dus op 1 juli. De dagtekening op de aanslag is daarbij doorslaggevend. Belastingrente blijft achterwege indien de aangifte inkomstenbelasting is ontvangen voor de eerste dag van de vijfde maand na afloop van het belastingtijdvak (mei). Hetzelfde geldt voor de vennootschapsbelasting, maar daar betreft het de eerste dag van de zesde maand na het belastingtijdvak (juni). In de loop der jaren is voor de erfbelasting een soortgelijke regeling ontwikkeld, met weer net andere termijnen.

De belastingrente stopt met oplopen op de dag waarop de aanslag invorderbaar is. Dat is meestal zes weken na de dagtekening op de aanslag. De renteteller stopt op een eerder moment als de Belastingdienst zich niet aan de redelijke termijnen houdt. Die termijn bedraagt acht weken bij een voorlopige aanslag en dertien weken bij een aangifte. De zes weken betalingstermijn moet daar nog bij worden opgeteld, wat maakt dat de termijn veertien respectievelijk negentien weken bedraagt. Bij het bovenstaande geldt steeds dat als de inspecteur afwijkt van de aangifte of een ingediend verzoek, hij de rente over de volle periode berekent.

Belastingrente en gebroken boekjaren

Bovenstaande kan anders zijn bij gebroken boekjaren. Zo geldt in de sfeer van de inkomstenbelasting dat de ondernemer met een gebroken boekjaar, binnen drie maanden na het einde van het boekjaar zijn aangifte moet indienen om belastingrente te voorkomen. In de sfeer van de vennootschapsbelasting geldt bij gebroken boekjaren dat belastingrente is verschuldigd als de aanslag later dan zes maanden na afloop van het boekjaar is opgelegd.

Navorderingsaanslag en belastingrente

Middels een navorderingsaanslag kan de Belastingdienst inbreuk maken op de rechtszekerheid die een eerdere aanslag behoort te bieden. Bij een navorderingsaanslag inkomstenbelasting is belastingrente verschuldigd over de periode vanaf 1 juli na het belastingjaar, tot één maand na de aanslagdatum. Dat kan – als gevolg van de navorderingstermijnen – tot een flinke kostenpost leiden. Mede daardoor kan zich ook hier de situatie voordoen dat de belastingrente onredelijk hard uitwerkt. In de sfeer van de vennootschapsbelasting geldt een soortgelijke regeling. De renteperiode loopt ook hier van 1 juli na het belastingjaar, tot één maand na de datum op de aanslag. Dat is anders bij gebroken boekjaren: dan loopt de rente vanaf de zevende maand na het einde van het boekjaar tot eveneens één maand na de datum op de aanslag. Wie in de sfeer van de vennootschapsbelasting zelf vraagt om een navorderingsaanslag, betaalt maximaal belastingrente tot twaalf weken na ontvangst van het verzoek.

Belastingdienst vergoedt belastingrente

Vergoeding van belastingrente door de Belastingdienst aan een belastingplichtige kan zich voordoen bij voorlopige aanslagen en definitieve aanslagen. Voorwaarde is dat er een terug te geven bedrag is. Daarnaast is pas rente verschuldigd zodra de Belastingdienst buiten de in de wet genoemde termijnen komt. Om tot vergoeding van belastingrente te komen moet met betrekking tot de termijnen aan twee voorwaarden zijn voldaan:

  • Er zijn zes maanden verstreken na afloop van het belastingtijdvak; en
  • De Belastingdienst heeft te lang over het vaststellen van de aanslag gedaan.

Van een te lange periode is sprake indien acht weken zijn verstreken na het indienen van een verzoek. Een termijn van dertien weken geldt als sprake is van een door de belastingplichtige ingediende aangifte. Indien de Belastingdienst de aanslag niet overeenkomstig de aangifte of het verzoek oplegt, geldt ook hier dat wordt afgeweken van deze regels. Er bestaat dan geen aanspraak op vergoeding van belastingrente. De vergoedingsperiode loopt door tot zes weken na de datum op de aanslag, wat maakt dat de termijnen ook hier uitkomen op veertien en negentien weken.

Voorlopige aanslagen en belastingrente

Bij het vragen om een voorlopige aanslag of een herziening hiervan, kan belastingrente aan de orde komen. Het voert voor dit artikel echter te ver om alle mogelijke scenario’s te bespreken. Met name in de sfeer van de vennootschapsbelasting kan het raadzaam zijn om tijdig een voorlopige aanslag te vragen na afloop van het boekjaar. Immers: indien de verwachting bestaat dat er een te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting verschuldigd is, komt men al snel in de situatie terecht dat ook belastingrente is verschuldigd. Over het algemeen is het namelijk niet of nauwelijks mogelijk om al voor 1 juni de aangifte vennootschapsbelasting ingediend te hebben.

Belastingrente na een bezwaar- of beroepsprocedure

Bij vermindering van een (voorlopige) aanslag als gevolg van een bezwaar- of beroepsprocedure, vindt geen vergoeding van belastingrente plaats. Slechts de reeds opgelegde belastingrente komt dan ook voor een evenredige vermindering in aanmerking. Dit kan uiteraard anders zijn als juist tegen de belastingrente bezwaar of beroep is aangetekend en toewijzing hiervan plaatsvindt.

Belastingrente en naheffingsaanslagen

Belastingrente komt ook voor in de sfeer van bijvoorbeeld de loonheffingen, de dividendbelasting en de omzetbelasting. De renteteller loopt dan vanaf de dag na die waarop het kalender- of boekjaar eindigt waarop de naheffingsaanslag betrekking heeft. De renteperiode eindigt dan op de dag voorafgaand aan de dag waarop de naheffingsaanslag invorderbaar is. Dat is meestal veertien dagen na de datum op de aanslag. Bij vrijwillige verbetering van een aangifte en te late betaling binnen bepaalde termijnen, gelden afwijkende regels voor het bepalen van de belastingrente.

Vergoeding van belastingrente komt hier aan de orde als de Belastingdienst niet tijdig na een verzoek daartoe een teruggaafbeschikking vaststelt. De vergoedingsperiode eindigt veertien dagen na de datum op de teruggaafbeschikking. De Belastingdienst heeft in beginsel acht weken de tijd om een teruggaafbeschikking vast te stellen. Doet hij dat niet tijdig, dan loopt dus de vergoedingsperiode. De vergoedingsperiode kan nooit binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanslag ziet, aanvangen.

Percentage belastingrente

Voor de percentages is onderscheid gemaakt tussen de vennootschapsbelasting en alle overige belastingen. Hier zit geen complexe motivatie achter, want het betreft een budgettaire keuze. Zodoende bedroeg het percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting vanaf 1 september 2016 tot en met 1 juni 2020, 8%. Wegens de coronacrisis is de rente toen verlaagd naar 0,01%. Per 1 oktober 2020 bedraagt de belastingrente voor de vennootschapsbelasting 4% en per 1 januari 2022 is de rente terug op het oude niveau van 8%.

Voor de overige belastingen geldt echter dat het percentage vanaf 1 april 2014 tot en met 1 juni 2020, 4% bedroeg. Als gevolg van de coronacrisis is dit tot en met 1 oktober 2020 verlaagd naar 0,01%, waarbij een kleine afwijking voor de inkomstenbelasting heeft gegolden. Later (per 1 oktober 2020) is dit percentage weer verhoogt naar 4%.

Belastingrente en advisering

Kortom: belastingrente kan een aanzienlijke kostenpost vormen. Aangezien de rente wordt vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking, is het mogelijk hiertegen in bezwaar en beroep te gaan. Steeds vaker zien wij daarbij dat rechters, bijvoorbeeld in situaties waarin de belastingrente onredelijk hard uitwerkt, ingrijpen. Dat gebeurt ook in situaties waarin de hoogte van de rente (deels) het gevolg is van te langzaam handelen door de Belastingdienst. Het kan daarom raadzaam zijn om advies in te winnen als u meent dat de belastingrente onterecht is opgelegd. Neem daarover gerust eens contact met ons op via onderstaand formulier of rechtstreeks via info@civra.nl.

 

Bronnen:

Belastingplan 2012 (Memorie van Toelichting)

Belastingplan 2015 (Memorie van Toelichting)

Lees ook onze artikelen over:

De suppletieverplichting in de omzetbelasting

Belastingrente onterecht wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel

De informatiebeschikking