Stel een vraag
Ook groepslening onder marktconforme voorwaarden kan volledig onder artikel 10a Wet Vpb vallen – Hoge Raad 2026
Herstructurering en overnameJurisprudentieVennootschapsbelasting kopieer en deel Naar kennisbank

Ook groepslening onder marktconforme voorwaarden kan volledig onder artikel 10a Wet Vpb vallen – Hoge Raad 2026

  • Publicatiedatum 24 jan 2026
  • Aanpassingsdatum 24 jan 2026
  • Leestijd 8 min

Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2026:60) bepaald dat ook een groepslening onder marktconforme voorwaarden volledig onder de renteaftrekbeperking van artikel 10a Wet Vpb 1969 kan vallen. De volledige rente mag dan in aftrek worden geweigerd, ook voor zover deze zakelijk is. Met dit arrest komt een einde aan de zienswijze dat marktconforme voorwaarden (at arm's length) bescherming bieden tegen de toepassing van artikel 10a Wet Vpb 1969 (ons artikel over artikel 10a). Voor bestaande structuren die op deze lijnen zijn gebaseerd betekent dit arrest dan een herbeoordeling onontkoombaar is.

Wat betekent dit arrest voor groepsleningen onder marktconforme voorwaarden onder artikel 10a?

Volgens de belastingplichtige kan artikel 10a Wet Vpb 1969 geen toepassing vinden, omdat geen sprake is van een volstrekt kunstmatige constructie. Dat baseert hij op het feit dat de lening is aangegaan onder marktconforme voorwaarden. Ondersteund door de beantwoording van prejudiciële vragen door het Hof van Justitie van de Europese Unie verwerpt de Hoge Raad dit standpunt. Ook een lening aangegaan onder marktconforme voorwaarden (at arm’s length) kan worden onderworpen aan de renteaftrekbeperking van artikel 10a Wet Vpb 1969.

Omleiding van gelden via Belgisch coördinatiecentrum

In deze zaak staat de volgende structuur centraal:

Structuur bij ECLI:NL:HR:2026:60

Figuur - Structuur van de financiering via het Belgische coördinatiecentrum (ECLI:NL:HR:2026:60).

De belanghebbende in deze zaak heeft in 2000 F N.V. aangekocht. Om deze aankoop te financieren is belanghebbende leningen aangegaan bij C. De leningen hebben marktconforme voorwaarden. C is een vennootschap die tot dezelfde groep behoort en die in België is gevestigd. Daar valt C onder het ‘coördinatiecentrum-regime’. Onder dit regime wordt de belastbare winst forfaitair bepaald en hoeft er geen roerende voorheffing op rentebetalingen te worden ingehouden. De ontvangende vennootschap heeft wel recht op verrekening of teruggaaf van een fictief bepaalde roerende voorheffing. De gelden die C aan belanghebbende verstrekt, heeft C verkregen door een kapitaalstorting van A N.V. Dit leidt tot een geschil over de vraag of artikel 10a Wet Vpb 1969 in strijd is met het Unierecht. Ook liggen enkele punten voor over de toepassing van de tegenbewijsregeling.

Waarom achtte het hof artikel 10a niet in strijd met het Unierecht?

Het gerechtshof oordeelde (ECLI:NL:GHARL:2020:8628) dat artikel 10a Wet Vpb 1969 niet in strijd is met het Unierecht. Voor de belemmerende werking die artikel 10a kan hebben op de verkeersvrijheden is een voldoende rechtvaardiging. De regeling heeft namelijk tot doel om te voorkomen dat de Nederlandse grondslag via misbruik wordt uitgehold. Dat is mogelijk door op de winst rentelasten in mindering te brengen, terwijl daartegenover geen reële belastingheffing staat. De in de wet opgenomen tegenbewijsregeling maakt dat de regeling niet verder gaat dan noodzakelijk is. Tegen dit oordeel van het hof werd cassatie ingesteld. Bij het beoordelen van het cassatieberoep heeft de Hoge Raad gewezen op verdeeldheid in de fiscale literatuur. Die verdeeldheid ziet onder andere op de vraag of bij marktconforme voorwaarden het wel mogelijk is om te spreken van een kunstmatige constructie. Hetzelfde geldt voor de vraag of de volledige renteaftrek moet worden geweigerd of slechts het ‘kunstmatige’ deel. Deze overwegingen leiden tot prejudiciële vragen.

Welke prejudiciële vragen stelde de Hoge Raad in 2022 over artikel 10a Wet Vpb 1969?

De Hoge Raad formuleerde in 2022 drie prejudiciële vragen voor het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECLI:NL:HR:2022:1121). Deze luidden, vereenvoudigd weergegeven, als volgt:

  1. Staat het Unierecht in de weg aan het weigeren van de renteaftrek op een schuld aan een verbonden lichaam voor een externe acquisitie als de schuld onderdeel is van een volstrekt kunstmatige constructie, ongeacht of sprake is van marktconforme voorwaarden?
  2. Deze vraag is gesteld voor het geval het antwoord op vraag 1 negatief luidt.Staat het Unierecht in de weg aan het volledig weigeren van de renteaftrek op een schuld aan een verbonden lichaam voor een externe acquisitie als de schuld onderdeel is van een volstrekt kunstmatige constructie, ook als een deel van die rente niet uitgaat boven de rente voor een zakelijke lening?
  3. Is bij de beantwoording van de vragen 1 en 2 van belang of de externe acquisitie betrekking heeft op een belang dat voorafgaand aan de verwerving al een verbonden lichaam is (interne verhanging) of dat pas daarna wordt (externe acquisitie)?

Hoe beantwoordde het HvJ EU de prejudiciële vragen over artikel 10a uit 2022?

Het HvJ EU heeft in twee zaken deze vragen beantwoord (ECLI:EU:C:2024:238 & ECLI:EU:C:2024:822). De drie vragen zijn als volgt beantwoord:

  1. Het is mogelijk de renteaftrek op een schuld aan een verbonden lichaam voor een externe acquisitie te weigeren als deze onderdeel is van een volstrekt kunstmatige constructie, ook als de voorwaarden marktconform zijn.
  2. In dat geval mag de volledige rente in aftrek worden geweigerd, ook de rente die niet uitgaat boven de zakelijke rente.
  3. Het is niet van belang of het te verwerven (of uit te breiden) belang voorafgaand aan de verwerving al een verbonden lichaam vormt of pas daarna.

Hoe oordeelt de Hoge Raad over de verhouding tussen marktconforme voorwaarden en artikel 10a?

De Hoge Raad wijst erop dat artikel 10a alleen renteaftrek weigert als de lening binnen een groep van verbonden lichamen deel uitmaakt van een volstrekt kunstmatige constructie. Het kan zijn dat de lening en de daarmee verband houdende transacties niet door zakelijke overwegingen zijn gerechtvaardigd. Als dan sprake is van marktconforme leenvoorwaarden, impliceert dat nog niet dat die lening en de transacties per definitie geen volstrekt kunstmatige constructie kunnen vormen.

  • Van een volstrekt kunstmatige constructie is sprake als een constructie geen verband houdt met de economische realiteit en specifiek beoogt belasting te ontwijken die normaal gesproken is verschuldigd.
  • Bij de toepassing van artikel 10a zit het kunstmatige karakter in het omleiden van eigen vermogen binnen een groep zodat het bij een Nederlands lichaam als vreemd vermogen wordt gepresenteerd, met renteaftrek tot gevolg.
  • Het gaat om situaties waarin een lening binnen een groep verbonden vennootschappen zo erg door fiscale motieven is ingegeven, dat deze niet noodzakelijk is voor verwezenlijking van zakelijke doelen en in het geheel niet zou zijn aangegaan met een derde.

Is de Nederlandse maatstaf bij artikel 10a niet strenger dan de Unierechtelijke?

Een beroep op de tegenbewijsregeling vereist ‘in overwegende mate’ zakelijke overwegingen. Volgens de belastingplichtige is deze Nederlandse regel strenger dan de Unierechtelijke maatstaf. Die zou slechts vereisen dat er tussen de schuld en de rechtshandeling enig verband is met de economische realiteit. De Hoge Raad is het daarmee oneens. Het ontbreken van economische realiteit is een van de elementen voor de kwalificatie van de volstrekt kunstmatige constructie, maar het doorslaggevende element is het fiscale motief (winstbelastingontwijking). De Nederlandse maatstaf is volgens de Hoge Raad niet in strijd met de Unierechtelijke maatstaf.

Is het weigeren van de volledige renteaftrek onevenredig als een deel zakelijk is?

De Hoge Raad sluit aan bij het oordeel van het HvJ EU dat het weigeren van de volledige renteaftrek bij een volstrekt kunstmatige constructie verenigbaar is met het evenredigheidsbeginsel. Een ander oordeel zou, zo gaf het HvJ EU aan, leiden tot de mogelijkheid om een deel van het via het misbruik nagestreefde doel toch te bereiken. Dat zou afbreuk doen aan de samenhang van de betrokken regeling.

Op welke gronden laat de Hoge Raad het oordeel van het hof intact?

Het hof heeft de renteaftrekbeperking in stand gehouden. Volgens de Hoge Raad is het oordeel van het hof, gebaseerd op de volgende gronden, op de juiste wijze tot stand gekomen.

  • Het oordeel dat belastingbesparing de volstrekt doorslaggevende reden was voor de omleiding van het geld via C is op de juiste wijze gebruikt voor het oordeel dat sprake is van een volstrekt kunstmatige constructie.
  • Op juiste gronden is aannemelijk geacht dat C geen daadwerkelijke financiële functie vervulde binnen het concern en dat het verstrekken van geld via C alleen plaatsvond wegens de fiscale positie van C.
  • Voor zover C al een financiële spilfunctie in het concern vervulde, was van een dergelijke rol bij deze financiering geen sprake. In dit geval was C niet meer dan een doorgeefluik.

Wat is het belang van dit arrest over artikel 10a en marktconforme voorwaarden voor de praktijk?

De discussie over de verhouding tussen marktconforme voorwaarden en artikel 10a Wet Vpb 1969 is met dit arrest beslecht. Een beroep op de tegenbewijsregeling dat hoofdzakelijk is gebaseerd op de at arm's length-voorwaarden van de lening zal niet slagen. Het beroep op de tegenbewijsregeling faalt in dat geval en de volledige rente wordt van aftrek uitgesloten. Belastingplichtigen die structuren hebben waarin zij meenden via de at arm's length-verdediging onder de toepassing van artikel 10a uit te kunnen komen, doen er goed aan om op basis van dit arrest te handelen. Dergelijke structuren zijn nu toe aan een fiscale herbeoordeling om te bezien of ook op andere gronden een geslaagd beroep op de tegenbewijsregeling mogelijk is. Een gedegen fiscale beoordeling is daarbij een belangrijke eerste stap. Hebt u daar hulp bij nodig? Neem dan contact op.

Civra-Hoge-resolutie-voor-afdruk-zonder-logo-in-Adobe-93-scaled-aspect-ratio-200-200

Fiscale vraag?

Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kennisbank. Lees ook artikelen over: