Stel een vraag
Doorkijkarresten overdrachtsbelasting: geen vrijstelling bij bedrijfsopvolging via bv – Hoge Raad 2026

Doorkijkarresten overdrachtsbelasting: geen vrijstelling bij bedrijfsopvolging via bv – Hoge Raad 2026

  • Publicatiedatum 16 apr 2026
  • Aanpassingsdatum 16 apr 2026
  • Leestijd 6 min

De doorkijkarresten in de overdrachtsbelasting bieden geen oplossing om de bedrijfsopvolgingsvrijstelling te mogen toepassen bij de verkrijging van aandelen door een bv (rechtspersoon). Ook niet als de overdracht in de familiesfeer plaatsvindt. De wet vereist namelijk dat de verkrijger het kind zelf is. Het is niet zo dat de doorkijkarresten op deze situatie zien. Die arresten zien alleen op het object (aandelen of echte onroerende zaken) en niet op de vervreemder of verkrijger. Dit artikel bespreekt dit arrest van de Hoge Raad van 10 april 2026 (ECLI:NL:HR:2026:568).

Gelden de doorkijkarresten in de overdrachtsbelasting bij bedrijfsopvolging via een bv?

Nee. De Hoge Raad oordeelt dat de doorkijkarresten in de overdrachtsbelasting niet gelden bij een bedrijfsopvolging waarbij een bv (rechtspersoon) aandelen verkrijgt. De doorkijkarresten in de overdrachtsbelasting zien alleen op het object (het verkregene) en niet op het subject (de vervreemder en de verkrijger). Dat betekent dat de verkrijging door een rechtspersoon niet onder de bedrijfsopvolgingsvrijstelling kan vallen, ook niet als in feite sprake is van een overdracht in de familiesfeer. Het formuleren van een nadere doorkijk (fiscale transparantie) is aan de wetgever.

Wat is de bedrijfsopvolgingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting

Op grond van artikel 15, lid 1, onderdeel b Wet Brv 1970 is de verkrijging van onroerende zaken in het kader van een (gefaseerde) bedrijfsopvolging vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Aan de toepassing van deze vrijstelling zijn voorwaarden verbonden. Zo dient de verkrijger een natuurlijk persoon te zijn, waarbij de verkrijging ziet op goederen die dienstbaar zijn aan de onderneming en waarbij de verkrijger de onderneming zal voortzetten.

Wanneer gelden de doorkijkarresten in de overdrachtsbelasting?

De doorkijkarresten zijn van belang bij de verkrijging van aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon (artikel 4 Wet Brv 1970, lees hier meer over de OZR). De verkrijging van dergelijke aandelen is belast. Echter, zou de rechtstreekse verkrijging van de onroerende zaak (en dus niet ‘via’ aandelen) zijn vrijgesteld, dan is de verkrijging van aandelen ook vrijgesteld. Dit is in een notendop de werking van de doorkijkarresten.

Gefaseerde bedrijfsopvolging in familieverband via bv-structuur

De vader van de belanghebbende bezit via zijn holding alle aandelen in de werkmaatschappij. De werkmaatschappij exploiteert twee hotels en bezit ook de hotelpanden. De relevante structuur ziet er als volgt uit:

Structuur bij aanvang bij ECLI:NL:HR:2026:568)

Structuur bij aanvang

Op 1 april 2014 neemt de belanghebbende de hotelonderneming over van de werkmaatschappij, maar de beide hotelpanden niet. De hotelpanden blijven achter in de werkmaatschappij, die daardoor als vastgoed-bv gaat fungeren. De aandelen in belanghebbende zijn gecertificeerd en 10% van de certificaten is in bezit van de werkmaatschappij/vastgoed-bv. De andere 90% is in de verhouding 45:45 in handen van twee van de zonen van de vader. Dat leidt tot de volgende structuur:

Structuur na overdracht onderneming bij ECLI:NL:HR:2026:568)

Structuur na overdracht onderneming

In 2019 levert de vastgoed-bv de 10% van de certificaten aan de bv’s van de beide zonen. Daarna zijn alle aandelen in de vastgoed-bv overgegaan naar belanghebbende. Op het moment van deze overdracht kwalificeren de aandelen in de vastgoed-bv als fictieve onroerende zaken op grond van artikel 4 Wet Brv 1970 (onroerendezaakrechtspersoon). De eindstructuur is als volgt:

Structuur na overdracht vastgoedaandelen bij ECLI:NL:HR:2026:568)

Structuur na overdracht vastgoed

Waarover gaat het geschil?

Het gevolg van de transacties is dat uiteindelijk het belang dat vader in de hotelonderneming en de hotelpanden had is overgedragen aan de werkmaatschappij waarvan de aandelen uiteindelijk in bezit zijn van de beide zonen. De verkrijging is door de bv aangegeven onder toepassing van de vrijstelling van overdrachtsbelasting wegens bedrijfsopvolging (artikel 15, lid 1, onderdeel b Wet Brv 1970). De Inspecteur is het daarmee oneens, omdat volgens hem niet is voldaan aan het vereiste dat de vervreemder en de verkrijger een in de wet benoemde relatie tot elkaar hebben. Dit leidt tot de naheffingsaanslag die ten grondslag ligt aan deze procedure.

Inspecteur weigerde volgens Hof terecht de vrijstelling van overdrachtsbelasting wegens bedrijfsopvolging

Het Hof oordeelde dat de vrijstelling bij bedrijfsopvolging niet van toepassing is (ECLI:NL:GHSHE:2024:3749). Volgens het Hof is vereist dat sprake is van een verkrijging door een of meer kinderen van de ondernemer. De aandelen zijn echter niet verkregen door de kinderen, maar door belanghebbende. Belanghebbende is een vennootschap. Daar komt nog bij dat de vervreemding niet heeft plaatsgevonden door de vader, maar door een vennootschap (waarin de vader alle aandelen houdt). De doorkijkarresten bieden geen ruimte om alle rechtspersonen die betrokken zijn bij deze transacties weg te denken en alsnog tot toepassing van de vrijstelling te komen.

Waarom gaat de belanghebbende in cassatie?

De belanghebbende is van mening dat het Hof de doorkijkarresten te beperkt heeft toegepast. Volgens de belanghebbende betreft het hier een gefaseerde bedrijfsoverdracht van de vader aan de zonen. Daarbij is het gerechtvaardigd om door de rechtspersonen heen te kijken. Als dat gebeurt, dan is de vrijstelling wel van toepassing.

Doorkijkarresten overdrachtsbelasting hebben een beperkte reikwijdte

De Hoge Raad overweegt dat de vrijstelling voor bedrijfsopvolgingen van toepassing is op de verkrijging door kinderen van een ondernemer. Daarbij heeft de wetgever het oog gehad op transacties tussen natuurlijke personen. Dat het Hof tot uitgangspunt heeft genomen dat de vrijstelling niet van toepassing is als de verkrijgers bv’s zijn, is correct. De reikwijdte van de doorkijkarresten is beperkt tot situaties waarin het een aandelenverkrijging betreft waarbij de vrijstelling van toepassing was geweest als het een rechtstreekse verkrijging van de onroerende zaak had betroffen. In deze zaak is dat niet het geval. Bij een verkrijging door de belanghebbende van de hotelpanden, was de vrijstelling wegens bedrijfsopvolging ook niet van toepassing geweest. Er was (ook) dan namelijk geen sprake van een overdracht door een ondernemer aan een kind.

Hoge Raad verduidelijkt reikwijdte van de doorkijkarresten in de overdrachtsbelasting

De Hoge Raad geeft verder de volgende verduidelijkingen op de doorkijkarresten:

  • De doorkijkarresten hebben geen betrekking op de persoon van de overdrager of de verkrijger, maar zien op de verkrijging (aandelen in plaats van een onroerende zaak).
  • De reikwijdte gaat niet zo ver dat in algemene zin kan worden uitgegaan van fiscale transparantie van rechtspersonen waarin een natuurlijke persoon (on)middellijk een voldoende groot belang heeft. Voor de overdrachtsbelasting is aansluiting gezocht bij de civielrechtelijke vorm van de rechtshandelingen.
  • Het is aan de wetgever om in de gevallen waarin hij dat nodig acht in enige vorm van fiscale transparantie, die afwijkt van de civiele zelfstandigheid van de rechtspersonen, te voorzien. Ook is het aan de wetgever om de voorwaarden te stellen waaronder dergelijke transparantie dan kan worden aangenomen.

De toepassing van de doorkijkarresten na dit arrest

Wie een beroep wil doen op de doorkijkarresten dient met het volgende rekening te houden.

  • De doorkijkarresten zijn bij een objectieve vrijstelling in de overdrachtsbelasting alleen van toepassing als de vrijstelling van toepassing zou zijn bij een rechtstreekse verkrijging van het vastgoed.
  • Is dat niet het geval, dan bieden de doorkijkarresten een uitkomst.

De gevolgen voor de doorkijkarresten in de praktijk

Toepassing van de doorkijkarresten is niet mogelijk als de verkrijger of vervreemder niet aan de voorwaarden voldoet. De arresten bieden uitsluitend een oplossing voor het object van de verkrijging (aandelen in plaats van echte onroerende zaken). Deze nuancering is voor de praktijk van groot belang, omdat dossiers waarin dit soort vragen voorliggen vaak gaan om aanzienlijke belangen. Benieuwd hoe dit in uw situatie uitwerkt? Neem dan contact op.

Civra-Hoge-resolutie-voor-afdruk-zonder-logo-in-Adobe-93-scaled-aspect-ratio-200-200

Fiscale vraag?

Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kennisbank. Lees ook artikelen over: