Stel een vraag
De regels bij de herziening van btw
ArtikelenOmzetbelasting kopieer en deel Naar kennisbank

De regels bij de herziening van btw

  • Publicatiedatum 16 nov 2025
  • Aanpassingsdatum 16 nov 2025
  • Leestijd 5 min

Ondernemers hebben het recht om – onder voorwaarden – de aan hen in rekening gebrachte btw in aftrek te brengen. Met betrekking tot de meeste goederen en diensten staat de omvang van het aftrekrecht aan het einde van het jaar van ingebruikneming vast. Dat is niet het geval bij zogenaamde investeringsgoederen. Deze goederen dient de ondernemer vijf jaar (roerend) of tien jaar (onroerend) goed te volgen. Vanaf 2026 gaat dit vermoedelijk ook gelden voor bepaalde diensten aan onroerende zaken. Dit artikel behandelt de regels die gelden met betrekking tot de herziening van btw.

Waarom moet er herziening van de afgetrokken btw plaatsvinden?

Het aftrekken van btw heeft tot doel om belastingplichtigen te ontlasten van de btw die is verschuldigd in het kader van de eigen economische activiteit. Dit waarborgt de neutraliteit van de fiscale druk op alle economische activiteiten, mits deze activiteiten zelf aan btw zijn onderworpen. De regels met betrekking tot de herziening van afgetrokken btw hangen hiermee samen. Btw-herziening is bedoeld om de precisie van de aftrek te vergroten. Via herziening wordt de oorspronkelijk toegepaste btw-aftrek aangepast als deze hoger of lager is dan waartoe de belastingplichtige was gerechtigd. Dat is meestal het gevolg van een gewijzigde verhouding tussen btw-belast en btw-vrijgesteld gebruik. Het eerste herzieningsmoment vindt plaats aan het einde van het jaar van ingebruikneming. Tenzij sprake is van zogenaamde investeringsgoederen is daarna de kous af. Het vervolg van dit artikel richt zich op de herziening van btw bij investeringsgoederen.

De herziening van btw op investeringsgoederen

Nederland kent een regeling met betrekking tot de herziening van btw op zogenaamde investeringsgoederen. Bij investeringsgoederen geldt een langere herzieningsperiode. Die periode beoogt onjuistheden in de btw-aftrek te voorkomen, met name wanneer zich later wijzigingen voordoen in elementen die in aanmerking zijn genomen bij het bepalen van het bedrag van de btw-aftrek. Dit soort wijzigingen zijn met name te verwachten bij goederen die in de loop van de jaren een andere bestemming kunnen krijgen (investeringsgoederen). De verhouding tussen btw-belaste en btw-vrijgestelde activiteiten wordt aangeduid als de ‘pro rata’, tenzij het werkelijke gebruik anders ligt. Nederland heeft ervoor gekozen om de volgende zaken als investeringsgoederen aan te merken:

  • Onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen.
  • Roerende zaken waarop de ondernemer voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting afschrijft of zou kunnen afschrijven als hij daaraan was onderworpen.

Ten aanzien van het aftrekrecht geldt dat investeringsgoederen in aanmerking komen voor vermogensetikettering.

Herziening van btw op diensten

Lidstaten hebben de mogelijkheid om ook een herzieningsregeling in te voeren voor diensten. Het moet dan gaan om diensten die kenmerken hebben die vergelijkbaar zijn met de kenmerken die doorgaans aan investeringsgoederen worden toegeschreven. Er moet dan sprake zijn van diensten die vergelijkbaar zijn met investeringsgoederen. Het vergelijk moet voornamelijk worden gezocht in de economische levensduur en de mogelijkheid van een wijziging in het daadwerkelijk gebruik van de goederen waarop de diensten betrekking hebben. In Nederland zal een dergelijke herzieningsregeling op diensten naar verwachting per 2026 worden ingevoerd (lees hier meer over dit wetsvoorstel).

De herzieningsperiode in de btw bij investeringsgoederen

Zoals eerder aangegeven is voor niet-investeringsgoederen de aftrek na het jaar van ingebruikneming definitief vast komen te staan. Investeringsgoederen moeten een langere periode worden gevolgd. Roerende investeringsgoederen dienen na het jaar van ingebruikneming nog vier jaar te worden gevolgd. Onroerende investeringsgoederen dienen na het jaar van ingebruikneming nog negen jaar te worden gevolgd. Tijdens deze herzieningsperiode moet de ondernemer aan het einde van ieder jaar beoordelen of het daadwerkelijke gebruik voor belaste prestaties overeenkomt met het oorspronkelijke met de genomen btw-aftrek. De herziening vindt steeds plaats op basis van 1/5e respectievelijk 1/10e deel van de genomen btw-aftrek. Een voorbeeld kan dit verduidelijken.

Voorbeeld btw-herziening

Dit voorbeeld is gebaseerd op een voorbeeld van de website van de Belastingdienst.

Een ondernemer werkt als boekhouder (btw-belast) en verzekeringsagent (btw-vrijgesteld). Hij koopt een pand. De aankoopwaarde bedraagt € 400.000 en de verschuldigde btw bedraagt € 84.000 (21%).

In het jaar van ingebruikneming is de omzet uit de boekhoudactiviteiten 65% en de omzet uit het werk als verzekeringsagent 35%. De btw-aftrek bedraagt 65% van € 84.000 = € 54.600.

In de daaropvolgende negen jaar dient ieder jaar te worden herzien over 1/10e btw. Dat gaat als volgt.

In het tweede jaar is de omzet voor 85% toerekenbaar aan boekhoudactiviteiten en voor 15% aan werkzaamheden als verzekeringsagent. Oorspronkelijk is 65% aan btw verrekend. Het verschil met 85% is 20%-punt. Aangezien dit verschil groter is dan 10% vindt herziening plaats. De omvang van de herziening bedraagt 20% van 1/10e deel van de btw. Dat is € 8.400 * 20% = € 1.680. Het terugvragen van dit bedrag gebeurt in de laatste btw-aangifte over het tweede jaar.

Vervreemding van investeringsgoederen tijdens de herzieningsperiode

Het komt regelmatig voor dat ondernemers tijdens de herzieningsperiode investeringsgoederen verkopen. Bijvoorbeeld dat de ondernemer uit het hiervoor beschreven voorbeeld, na zes jaar besluit het pand te verkopen. Als gevolg van een dergelijke vervreemding vindt in het tijdvak van de levering van het goed een herziening ineens plaats. Is de levering btw-belast, dan werkt de fictie dat de ondernemer wordt geacht het investeringsgoed te hebben gebruikt voor btw-belaste handelingen. Bij een btw-vrijgestelde levering wordt de ondernemer geacht het investeringsgoed te hebben gebruikt voor btw-vrijgestelde handelingen. Bij een dergelijke herziening ineens wordt rekening gehouden met het percentage dat reeds aan btw is teruggevraagd.

Advies inzake de herziening van btw

De jaarlijkse herziening van btw op investeringsgoederen kan financieel een behoorlijke impact op de onderneming hebben. Zeker als sprake is van jaarlijkse wisselende omzetten uit btw-belaste en btw-vrijgestelde prestaties, verdient dit onderwerp de aandacht van de ondernemer. Ook bij verkoop van een investeringsgoed tijdens de herzieningsperiode moet er aandacht zijn voor de fiscale gevolgen. Hebt u vragen over dit onderwerp? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op.

Civra-Hoge-resolutie-voor-afdruk-zonder-logo-in-Adobe-93-scaled-aspect-ratio-200-200

Fiscale vraag?

Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kennisbank. Lees ook artikelen over: