Pauzedrankje tijdens theatervoorstelling is voor de btw een afzonderlijke prestatie – Hoge Raad 2026
- Publicatiedatum 16 mrt 2026
- Aanpassingsdatum 16 mrt 2026
- Leestijd 8 min
Is het btw-tarief voor het verlenen van toegang tot een theatervoorstelling ook van toepassing op het pauzedrankje? Volgens de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2026:280) is dat niet het geval. Het aanbieden van een pauzedrankje is een zelfstandig belaste prestatie. Deze prestatie gaat niet op in het verlenen van toegang tot een theatervoorstelling, ook niet als sprake is van één prijs. Dit betekent dat, als het pauzedrankje alcoholhoudend is, op deze verstrekking het algemene btw-tarief van toepassing is. Op het verlenen van toegang tot de voorstelling is (en blijft) het lage btw-tarief van toepassing.
Wat oordeelt de Hoge Raad over het btw-tarief op een pauzedrankje?
De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2026:280) oordeelt in dit arrest dat:
- Het aanbieden van een pauzedrankje tijdens een theatervoorstelling kwalificeert als een zelfstandige prestatie.
- De zelfstandige prestatie van het aanbieden van een pauzedrankje gaat niet op in het verlenen van toegang tot een theatervoorstelling.
- Voor zover het alcoholhoudende dranken betreft, is het algemene btw-tarief van toepassing.
Theater hanteert ticketprijs inclusief (alcoholhoudend) pauzedrankje
De belanghebbende in deze zaak heeft een theater. Zij verkoopt tickets die toegang geven tot voorstellingen. In de prijs is een pauzedrankje inbegrepen. Zodra de pauze begint is het mogelijk om een alcoholhoudend of alcoholvrij drankje te pakken. Bezoekers hebben niet de mogelijkheid om een kaartje zonder pauzedrankje te kopen. Willen bezoekers meer dan één drankje, dan zijn daaraan kosten verbonden. Het theater brengt aan de bezoekers het verlaagde btw-tarief in rekening. Dat doet zij over de gehele prijs. De verkoop van alcoholhoudende dranken is echter onderworpen aan het normale btw-tarief.
Wat is het fiscale geschil over btw op pauzedrankjes van theater?
In deze zaak zijn de volgende standpunten ingenomen:
- Het theater is van mening dat op de gehele toegangsprijs het lage btw-tarief van toepassing is. Het verstrekken van een pauzedrankje is een bijkomende prestatie die opgaat in de hoofdprestatie. De hoofdprestatie is het verlenen van toegang tot een theatervoorstelling.
- De inspecteur is van mening dat het verlenen van toegang tot de voorstelling en het verstrekken van een pauzedrankje verschillende prestaties zijn. Het verlenen van de toegang is belast tegen het lage tarief, maar het tijdens de pauze verstrekken van alcoholhoudende dranken is belast tegen het normale tarief.
De inspecteur besluit om een naheffingsaanslag op te leggen. Die naheffingsaanslag leidt tot de procedure die ik in dit artikel behandel. De procedure kent wisselende uitkomsten. Bij de rechtbank trekt de inspecteur aan het langste eind, bij het gerechtshof de belanghebbende, maar de Hoge Raad valt terug op het oordeel van de rechtbank.
Wanneer is er sprake van een samengestelde prestatie voor de btw?
Als hoofdregel geldt dat elke handeling zelfstandig moet worden beschouwd. Soms moeten afzonderlijke prestaties echter worden beschouwd als één handeling. Dat is het geval als er sprake is van meerdere elementen die zo nauw verbonden zijn, dat splitsing kunstmatig zou zijn. Dit doet zich ook voor als een ondernemer een reeks handelingen verricht waarvan er een of meer als ‘hoofdprestatie’ hebben te gelden en de andere daaraan ‘bijkomend’ zijn. In dat geval delen de bijkomende prestatie in het fiscale lot (het btw-tarief) van de hoofdprestatie. Van een bijkomende prestatie is in elk geval sprake als dat element voor de gemiddelde consument geen doel op zich is, maar een middel om optimaal gebruik te maken van de hoofdprestatie.
Rechtbank acht verstrekken van pauzedrankje een afzonderlijke belaste prestatie
Volgens de rechtbank heeft de inspecteur terecht nageheven (ECLI:NL:RBZWB:2023:520). Het verstrekken van het pauzedrankje is niet zo nauw met de toegang tot de voorstelling verbonden, dat sprake is van één ondeelbare prestatie. Ook is geen sprake van een bijkomende prestatie die deelt in het fiscale lot van de hoofdprestatie. Het pauzedrankje maakt het bezoek weliswaar aangenamer, maar brengt niet mee dat het bezoeken van de voorstelling optimaler wordt. Voor de gemiddelde bezoeker dient het pauzedrankje een afzonderlijk belang.
- Dit leidt tot het oordeel dat over de verstrekking van het alcoholhoudende pauzedrankje het algemene btw-tarief van 21% verschuldigd is.
Gerechtshof meent dat pauzedrank als bijkomende prestatie opgaat in theaterbezoek
Volgens het Hof (ECLI:NL:GHSHE:2023:3098) is er geen sprake van één samengestelde prestatie, maar is het verstrekken van het pauzedrankje wel een bijkomende prestatie. Zij oordeelt eerst dat het pauzedrankje vanuit het perspectief van de gemiddelde bezoeker een afzonderlijk belang dient.
- Bezoekers die besluiten geen drankje te nemen in de pauze hebben bij het drankje geen belang.
- Voor bezoekers die besluiten wel een drankje te nemen, verandert er niets aan de voorstelling.
Volgens het Hof is er daarom sprake van twee zelfstandige prestaties: het bieden van toegang tot de voorstelling en het aanbieden van het (alcoholhoudende) pauzedrankje. Het aanbieden van het pauzedrankje is echter wel een bijkomende prestatie die het fiscale lot van de hoofdprestatie deelt. Voor de gemiddelde bezoeker zal het pauzedrankje namelijk geen doel op zich vormen. Het is bedoeld om het bezoek aantrekkelijker te maken. Omdat er sprake is van een bijkomende prestatie, dient het pauzedrankje het btw-regime van de hoofdprestatie (het theaterbezoek) te volgen. Het theater heeft daarom terecht het lage btw-tarief over de gehele vergoeding toegepast.
- Dit leidt tot het oordeel dat over de verstrekking van het alcoholhoudende pauzedrankje het lage btw-tarief van 9% verschuldigd is.
Wat voert de Staatssecretaris in cassatie aan over de btw op het pauzedrankje?
De Staatssecretaris voert in cassatie het volgende aan:
- Het Hof heeft op de verkeerde manier getoetst of sprake is van een bijkomende prestatie.
- Het Hof oordeelt eerst dat een pauzedrankje een eigen belang dient en dat bezoekers een drankje ook kunnen overslaan. Volgens de Staatssecretaris kan een prestatie niet tegelijk zelfstandig en bijkomend zijn.
Waarom is volgens de Hoge Raad het pauzedrankje een aparte prestatie voor de btw?
De Hoge Raad wijst erop dat de verlaagde btw-tarieven strikt moeten worden uitgelegd. Dat geldt ook bij het aanwijzen van een hoofdprestatie die aan het verlaagde tarief is onderworpen, terwijl bepaalde bijkomende prestaties dat niet zijn. Het Hof zag in deze zaak twee prestaties: het bezoeken van de voorstelling en het verstrekken van het pauzedrankje. Volgens de Hoge Raad merkt de Staatssecretaris terecht op dat het verstrekken van een drankje in de pauze niet kan worden aangemerkt als middel om optimaal van de voorstelling gebruik te maken. Het pauzedrankje dient een eigen belang en is niet van belang voor de uitvoering van de voorstelling. Nu vaststaat dat het pauzedrankje geen middel is om optimaal van de voorstelling te genieten, is voor de bezoeker sprake van een zelfstandig doel.
- Daaraan doet niet af dat in de ticketprijs het drankje is inbegrepen, zodat het bezoek aantrekkelijker wordt gemaakt. Die omstandigheid leidt niet tot een samengestelde prestatie, omdat het drankje voor de voorstelling niet van belang is.
- Ook is niet van belang dat de bezoeker in wezen een compleet arrangement krijgt (drankje, garderobe, et cetera). Dit maakt eveneens niet dat het pauzedrankje een element van het theaterbezoek wordt.
Hoe komt de Hoge Raad tot het oordeel dat een alcoholhoudend pauzedrankje belast is met 21%-btw?
Het verstrekken van het pauzedrankje is belast tegen 21% btw voor zover het gaat om alcoholhoudende dranken. Voor deze situatie heeft het theater nog betoogd dat deze prestatie een gelijksoortige functie heeft als het vooraf kopen van kaartjes en het gebruiken van de garderobe. Het gelijkheidsbeginsel noopt dan tot toepassing van het verlaagde tarief. Hier gaat de Hoge Raad niet in mee. Garderobefaciliteiten ontlasten de bezoeker van het tijdens de voorstelling bij zich moeten houden van kleding en bagage. Ook reserveringskosten voor een kaartje dienen de voorstelling. Daarmee vervullen zij een wezenlijk andere functie dan het aanbieden van een pauzedrankje.
- De inspecteur heeft de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
Wat is het praktijkbelang van deze zaak over het btw-tarief op een pauzedrankje?
De Hoge Raad hecht veel waarde aan het feit dat het pauzedrankje geen belang dient in het kader van het genieten van de voorstelling. Dit in tegenstelling tot het aanbieden van bijvoorbeeld garderobefaciliteiten. Toch roept deze zaak nog een paar vragen op. Bijvoorbeeld hoe het oordeel was uitgevallen als het drankje tijdens de voorstelling was verstrekt. Het is niet ondenkbaar dat in die situatie wel sprake is van een bijkomende prestatie, maar aan de andere kant leidt het pauzedrankje ook dan niet tot een meer optimaal genot van de voorstelling. Voor aanbieders van voorstellingen en (dag)evenementen is dit een belangrijk arrest dat de nodige duidelijkheid biedt. Deze partijen doen er goed aan om hun btw-positie te controleren en waar nodig de berekening van de btw op toegangsbewijzen te herzien. Hebt u daar vragen over, neem dan contact op.
Bronnen:
- Hoge Raad 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:280 (Pauzedrankje is afzonderlijke belaste prestatie voor de btw).
- Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 27 september 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:3098 (Pauzedrankje is weliswaar een afzonderlijke prestatie, maar is bijkomend aan de hoofdprestatie van het theaterbezoek).
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 januari 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:520 (Pauzedrankje is zelfstandige prestatie en gaat niet op in verlenen van toegang tot theatervoorstelling).
Separate procedures die hiermee zijn gedaan:
- Hoge Raad 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:405.
- Hoge Raad 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:407.
- Hoge Raad 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:408.
Meer over dit thema:
Fiscale vraag?
Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.
"*" geeft vereiste velden aan