Kabinet beantwoordt vragen over pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s
- Publicatiedatum 01 feb 2026
- Aanpassingsdatum 03 aug 2026
- Leestijd 3 min
Op 22 oktober 2025 is een nota verschenen waarin het kabinet verschillende vragen over de pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s beantwoordt.[1] De voorgestelde maatregel gaat per 1 januari 2027 en leidt ertoe dat de werkgever die een niet-emissievrije personenauto ter beschikking stelt aan een werknemer, geconfronteerd wordt met een heffing van 12% over de waarde van de personenauto.[2] Een uitzondering geldt als de personenauto niet voor privédoeleinden ter beschikking staat. Over deze maatregel is een flink aantal vragen gesteld. Enkele interessante passages hebben wij in dit artikel opgenomen.
De pseudo-eindheffing fossiele personenauto geldt alleen in de loonbelasting
Het kabinet bevestigt dat de maatregel alleen van toepassing is als een fossiele personenauto aan een werknemer ook voor privédoeleinden ter beschikking staat. Daarom is de maatregel opgenomen in de loonbelasting. Personenauto’s van ZZP’ers (niet zijnde een DGA) of personenauto’s van verhuurbedrijven die niet ter beschikking worden gesteld aan eigen werknemers, vallen daarom niet onder de regeling. Naar verwachting vallen 925.000 personenauto’s onder de regeling.
Verhaal van de pseudo-eindheffing op de werknemer is niet toegestaan
De vraag is gesteld of het mogelijk is om indirect de pseudo-eindheffing op de werknemer te verhalen, bijvoorbeeld door een hogere eigen bijdrage voor privégebruik te berekenen. Het kabinet bevestigt dat dit niet is toegestaan. De pseudo-eindheffing mag niet direct of indirect op de werknemer worden verhaald. Doet de werkgever dat wel, dan is dat in strijd met de wet. Een eigen bijdrage is alleen toegestaan als deze ziet op het privégebruik van de auto. Dat is niet het geval als de eigen bijdrage onrechtmatig wordt gebracht om een werkgeversheffing te compenseren.
Definitie woon-werkverkeer voor de pseudo-eindheffing fossiele personenauto
Voor de definitie van woon-werkverkeer sluit het kabinet aan bij de definitie zoals die in de omzetbelasting geldt. Het gaat dan om het heen- of terugreizen van de woon- of verblijfplaats naar de vaste werkplaats waar de werknemer een of meerdere dagen zijn werkzaamheden verricht. Het vestigingsadres van de inhoudingsplichtige kwalificeert ook als een vaste werkplaats.
Overgangsrecht pseudo-eindheffing fossiele personenauto sluit aan bij de personenauto
Het overgangsrecht sluit aan bij de personenauto, omdat werkgevers regelmatig gebruikmaken van poolauto’s. Dergelijke personenauto’s worden opeenvolgend aan verschillende werknemers ter beschikking gesteld. Door aansluiting te zoeken bij de personenauto en niet bij de werknemer, heeft de werkgever voldoende tijd om zijn wagenpark – desgewenst – aan te passen. Het kabinet geeft aan de signalen dat het praktisch onhaalbaar is voor werkgevers om per 2027 voor een deel van de personenauto’s te elektrificeren niet te herkennen. Ook verwacht het kabinet niet dat veel werkgevers hun toevlucht zullen zoeken in kilometervergoedingen of mobiliteitsbudgetten. Uit een kwantitatieve analyse is gebleken dat dit veelal duurder is.
Pseudo-eindheffing stelt werkgevers voor een uitdaging
Werkgevers worden vanaf 1 januari 2027 geconfronteerd met de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto's. Dat vereist in 2026 al de nodige voorbereiding. Het autobeleid en de lopende terbeschikkingstellingen dienen in kaart te worden gebracht en te worden beoordeeld. Ook dient tijdig een besluit te worden genomen over de wijze waarop vanaf 2027 personenauto's aan het personeel ter beschikking worden gesteld. Hebt u daarover vragen, neem dan contact met ons op.
Bronnen:
[1] Kamerstukken II 2025/26, 36812, nr. 16 (NnavV bij het Belastingplan 2026).
Fiscale vraag?
Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.
"*" geeft vereiste velden aan