Stel een vraag
Verhoging bijtelling elektrische auto en het eigendomsrecht van het EVRM
AutoJurisprudentieLoonheffingen kopieer en deel Naar kennisbank

Verhoging bijtelling elektrische auto en het eigendomsrecht van het EVRM

  • Publicatiedatum 16 nov 2025
  • Aanpassingsdatum 18 nov 2025
  • Leestijd 6 min

De afgelopen jaren heeft de wetgever flink gedraaid aan de knoppen van de bijtellingspercentages. Zo is het effectieve tarief voor de elektrische auto vrijwel jaarlijks gewijzigd. Deze tariefsverhogingen worden vaak in de loop van het voorafgaande kalenderjaar aangekondigd. Zo werd de verhoging van het tarief per 2020, aangekondigd in juni 2019. De situatie kan zich dan voordoen dat er voor een werknemer al een elektrische auto is besteld die pas in 2020 wordt geleverd. Op die auto is dan het nieuwe (hogere) tarief van toepassing. Aangezien de keuze al gemaakt was voordat de wetswijziging werd aangekondigd, voelt dit voor belastingplichtigen onrechtvaardig aan. Op 10 juli 2025 oordeelde de rechtbank dat voor deze groep belastingplichtigen sprake kan zijn van een schending van het eigendomsrecht. In dit artikel behandel ik de strijdigheid van de verhoging van de bijtelling voor elektrische auto’s met het eigendomsrecht van het EVRM. Zodra het hoger beroep heeft gediend wordt dit artikel aangevuld.

Lange levertijden elektrische auto leiden tot hogere bijtelling

De belastingplichtige in deze zaak is in 2020 in loondienst. Op 2 april 2019 bestelt de werkgever een elektrische auto. Die is bedoeld om aan de werknemer ter beschikking te stellen voor zakelijke en privédoeleinden. De uiteindelijke datum van eerste toelating en tenaamstelling is 20 mei 2020. De auto heeft een uitstoot van 0 gram CO2 per kilometer. In 2019 lag het bijtellingspercentage voor deze auto effectief op 4%. Als gevolg van een wetswijziging is dat in 2020 8%. Voor auto’s met een datum van eerste toelating in 2019 blijft voor een periode van 60 maanden de (effectieve) 4% van toepassing. De werkgever berekent de bijtelling vanaf 20 mei 2020 met inachtneming van deze 8%. De werknemer is het daarmee oneens. In zijn aangifte inkomstenbelasting corrigeert hij de bijtelling handmatig naar 4%. De Belastingdienst is het met deze correctie oneens.

Belastingplichtige meent dat wetgever onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld

De belastingplichtige meent dat het lagere bijtellingstarief van 2019 van toepassing is. Hij merkt op dat hij voor een voldongen feit is geplaatst door de aankondiging van de verhoging van de bijtelling in 2019. Het was toen al niet meer mogelijk om van de bestelde auto af te zien zonder forse kosten te maken in de vorm van een afkoopsom. De belastingplichtige meent dat de wetgever niet zorgvuldig genoeg heeft gekeken naar individuele gevallen bij het doorvoeren van deze wetswijziging. Als hij op het bestelmoment had geweten van de aanstaande wetswijziging, dan had hij een andere keuze gemaakt. De inspecteur is een andere mening toegedaan. Volgens hem is het bestelmoment niet van belang en gaat het alleen om de datum van eerste toelating. Ook had de werknemer een auto kunnen kopen die al in Nederland was of had de eerste toelating voor de verkoop kunnen plaatsvinden.

Toetsingskader bij beroep op schending eigendomsrecht van het EVRM

De belastingplichtige meent dat het niet opnemen van overgangsrecht voor situaties waarin voor de aankondiging van de wetswijziging al onomkeerbare (financiële) verplichtingen zijn aangegaan. Als uitgangspunt geldt dat belastingheffing een toegestane inbreuk op het eigendomsrecht vormt. Bij het maken van wetgeving heeft de wetgever een ruime beoordelingsmarge. De rechter zal in dit geval slechts ingrijpen als het oordeel van de wetgever evident van redelijke grond is ontbloot. Daarbij is het relevant of er een ‘fair balance’ aanwezig is tussen het doel en de bescherming van individuele rechten. Een fair balance is niet aanwezig als de invoering van een nieuwe of zwaardere heffing in strijd is met de verwachtingen van betrokkenen, tenzij het reparatiewetgeving betreft of er dwingende redenen zijn. Dit zijn de relevante kaders bij het beoordelen of de verhoging (verdubbeling) van de bijtelling in deze situatie leidt tot een schending van het eigendomsrecht van het EVRM.

Rechtbank (2025): Belastingplichtige mocht gerechtvaardigd vertrouwen op bijtellingspercentage

Uit de wetsgeschiedenis kan de rechtbank niet afleiden dat de wetgever situaties zoals die van deze belastingplichtige heeft meegewogen. Hij lijkt slechts oog te hebben gehad voor werknemers die in 2020 een nieuwe auto zouden uitzoeken. Ook meent de rechtbank dat de wetgever bekend kon zijn met de lange levertijden, maar niet heeft nagedacht over de gevolgen hiervan. Volgens de rechtbank had deze groep belastingplichtigen tot aan de aankondiging op 28 juni 2019 van de aanstaande wetswijziging de gerechtvaardigde verwachting dat de wetgever zich aan de bestaande plannen zou houden. Van een situatie van ‘reparatiewetgeving’ of ‘dringende redenen’ is volgens de rechtbank geen sprake. Tot 28 juni 2019 mocht de belastingplichtige er daarom op vertrouwen dat de wetgever het bijtellingspercentage niet zomaar zou verhogen zoals is gebeurd. De datum van 28 juni 2019 vormt daarmee ook het keerpunt voor de aanwezigheid van gerechtvaardigd vertrouwen.

Rechtbank (2025): Verhoging bijtelling in deze situatie schending van het EVRM

De rechtbank oordeelt dat de wetgever de gerechtvaardigde verwachtingen van de belastingplichtige heeft geschaad. Daardoor is er geen sprake van de vereiste ‘fair balance’. Het ging weliswaar (te) hard met de verkoop van elektrische auto’s, maar van een acute financiële noodtoestand of een dreigend gat in de begroting was geen sprake. Ook zal de groep belastingplichtigen die dit aangaat niet zodanig groot zijn dat een dergelijke risico was ontstaan bij het treffen van een overgangsregeling. Er is daarom, ondanks de ruime beoordelingsmarge die de wetgever heeft, sprake van een schending van het eigendomsrecht. Die schending bestaat jegens belastingplichtigen die op 28 juni 2019 redelijkerwijs onomkeerbare (financiële) verplichtingen waren aangegaan. De rechtbank biedt rechtsherstel door het bijtellingspercentage te stellen op het percentage van voor de wetswijziging, zijnde 4%.

Advies over verhoging bijtelling en schending van het EVRM

De belastingplichtige trekt in deze zaak aan het langste eind. Er is echter een hoger beroep aangekondigd. Het gevolg daarvan is dat deze uitspraak nog niet onherroepelijk vaststaat. Belastingplichtigen die menen in dezelfde situatie te verkeren doen er goed aan om te beoordelen of het voor hen nog mogelijk is om in bezwaar te gaan om mogelijk te profiteren van een goede uitkomst in hoger beroep. Het gaat dan in elk geval om belastingplichtigen die:

  • Voor de datum van aankondiging van een verhoging van de (effectieve) bijtelling een onherroepelijke verplichting tot aanschaf van een elektrische auto zijn aangegaan; en
  • Van wie die elektrische auto een datum van eerste toelating in het volgende jaar heeft. Ligt die datum in het aanschafjaar, dan is immers de 60-maandenregeling van toepassing.

Hebt u vragen over dit onderwerp? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op.

Civra-Hoge-resolutie-voor-afdruk-zonder-logo-in-Adobe-93-scaled-aspect-ratio-200-200

Fiscale vraag?

Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kennisbank. Lees ook artikelen over: