Stel een vraag
Verduidelijking van de fietsregeling in de inkomstenbelasting en loonbelasting met terugwerkende kracht
InkomstenbelastingLoonheffingenNieuws kopieer en deel Naar kennisbank

Verduidelijking van de fietsregeling in de inkomstenbelasting en loonbelasting met terugwerkende kracht

  • Publicatiedatum 17 sep 2025
  • Aanpassingsdatum 13 nov 2025
  • Leestijd 3 min

Sinds 1 januari 2020 kent de wet een regeling voor de terbeschikkingstelling van de fiets van de zaak. Op grond van deze regel is een bijtelling van 7% van toepassing. De regel is destijds ingevoerd om het eenvoudiger te maken om een fiets ter beschikking te stellen. De regeling lijkt in deze doelstelling te slagen, maar er is ook een knelpunt gesignaleerd. Dat knelpunt doet zich met name voor bij deelfietsen (zoals ov-fietsen) die voor het laatste stuk woon-werkverkeer worden gebruikt. De wetgever heeft in het Belastingplan 2026 een regeling opgenomen om dit knelpunt te verhelpen. Dat gebeurt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020. Dit artikel gaat over de verduidelijking in de fietsregeling.

Verduidelijking fietsregeling ziet op fictie van privégebruik

Om de regeling eenvoudig te houden voor de werkgever en de werknemer is er een belangrijke fictie opgenomen. Die houdt in dat een fiets in elk geval wordt geacht voor privédoeleinden ter beschikking te staan als deze ook ter beschikking staat voor woon-werkverkeer. In de praktijk leidt dit tot discussies over bijvoorbeeld hubfietsen en ov-fietsen. In deze situaties is namelijk, ondanks een beperkt gebruik, toch bijtelling verschuldigd omdat die fietsen ter beschikking staan voor woon-werkverkeer. De wetgever beschouwt dit als een ongewenst knelpunt in de regeling.

Introductie van een nihilbijtelling in de fietsregeling in de inkomstenbelasting en loonbelasting

Om het knelpunt aan te pakken komt de wetgever met een bijtelling van nihil in de fietsregeling. Deze is van toepassing als een fiets niet meer dan bijkomstig (10%) bij het woon- of verblijfadres wordt gestald. Van stallen bij het woon- of verblijfadres is in elk geval geen sprake als de werknemer/ondernemer in de periode waarin de fiets zich bij het woon- of verblijfadres bevindt, de beschikkingsmacht niet heeft. Bijvoorbeeld omdat hij de fiets heeft ‘afgemeld’ via de app. Houdt hij de sleutel in bezit, dan is wel sprake van stallen. Als een fiets regelmatig (dus meer dan 10%) thuis wordt gestald, dan is de bijtelling van nihil niet van toepassing. Het is aan de werkgever en de werknemer (of aan de ondernemer) om aannemelijk te maken dat aan deze uitzondering is voldaan. Het kabinet verwacht dat slechts in uitzonderingssituaties bijtelling voor een gedeelde fiets moet plaatsvinden. Dezelfde regels gelden bij het vergoeden van een deelfietsabonnement.

Verduidelijking fietsregeling leidt tot administratieve lastenverzwaring

De voorgestelde oplossing met een bijtelling van nihil klinkt sympathiek, maar kan voor betrokkenen wel leiden tot een administratieve lastenverzwaring. Met name de toetsing aan de 10%-norm en het leveren van bewijs kan ingewikkeld zijn. Voor bepaalde situaties is dit wel een goede oplossing. Denk aan een ov-fiets die alleen in gebruik is tussen de werkplaats en het treinstation. Voor overige situaties is het van belang om deze verduidelijking van de fietsregeling in de inkomstenbelasting en de loonbelasting goed te verwerken in de administratieve processen. Hebt u vragen over dit onderwerp? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op.

Civra-Hoge-resolutie-voor-afdruk-zonder-logo-in-Adobe-93-scaled-aspect-ratio-200-200

Fiscale vraag?

Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kennisbank. Lees ook artikelen over: