Stel een vraag
Europol-vergoeding vrijgesteld van Nederlandse inkomstenbelasting wegens interne EU-heffing – Hoge Raad 2026
InkomstenbelastingInternationaal belastingrechtJurisprudentieLoonheffingen kopieer en deel Naar kennisbank

Europol-vergoeding vrijgesteld van Nederlandse inkomstenbelasting wegens interne EU-heffing – Hoge Raad 2026

  • Publicatiedatum 22 feb 2026
  • Aanpassingsdatum 22 feb 2026
  • Leestijd 8 min

Is een vergoeding van een EU-organisatie (zoals Europol) vrijgesteld van Nederlandse inkomstenbelasting? De Hoge Raad heeft die vraag beantwoord voor een vergoeding wegens dienstongevallen in zijn arrest van 6 februari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:206). Aangezien de vergoeding valt binnen de reikwijdte van de interne belastingheffing, komt nationale heffing niet aan de orde. Het arrest verduidelijkt wanneer er sprake is van onderworpenheid aan interne EU-belastingheffing, ook als er feitelijk geen belastingheffing plaatsvindt. 

In het kort: wanneer is een Europol-vergoeding vrijgesteld van Nederlandse inkomstenbelasting?

In dit arrest oordeelt de Hoge Raad samengevat het volgende:

  • Onder het recht tot 2010 maakt een vergoeding van Europol wegens een beroepsziekte of ongeval onderdeel uit van de interne heffingsgrondslag van Europol. In Nederland geldt dan een vrijstelling van inkomstenbelasting.
  • Onder het recht vanaf 2010 maakt een vergoeding van Europol wegens een beroepsziekte of ongeval onderdeel uit van de belastingheffing ten bate van de Europese Unie. In Nederland geldt dan een vrijstelling van inkomstenbelasting.

Twee dienstongevallen tijdens Europol-detachering leiden tot vergoeding

De belanghebbende werkt een aantal jaar voor Europol (de Europese politiedienst). In 2001 is hij slachtoffer van twee dienstongevallen die tot blijvend letsel leiden. Hij krijgt een vergoeding toegekend wegens blijvende gedeeltelijke invaliditeit. Die vergoeding is gebaseerd op het Europol-statuut. Europol houdt bij de uitbetaling geen belasting(en) in.

  • Europol ziet de vergoeding niet als loon of enig andere emolument en daarom heft Europol er geen belasting over. Het volledige bedrag is aan de belanghebbende uitbetaald.
  • De vergoeding is betaald vanwege de arbeidsongeschiktheid en de dienstongevallen.
  • Europol heeft geen adviezen gegeven over de belastingheffing in Nederland.

Inspecteur legt navorderingsaanslagen op

De uitbetaling van de vergoeding vindt in 2013 plaats. Belanghebbende neemt deze niet op in zijn aangifte inkomstenbelasting. De inspecteur legt navorderingsaanslagen over 2012 en 2013 op. Volgens de inspecteur behoort de vergoeding tot het belastbare inkomen uit werk en woning (box 1).

De standpunten van de belanghebbende en de inspecteur over de Europol-vergoeding

De belanghebbende is van mening dat hij de vergoeding niet hoeft aan te geven. Hij voert onder andere het volgende aan:

  • De vergoeding is toegekend door Europol en onderworpen aan de interne (eigen) belastingheffing van Europol. De vergoeding valt daarom niet binnen de reikwijdte van de Nederlandse belastingheffing.
  • Daarbij wijst belanghebbende er ook op dat de vergoeding op grond van het Europol-statuut bij Europol in mindering komt op de belastbare grondslag.
  • Verder is er naar maatschappelijke opvattingen geen sprake van een beloningsvoordeel en daarom niet van belastbaar loon.

De inspecteur is een andere zienswijze toegedaan. Hij voert onder andere aan:

  • Op het moment van het uitbetalen van de vergoeding was de belanghebbende al geen personeelslid meer.
  • De vergoeding is naar de regels van Europol geen salaris of ander emolument.
  • Europol heeft verklaard dat zij de vergoeding daarom niet belast. Nu van belastingheffing door Europol geen sprake is, is er ook geen vrijstelling van toepassing. Daarom mag Nederland belasting heffen over de vergoeding.

Rechtbank staat Nederlandse heffing over vergoeding Europol toe

De rechtbank (ECLI:NL:RBDHA:2020:12998) oordeelde dat de vergoeding niet valt onder de interne belastingheffing van Europol. Hiermee sluit de rechtbank aan bij een schriftelijke bevestiging van Europol. Ook weegt de rechtbank mee dat de belanghebbende op het genietingsmoment niet meer werkzaam was voor Europol. Aangezien de vergoeding niet onder de interne belastingheffing valt, hoeft Nederland geen vrijstelling te verlenen. De inspecteur mocht overgaan tot navordering. Voor die nationale heffing is volgens de rechtbank geen sprake van een vergoeding die voortvloeit uit de aansprakelijkheid van de werkgever en niet uit de dienstbetrekking. De schadevergoeding valt daarom binnen de loonsfeer.

  • Belanghebbende boekt in deze procedure wel een succes. Hij voert terecht aan dat het genietingsmoment in 2012 ligt. Dit leidt tot vernietiging van de navorderingsaanslag die over 2013 is opgelegd. 

Volgens het gerechtshof valt de Europol-vergoeding buiten de Nederlandse heffing

Het gerechtshof (ECLI:NL:GHDHA:2021:1988) komt tot een ander oordeel. Hij stelt voorop dat de vergoeding voortvloeit uit twee dienstongevallen die plaatsvonden toen belanghebbende gedetacheerd was aan Europol. De vergoeding is bedoeld voor immateriële schade en verlies aan arbeidskracht en is niet bedoeld voor verzorging. Verder vloeit de vergoeding voort uit het Europol-statuut. Daarmee is volgens het hof sprake van een vergoeding die wel onder de interne belastingheffing van Europol valt. Dat de uitbetaling na het einde van de detachering plaatsvindt is daarbij niet van belang. Het gaat erom wanneer de dienstongevallen plaatsvonden. Dat Europol de vergoeding vervolgens niet belast, doet eveneens niet ter zake.

  • Het gevolg is dat de vergoeding niet onder de reikwijdte van de Nederlandse belastingheffing valt. De navorderingsaanslag over 2012 wordt daarom vernietigd.

Staatssecretaris gaat in cassatie in zaak over Nederlandse heffing over Europol-vergoeding

De Staatssecretaris gaat in cassatie. Hij is het oneens met het oordeel van het Hof. Hij merkt in dat verband onder andere het volgende op:

  • De belanghebbende is niet aan de interne belastingheffing van Europol onderworpen. Hij was in 2012 (betaalmoment) daar niet in actieve dienst en alleen actieve personeelsleden zijn aan de interne heffing onderworpen.
  • De vergoeding is geen loon of overig emolument.

Is de Nederlandse rechter gebonden aan de uitlatingen van Europol?

De schriftelijke verklaringen van Europol zijn in deze zaak niet bindend voor de Nederlandse administratieve en rechterlijke autoriteiten. Dat komt omdat de uitlatingen van Europol niet zijn gericht op het vaststellen van de rechtspositie van een personeelslid van Europol. De uitlatingen zijn slechts informatief en voorlichtend van aard. Het gevolg hiervan is dat de Hoge Raad zich bevoegd acht zelfstandig te beoordelen of de vergoeding onder de interne belastingheffing van Europol valt.

Uitkomst zaak over Europol-vergoeding onder oud recht en huidig recht gelijk

De Hoge Raad wijst erop dat per 2010 de toepasselijke regels zijn veranderd. De vraag is welke regels op dit geval moeten worden toegepast. Dat is volgens de Hoge Raad voor deze zaak niet van belang, omdat de uitkomst onder beide stelsels gelijk is.

Waarom valt de vergoeding onder het oude recht onder de interne belastingheffing van Europol?

Onder het oude recht gold dat door Europol betaalde salarissen en emolumenten zijn onderworpen aan een interne belastingheffing. Daartegenover staat een vrijstelling van nationale inkomstenbelasting. Als de vergoeding niet als salaris of emolument kwalificeert, dan is deze geen onderdeel van de grondslag voor de interne belastingheffing. In het ‘Belastingaanhangsel’ van Europol is opgenomen dat vergoedingen bij beroepsziekte of ongeval in aftrek komen op de belastbare grondslag. Dit is voor de Hoge Raad een sterke indicator dat de vergoeding is onderworpen aan interne belastingheffing. Immers: het opnemen van dit type vergoedingen in de lijst van aftrekbare posten, duidt erop dat sprake is van een bestanddeel dat in beginsel onderdeel van de grondslag is.

  • De vergoeding kwalificeert onder het oude recht als onderdeel van de heffingsgrondslag van Europol. Dat er vervolgens een net zo grote aftrekpost tegenoverstaat, doet daaraan niet af.
  • Dat geldt ook voor het feit dat de belanghebbende op het betaalmoment niet meer kwalificeerde als personeelslid van Europol. Uit de regels volgt niet dat dit een vereiste is. Sterker nog: een dergelijke beperkte uitleg past niet goed binnen de geschetste kaders, omdat ook vergoedingen wegens/bij het beëindigen van de werkzaamheden onder de interne belastingheffing vallen.

Waarom is de vergoeding ook onder het huidige recht vrijgesteld van Nederlandse belastingen?

Ook onder het recht dat sinds 1 januari 2010 geldt zou de vergoeding zijn vrijgesteld. Sindsdien is het interne heffingsrecht op salarissen en emolumenten niet meer ten gunste van Europol, maar ten bate van de Europese Unie. Er geldt nog een vrijstelling van nationale belastingen als het salarissen of emolumenten van de Europese Unie betreft. Ook geldt er nog steeds geen vereiste van feitelijke onderworpenheid aan belastingheffing. Het vallen onder de bruto belastbare grondslag is reeds voldoende. De Hoge Raad oordeelt dat de vergoeding ook onder het nieuwe recht niet in Nederland belastbaar is.

Op welke onderdelen wijkt de Hoge Raad af van de conclusie van zijn A-G?

De Hoge Raad wijkt met dit arrest af van de conclusie van zijn A-G (ECLI:NL:PHR:2023:418). Die gaf in overweging om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het ging om de volgende vragen:

  • Europol heeft in 2012 aangegeven dat de vergoeding niet valt onder de interne belastingheffing. Is dat aan te merken als een vaststelling waaraan de Nederlandse rechter gebonden is?
  • Valt een vergoeding voor ongelukken tijdens diensttijd onder de interne belastingheffing als de belanghebbende op het moment van de vaststelling van de vergoeding en de uitkering ervan geen functie meer vervult bij Europol?
  • Als de beantwoording van de vorige vragen leidt tot tegenstrijdigheden, wat gaat dan voor?

De Hoge Raad heeft deze vragen echter niet gesteld.

Wat betekent dit arrest over de heffing over een Europol-vergoeding voor de praktijk?

Voor belanghebbenden die werken voor EU-organisaties biedt dit arrest belangrijke verduidelijkingen. Ten eerste gaat het er voor de vrijstelling van nationale belastingen om dat er sprake is van inkomen dat valt onder de reikwijdte van de interne heffing. Het is niet van belang of er feitelijk ook interne belasting wordt geheven. Ten tweede maakt de Hoge Raad duidelijk dat er ook sprake kan zijn van onderworpenheid als de belanghebbende niet meer actief werkzaam is voor de EU-organisatie. In bestaande situaties waarin een of beide van deze punten een rol spelen, is een fiscale herbeoordeling noodzakelijk. Hebt u daarbij hulp nodig, neem dan contact op.

Civra-Hoge-resolutie-voor-afdruk-zonder-logo-in-Adobe-93-scaled-aspect-ratio-200-200

Fiscale vraag?

Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kennisbank. Lees ook artikelen over: