Stel een vraag
Het nieuwe box 3-stelsel per 2028 (Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3)
ArtikelenInkomstenbelasting kopieer en deel Naar kennisbank

Het nieuwe box 3-stelsel per 2028 (Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3)

  • Publicatiedatum 19 sep 2025
  • Aanpassingsdatum 22 jan 2026
  • Leestijd 9 min

Dit artikel behandelt de belastingheffing in box 3 zoals die per 2028 werkt op grond van de Wet werkelijk rendement box 3. Aan de orde komt de invoering van de vermogensaanwasbelasting als hoofdregel en de vermogenswinstbelasting als uitzondering. De wetgever heeft hiervoor gekozen om langdurig uitstel van belastingheffing tegen te gaan. Ook leidt dit tot een stabielere inkomstenstroom. Verder ga ik in op het belasten van gerealiseerde en ongerealiseerde waardeontwikkelingen. Daarover zijn een aantal voorbeelden opgenomen. Ook is er aandacht voor het verschil tussen reguliere voordelen en vervreemdingsvoordelen, stortingen en onttrekkingen, het invoeren van een beperkte administratieplicht in box 3 en verliesverrekening. Dit artikel is gebaseerd op de informatie die beschikbaar is tot en met 12 augustus 2025. Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is nog niet aangenomen, dus er kunnen nog veranderingen optreden. Het artikel wordt daarop aangepast. Aan de heffing over onroerende zaken is een afzonderlijk artikel gewijd.

De vermogensaanwasbelasting in het nieuwe box 3-stelsel

Als hoofdregel geldt vanaf 2028 in box 3 een vermogensaanwasbelasting. Dat wil zeggen dat er belasting is verschuldigd over waardeontwikkelingen, ongeacht of deze zijn gerealiseerd. De grondslag voor de vermogensaanwasbelasting bestaat uit de volgende onderdelen:

  • De reguliere voordelen uit bezittingen en schulden, zoals rente, huur en dividend. Kosten die uitsluitend zijn gemaakt in het kader van de verwerving, inning of het behoud van deze voordelen zijn aftrekbaar.
  • De vermogensaanwas van het saldo van bezittingen en schulden.

De berekening van de vermogensaanwas vindt met een vermogensvergelijking plaats:

  • De waarde van de bezittingen en schulden aan het einde van het jaar.
  • Verminderd met de waarde daarvan aan het begin van het jaar.
  • Verminderd met stortingen. Hiertoe behoren ook kosten die zijn gemaakt ter verbetering of ter verkrijging van een bezitting.
  • Vermeerderd met onttrekkingen.

In de wet zijn de regels opgenomen met betrekking tot de waardering van bezittingen en schulden.

Voorbeeld vermogensaanwasbelasting in box 3 (ontleend aan de Memorie van Toelichting bij de Wet werkelijk rendement box 3)

Piet heeft een aandelenportefeuille. Hij koopt deze aan voor € 100. Aan het einde van het jaar is de waarde gestegen naar € 120 en in het jaar daarna stijgt de waarde verder naar € 140. In het eerste jaar ontvangt hij een dividend van € 10 en in het tweede jaar een dividend van € 5. In het derde jaar verkoopt hij de portefeuille voor € 175. Dat jaar ontvangt hij geen dividend. De heffing verloopt als volgt:

Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3
Waarde op 01-01 € 100 € 120 € 140
Vermogensaanwas € 20 € 20 € 35
Regulier voordeel € 10 € 5 € 0
Belastbaar voordeel € 30 € 25 € 35

In totaal is € 90 in de heffing betrokken. Dat is gelijk aan de waardestijging (€ 75) en het ontvangen dividend (€ 15).

De vermogenswinstbelasting in de Wet werkelijk rendement box 3

Voor onroerende zaken en aandelen of winstbewijzen in een startende onderneming geldt een uitzondering in de vorm van een vermogenswinstbelasting. Dat betekent dat de belastingplichtige pas belasting hoeft te betalen als de waardeontwikkeling is gerealiseerd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij verkoop. Het belastbare resultaat bestaat in dat jaar dan uit:

  • De reguliere voordelen (zoals huur of dividend).
  • Verminderd met aftrekbare kosten.
  • Vermeerderd met vervreemdingsvoordelen.

Het vervreemdingsvoordeel is gelijk aan de verkoopprijs verminderd met de koopprijs. Er vindt een correctie plaats voor de kosten die zijn gemaakt om de vervreemding tot stand te brengen. Eventuele kosten gemaakt ter verbetering of verkrijging van de bezitting verhogen de kostprijs. Hierna een voorbeeld opgenomen om de werking van de vermogenswinstbelasting te verduidelijken.

Voorbeeld vermogenswinstbelasting in box 3 (ontleend aan de Memorie van Toelichting bij de Wet werkelijk rendement box 3)

Piet koopt een onroerende zaak. Deze valt in box 3. De koopprijs bedraagt € 400.000. De onroerende zaak wordt verhuurd. De huurinkomsten bedragen in het jaar van aanschaf € 18.000 en in de twee daaropvolgende jaren € 22.000 per jaar. Aan het einde van het derde jaar vindt de verkoop plaats. De onroerende zaak wordt voor € 440.000 verkocht. Er zijn geen kosten gemaakt. De heffing verloopt als volgt:

Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3
Waarde op 01-01 NVT NVT NVT
Vermogenswinst € 0 € 0 € 40.000
Regulier voordeel € 18.000 € 22.000 € 22.000
Belastbaar voordeel € 18.000 € 22.000 € 62.000

In totaal is € 102.000 in de heffing betrokken. Dat is gelijk aan de waardestijging (€ 40.000) en de ontvangen huur (€ 62.000).

Introductie van een zakelijkheidsbeginsel in het nieuwe box 3-stelsel

De wetgever introduceert een zakelijkheidsbeginsel in box 3. Dat wil zeggen dat de Belastingdienst beoordeelt of de voorwaarden (zoals het rentepercentage) bij bepaalde transacties wel zakelijk zijn. Dit beginsel komt in de wet om het tegengaan van box 3-heffing in gelieerde verhoudingen te voorkomen. Een onzakelijke transactie kwalificeert als onttrekking. De waarde van die onttrekking is gelijk aan de waarde in het economisch verkeer ervan. Aan de andere kant van de transactie vindt ook een correctie plaats. Daar wordt een storting in aanmerking genomen. Deze regels gelden ook voor onzakelijke kosten.

Toepassing van kasstelsel bij het bepalen van het werkelijk rendement in box 3

Voor reguliere voordelen geldt dat de belastingplichtige deze geniet als hij er de beschikkingsmacht over krijgt. Dit is het kasstelsel. In de meeste gevallen zal dat het moment van ontvangst zijn. Stel dat een belastingplichtige dividend ontvangt in februari over het voorgaande jaar. Het dividend is dan belast in het jaar van ontvangst. Er is ook sprake van genieten als de voordelen worden verrekend, ter beschikking zijn gesteld, rentedragend zijn geworden of vorderbaar en inbaar zijn geworden. Tot slot geldt een uitzondering voor voordelen die betrekking hebben op een tijdvak langer dan een jaar of op een tijdvak dat meer dan zes maanden voor het begin van het jaar is aangevangen. Om te voorkomen dat hiermee belastingheffing wordt uitgesteld, worden de inkomsten in dit geval toegerekend aan het jaar waarop deze betrekking hebben. Het kasstelsel geldt ook voor het in aanmerking nemen van aftrekbare kosten.

Vrijstellingen in de Wet werkelijk rendement box 3

De box 3-grondslag voor het werkelijk rendement lijkt erg op die in het huidige stelsel. Wel vindt afschaffing van de schuldendrempel plaats. De vrijstelling voor kortlopende termijnen van inkomsten en verplichtingen vervalt. Dat geldt ook voor de vrijstelling voor groene beleggingen. De afschaffing hiervan was al bekend.

Het invoeren van een heffingsvrij resultaat in box 3 per 2028

Bij een heffing over het werkelijk rendement in box 3 past volgens de wetgever een heffingsvrij resultaat beter dan een heffingsvrij vermogen. Hij stelt voor om het heffingsvrije resultaat op € 1.800 te stellen. De verwachting is dat daarmee ongeveer dezelfde groep mensen buiten de box 3-heffing blijft als dat op basis van het huidige heffingsvrije vermogen het geval is. Het invoeren van een drempel draagt bij aan een doelmatige belastingheffing. Er vindt een jaarlijkse indexatie van deze drempel plaats.

Nieuw box 3-stelsel kent verliesverrekening

De berekening van het werkelijk rendement in box 3 kan negatief uitvallen. In dat geval is sprake van een verlies. In het huidige stelsel is het niet mogelijk om box 3-verliezen te verrekenen. De wetgever heeft in het nieuwe stelsel een carry-forward opgenomen. Die maakt het mogelijk om verliezen in box 3 te verrekenen met toekomstige inkomsten in box 3. Het is niet mogelijk om box 3-verliezen te verrekenen met inkomen uit andere boxen. Er komt dus geen regeling zoals de belastingkorting in box 2. Wel is de voorwaartse verliesverrekening in box 3 onbeperkt in de tijd. De verliesverrekening is aan een drempel gekoppeld. De drempel om een verlies vast te laten stellen, en dus voor verrekening beschikbaar te maken, ligt op € 500.

Vermogenswinstbelasting bij aandelen in startende ondernemingen

Om liquiditeitsproblemen bij investeerders te voorkomen geldt voor aandelen in een startende onderneming een vermogenswinstbelasting. Het gaat dan om belangen die kleiner zijn dan 5%. Omvangrijkere belangen zijn in box 2 belast. Van een startende onderneming is sprake als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • De gedreven onderneming is niet meer dan vijf jaar geleden opgericht en niet-beursgenoteerd.
  • De jaaromzet bedraagt niet meer dan € 30.000.000.
  • FinanciĂ«le onafhankelijkheid. Dat wil zeggen: de aandelen zijn voor niet meer dan 25% in handen van een onderneming die zelf geen starter is.

Op het moment dat de onderneming niet langer voldoet aan deze criteria, vindt een sfeerovergang van de vermogenswinstbelasting naar de vermogensaanwasbelasting plaats. De wet bevat hierdoor een fictieve vervreemding die ertoe leidt dat belastingheffing plaatsvindt.

Kwijtscheldingsvoordeelvrijstelling bij vorderingen en schulden in box 3

De wetgever introduceert een kwijtscheldingsvoordeelvrijstelling. Die is onder voorwaarden van toepassing bij het kwijtschelden van een schuld. Voor de schuldeiser leidt een kwijtschelding tot een verlies. Bij de schuldenaar is sprake van een voordeel. Hij hoeft immers zijn schuld niet meer te voldoen. Dit kan onwenselijke gevolgen hebben. Als aan de volgende voorwaarden is voldaan, is het voordeel van de kwijtschelding vrijgesteld:

  • Het betreft een financieel onvolwaardige vordering.
  • De vrijstelling geldt voor zover het voordeel groter is dan het heffingsvrije resultaat, eventuele andere verliezen in het jaar zelf en de verrekenbare verliezen uit eerdere kalenderjaren.

De invoering van een administratie- en bewaarplicht voor de belastingheffing in box 3

Op dit moment zijn belastingplichtigen voor hun box 3-aangelegenheden niet administratieplichtig. Er is een groep belastingplichtigen die voor de belastingheffing in box 3 vanaf 2028 wel te maken heeft met een administratie- en bewaarplicht. Dat geldt voor:

  • Onroerende zaken.
  • Overige bezittingen die rechtstreeks zijn verkregen door de belastingplichtige, waaronder het uitlenen van geld of de aankoop van een 4%-belang in een vennootschap. Een voorbeeld is het lenen van geld door ouders aan hun kinderen. Dat leidt tot een box 3-vordering. Onder de administratie valt dan de geldleningsovereenkomst, de periodieke aflossing en de rentebetaling.
  • Schulden die zijn aangegaan bij particulieren en buitenlandse financiĂ«le instellingen.

Het niet voldoen aan deze administratieplicht kan leiden tot het afgeven van een informatiebeschikking door de Belastingdienst. Er geldt een kortere bewaartermijn dan de reguliere termijn van zeven jaar. Ook is het instellen van een derdenonderzoek niet mogelijk ten aanzien van bezittingen en schulden in box 3.

De gevolgen van de nieuwe box 3 wetgeving per 2028

Het aanpassen van de regels over de belastingheffing in box 3 per 2028 gaat grote gevolgen hebben. Door de Wet werkelijk rendement box 3 neemt voor veel burgers de complexiteit van de aangifte toe. Bezitters van bepaalde vermogensbestanddelen krijgen zelfs te maken met een administratieplicht. Ook voor de Belastingdienst is er veel werk aan de winkel. Naast het inrichten van de systemen en het opleiden van personeel, is de verwachting dat veel belastingplichtigen zich met vragen tot de Belastingdienst zullen wenden. De wetgever voorziet een intensieve transitieperiode van drie tot vijf jaren na de inwerkingtreding van het nieuwe stelsel. Het nieuwe box 3-stelsel gaat daarom ongetwijfeld nog tot veel hoofdbrekens leiden. Hebt u vragen over dit onderwerp? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op.

Civra-Hoge-resolutie-voor-afdruk-zonder-logo-in-Adobe-93-scaled-aspect-ratio-200-200

Fiscale vraag?

Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kennisbank. Lees ook artikelen over: