Stel een vraag
Afwaarderingsverlies op aandeelhouderleningen niet aftrekbaar in box 1
InkomstenbelastingJurisprudentie kopieer en deel Naar kennisbank

Afwaarderingsverlies op aandeelhouderleningen niet aftrekbaar in box 1

  • Publicatiedatum 01 sep 2026
  • Aanpassingsdatum 01 sep 2026
  • Leestijd 5 min

Het komt in de praktijk regelmatig voor dat de aandeelhouder vermogen ter beschikking stelt aan zijn vennootschap. Deze terbeschikkingstelling is belast in box 1 in de inkomstenbelasting als een resultaat uit overige werkzaamheid. Als de vermogensverstrekking bestaat uit geld (in de vorm van een lening), dan bestaat de kans dat de aandeelhouder zijn geld niet terugziet. Bijvoorbeeld omdat de ondernemingsactiviteiten niet van de grond komen. De vraag die dan opkomt is of de aandeelhouder het afwaarderingsverlies op de lening in box 1 in aanmerking mag nemen. Dat resulteert doorgaans in een discussie over de vraag of er sprake is van een ‘zakelijke’ lening of over de vraag of er wel sprake is van een geleden verlies. In een zaak voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 augustus 2026 stond die vraag centraal.[1] Dit artikel gaat over die zaak.

Bank draagt deel van vordering over aan aandeelhouder van de bv

Een belastingplichtige houdt alle aandelen in een bv (BV 1). De bv heeft een minderheidsbelang in een andere bv (BV 2). De bank verstrekt leningen aan BV 2. De belastingplichtige heeft zich met enkele anderen borg gesteld voor de leningen. In 2019 geeft de bank aan de lening niet te willen verlengen. De bank geeft gelegenheid om een onderpand te verkopen. Uiteindelijk wordt de bankvordering overgedragen aan onder andere de belastingplichtige. Die krijgt daardoor een vordering op BV 2. De borgstellingen zijn daarbij als nevenrechten overgegaan, zodat de aandeelhouder de andere borgstellers ook kan aanspreken. De belastingplichtige maakt geld over naar BV 2 om de boeterente aan de bank te kunnen betalen. Ook maakt hij later een aanvullend bedrag over. Uiteindelijk verkoopt BV 2 onroerend goed (het onderpand). Uit de opbrengst ontvangt de belastingplichtige een aflossing op zijn vordering. In een later jaar geeft de belastingplichtige een negatief inkomen uit het ter beschikking stellen van vermogen aan. Dat negatieve inkomen bestaat uit een afwaardering op de lening en niet-ontvangen rente op de lening.

Inspecteur weigert afwaarderingsverlies

De inspecteur volgt de aangifte van de belastingplichtige niet. Hij staat de afwaardering niet toe als negatief inkomen. Voor de belastingplichtige is dit reden om in bezwaar en daarna beroep te gaan.

Rechtbank buigt zich over drie aandeelhoudersleningen

De rechtbank staat voor de vraag of de belastingplichtige terecht een negatief inkomen uit het ter beschikking stellen van vermogen heeft opgenomen in de aangifte. Daarbij kijkt de rechtbank naar de volgende elementen:

  • De lening die de belastingplichtige heeft overgenomen van de bank (de ‘gecedeerde’ lening).
  • De lening die is ontstaan voor de boeterente.
  • De latere lening aan BV 2.

Daarbij merkt de rechtbank op dat de belastingplichtige de bewijslast heeft om zijn stelling aannemelijk te maken.

Geen aftrekbaar verlies wegens niet aanspreken van andere borgstellers

De rechtbank stelt vast dat de belastingplichtige met de overdracht van de lening ook de borgstelling (als nevenrecht) op de belastingplichtige is overgegaan. Die borgstelling bood hem de mogelijkheid om zich te verhalen op de andere borgstellers. De belastingplichtige heeft niet bewezen dat deze borgstellers geen verhaal boden om de vordering te voldoen. Dit staat in de weg aan het aanmerken van de afwaardering als een verlies op de vordering. Dat de belastingplichtige met de andere borgstellers heeft afgesproken dat zij elkaar onderling niet zouden aanspreken maakt dat niet anders. Dit ziet de rechtbank als een onzakelijke afspraak. Die onzakelijke afspraak moet worden genegeerd. De afwaardering op de overgedragen banklening is door de inspecteur terecht niet in aftrek toegelaten.

Lening voor boeterente en aanvullende lening zijn onzakelijk

Dan resteren de verstrekte gelden voor het voldoen van de boeterente en de latere aanvullende lening. Tot een bedrag van € 30.000 is het bestaan van de aanvullende lening niet aannemelijk gemaakt. De verklaring van de accountant is hiervoor onvoldoende. Voor het overige deel van de leningen stelt de rechtbank vast dat de hiervoor genoemde borgstellingen op deze leningen niet van toepassing zijn. Voor de leningen zijn geen overeenkomsten opgemaakt, geen zekerheden bedongen en geen aflossingsschema’s overeengekomen. Verder zijn de leningen verstrekt in een periode dat het minder goed ging met BV 2. Ook was het eigen vermogen al jarenlang negatief. De enkele stelling dat de kans bestond dat het onroerend goed voldoende onderpand bood, acht de rechtbank onvoldoende. Er heeft namelijk geen taxatie door een erkende taxateur plaatsgevonden en de uiteindelijke verkoopprijs was beduidend lager.

Rechtbank staat nemen van afwaarderingsverlies op lening aandeelhouder niet toe

De rechtbank oordeelt dat de lening voor de boeterente en de aanvullende lening onder deze feiten en omstandigheden niet door een willekeurige derde zouden zijn verstrekt. Daarom is er sprake van onzakelijke leningen. Het verlies op de leningen mag niet in aanmerking worden genomen. Voor de van de bank overgenomen lening geldt dat het zonder goede reden niet aanspreken van de andere borgstellers aan de aanmerking van de afwaardering als verlies in de weg staat. Het gelijk is aan de inspecteur. Dit is een kwestie die in de praktijk regelmatig voorkomt. Het uiteindelijk niet mogen nemen van het afwaarderingsverlies komt voor de aandeelhouder dan vaak als een vervelende verrassing. Hebt u vragen over dit onderwerp, neem dan contact met ons op.

[1] Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:7938.

Civra-Hoge-resolutie-voor-afdruk-zonder-logo-in-Adobe-93-scaled-aspect-ratio-200-200

Fiscale vraag?

Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kennisbank. Lees ook artikelen over: