Stel een vraag
Inspecteur verstrekt niet alle zaakstukken: hogere proceskostenvergoeding – Hoge Raad 2026
Formeel belastingrecht en procederenJurisprudentie kopieer en deel Naar kennisbank

Inspecteur verstrekt niet alle zaakstukken: hogere proceskostenvergoeding – Hoge Raad 2026

  • Publicatiedatum 12 apr 2026
  • Aanpassingsdatum 12 apr 2026
  • Leestijd 7 min

Wat zijn de gevolgen als de Inspecteur niet alle zaakstukken heeft verstrekt? Volgens de Hoge Raad kan de rechter dit niet zonder meer naast zich neerleggen. De rechter dient het wel of niet verbinden van gevolgen aan deze omissie te motiveren. Als sprake is van in vergaande mate onzorgvuldig handelen kan dat leiden tot een hogere proceskostenvergoeding. In deze zaak bleek na een Woo-verzoek dat de Inspecteur niet alle zaakstukken heeft verstrekt. Dit artikel bespreekt het arrest (10 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:571) en de gevolgen voor de praktijk.

Wat oordeelt de Hoge Raad in dit arrest over niet-verstrekte zaakstukken?

Dit arrest bevat de volgende inzichten:

  • Tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoren ook stukken waarvan achteraf duidelijk wordt dat de Inspecteur deze ter beschikking stonden.
  • De rechter moet bij het beoordelen van de gevolgen van een schending van de verplichting tot het verstrekken van stukken alle omstandigheden meewegen. Daarbij doet de rechter er verstandig aan om in zijn motivering ook in te gaan op het belang van de stukken voor een juiste waarheidsvinding.
  • Als de Inspecteur ontkent dat zaakstukken bestaan en later komt vast te staan dat dit wel het geval is, dan kan dat grond vormen voor een hogere proceskostenvergoeding. Er is dan sprake van in vergaande mate onzorgvuldig handelen.

In de volgende paragrafen komen de feiten en omstandigheden, het oordeel van het Hof en het arrest van de Hoge Raad aan de orde.

Wat zijn de regels rondom op de zaak betrekking hebbende stukken (de zaakstukken)?

Artikel 8:42 Awb bepaalt dat de Inspecteur alle op de zaak betrekking hebbende stukken (of: zaakstukken) moet verstrekken. Het doel is om geschilbeslechting op basis van alle relevante gegevens te waarborgen. Tot de zaakstukken behoren in elk geval de stukken die de Inspecteur ter beschikking stonden of hebben gestaan bij het nemen van de besluiten en die voor de openstaande geschilpunten van belang zijn. Dat zijn ook stukken die tijdens de procedure ter beschikking komen van de Inspecteur en stukken uit een strafrechtelijk onderzoek.

Feiten en procesverloop

Deze zaak gaat over de vraag of de Inspecteur alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft verstrekt. Tijdens de procedure ontkent de Inspecteur steeds dat bepaalde stukken hem ter beschikking hebben gestaan. In de periode tussen het arrest van het gerechtshof en het arrest van de Hoge Raad, komt naar voren dat deze stukken de Inspecteur wel ter beschikking stonden. Dit volgt uit een Woo-verzoek. De Staatssecretaris geeft vervolgens toe dat deze stukken door de Inspecteur moeten worden verstrekt. In de volgende paragrafen is een verdere verduidelijking van het feitencomplex opgenomen. De zaak ligt ingewikkelder dan geschetst, maar dat is voor dit arrest over het niet verstrekken van de zaakstukken niet relevant.

Boekenonderzoek bij hondenfokker leidt tot belastingaanslagen en procedure

De belastingplichtige in deze zaak fokt hondenpups, bemiddelt bij de verkoop ervan en chipt deze. Naar aanleiding van een door het RIEC ingesteld onderzoek volgt in 2016 een strafrechtelijk onderzoek. De Belastingdienst vraagt bij de NVWA informatie op. Op basis van onder andere verkregen informatie over de identificatie en registratie van honden maakt de Belastingdienst een theoretische omzetberekening voor de periode 2013 tot en met 2015. Uit een proces-verbaal uit het strafdossier volgt dat het vermoeden bestaat dat een deel van de omzet niet is verantwoord. Bij een doorzoeking van de woning zijn administratieve bescheiden in beslag genomen. In mei 2016 kondigt de Belastingdienst aan dat er een boekenonderzoek plaats zal vinden. Wat opvalt is dat er relatief lage omzetten en winsten zijn aangegeven in de fiscale aangiften. Begin 2017 legt de Inspecteur de aanslagen op. Het betreft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2013 en de aanslag inkomstenbelasting over 2014. Ook volgen naheffingsaanslagen omzetbelasting over de periode 2013 tot en met 2015. De belastingplichtige gaat in bezwaar. Bij de behandeling van het bezwaar zijn twee belastingambtenaren betrokken die ook betrokken waren bij het opleggen van de aanslagen.  Ook waren zij betrokken bij de uitvoering van het strafrechtelijk onderzoek. De OvJ heeft uiteindelijk besloten niet over te gaan tot strafrechtelijke vervolging.

Welke zaakstukken zou de Inspecteur niet hebben verstrekt?

In deze zaak zijn er meerdere geschilpunten. Voor dit artikel staat het geschil over de op de zaak betrekking hebbende stukken centraal. Volgens de belastingplichtige heeft de Inspecteur verzuimd om alle op de zaak betrekking hebbende stukken te overleggen. Daarbij wijst de belastingplichtige op de volgende ontbrekende stukken:

  • Een kopie van de aangetroffen en in beslag genomen gegevensdragers.
  • RIEC-stukken, waaronder het plan van aanpak/projectplan.
  • NVWA-informatie over I&R-registraties.
  • Proces-verbalen van bevindingen naar aanleiding van steekproeven.
  • Een proces-verbaal inzake een artikel 81 AWR vordering gericht aan de boekhouder van de belastingplichtige.

De Inspecteur betwist dit met als voornaamste stelling dat de stukken hem niet ter beschikking stonden. In dat geval is er geen sprake van een verplichting tot overlegging van de stukken.

Hof verbond geen gevolgen aan niet-overleggen van zaakstukken

Het Hof constateerde in 2022 dat de Inspecteur niet alle stukken heeft overgelegd (ECLI:NL:GHSHE:2022:4706). Hij wijst op de kopie, de NVWA-informatie en de processen-verbaal waar de belastingplichtige op heeft gewezen. Op grond van artikel 8:31 Awb besluit het Hof hieraan geen gevolgen te verbinden. Dit wetsartikel bepaalt dat de rechter zelf kan bepalen welke gevolgen hij verbindt aan het niet voldoen aan de verplichting tot het overleggen van stukken. Ook ziet het Hof hierin geen aanleiding om een integrale proceskostenvergoeding toe te kennen. Volgens het Hof is er geen sprake van een door de Inspecteur genomen ‘onhoudbaar’ besluit of van in vergaande mate onzorgvuldig handelen. Tegen deze oordelen gaat de belastingplichtige in cassatie bij de Hoge Raad.

Welke cassatiemiddelen draagt de belastingplichtige aan over de zaakstukken?

De belastingplichtige kan zich niet vinden in het oordeel van het gerechtshof over de op de zaak betrekking hebbende stukken. Bij de Hoge Raad legt hij de volgende cassatiemiddelen neer:

  • Het oordeel dat de RIEC-stukken geen zaakstukken zijn is op basis van het dossier onbegrijpelijk.
  • Het Hof heeft ten onrechte niet gemotiveerd waarom het geen gevolgen verbindt aan de schending van de verplichting de op de zaak betrekking hebbende stukken in te brengen.
  • Er bestaat recht op een integrale proceskostenvergoeding, omdat de Inspecteur cruciale zaakstukken niet heeft ingebracht.

Oordeel Hoge Raad over niet verstrekken van zaakstukken door de Inspecteur

Als gevolg van de informatie uit het Woo-verzoek is komen vast te staan dat niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken zijn ingebracht door de Inspecteur. Deze constatering leidt ertoe dat het cassatiemiddel dat zich hierop richt slaagt, omdat het oordeel van het Hof niet begrijpelijk is. Vervolgens gaat de Hoge Raad in op de motivering van het Hof en de hoogte van de proceskostenvergoeding.

De motiveringsplicht van de rechter over de gevolgen van het niet verstrekken van zaakstukken

De Hoge Raad oordeelt dat de belastingplichtige heeft gemotiveerd dat de zaakstukken van belang zijn voor de openstaande geschilpunten. Het Hof had bij zijn beoordeling alle omstandigheden van het geval moeten meenemen, waaronder het belang van de niet ingebrachte stukken voor de waarheidsvinding. Dat het Hof dit heeft gedaan, volgt niet uit de motivering in het arrest. Daarmee is ofwel sprake van een onjuiste rechtsopvatting ofwel sprake van een gebrekkige motivatie. Het cassatiemiddel slaagt.

Niet verstrekken zaakstukken door de Inspecteur leidt tot hogere proceskostenvergoeding

De Hoge Raad kent een proceskostenvergoeding van € 15.000 toe. Hij overweegt dat de belastingplichtige bij de rechtbank en het Hof om de stukken heeft gevraagd en die niet heeft gekregen, omdat de Inspecteur steeds ontkende dat deze hem ter beschikking stonden. Dat bleek onjuist te zijn. Dit ziet de Hoge Raad als in vergaande mate onzorgvuldig handelen van de Inspecteur. Daarom is een hogere proceskostenvergoeding gerechtvaardigd.

Wat is het praktijkbelang van dit arrest over zaakstukken?

Dit arrest maakt duidelijk dat belastingplichtigen er goed aan doen om nauwkeurig te controleren of zij het gehele dossier hebben ontvangen. Het komt in de praktijk voor dat niet alle zaakstukken worden verstrekt en dat kan de procespositie van de belastingplichtige schaden. Aandacht voor dit thema is (en blijft) daarom van belang. Hebt u hulp nodig bij de beoordeling van een fiscaal (proces)dossier, neem dan contact op.

Civra-Hoge-resolutie-voor-afdruk-zonder-logo-in-Adobe-93-scaled-aspect-ratio-200-200

Fiscale vraag?

Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kennisbank. Lees ook artikelen over: