Stel een vraag
Vergrijpboete artikel 67f AWR niet mogelijk bij niet betalen van btw in andere lidstaat – Hoge Raad 2026
Formeel belastingrecht en procederenJurisprudentieOmzetbelasting kopieer en deel Naar kennisbank

Vergrijpboete artikel 67f AWR niet mogelijk bij niet betalen van btw in andere lidstaat – Hoge Raad 2026

  • Publicatiedatum 28 feb 2026
  • Aanpassingsdatum 28 feb 2026
  • Leestijd 7 min

Kan een vergrijpboete op grond van artikel 67f AWR worden opgelegd als de opzet is gericht op het in een andere lidstaat dan Nederland niet betalen van de verschuldigde btw? De Hoge Raad heeft op 20 februari 2026 geoordeeld dat dit niet het geval is (ECLI:NL:HR:2026:279). Dit arrest verduidelijkt dat de sanctiebepalingen van de AWR strikt moeten worden toegepast en uitgelegd.

In het kort: wat is de kern van dit arrest (ECLI:NL:HR:2026:279)?

In dit arrest oordeelt de Hoge Raad samengevat het volgende:

  • Het opleggen van een vergrijpboete (lees hier meer over de vergrijpboete in het algemeen) op grond van artikel 67f AWR is alleen mogelijk als de opzet of grove schuld is gericht op het niet betalen van belasting die in Nederland op aangifte is verschuldigd.
  • Als de naheffingsaanslag met een te betalen bedrag alleen voortvloeit uit het terugnemen van het nultarief wegens fraude of misbruik, dan is dat onvoldoende. Die belasting is namelijk niet oorspronkelijk in Nederland verschuldigd.

Het oordeel van de Hoge Raad is onder andere relevant voor fiscaal-juristen en ondernemers die zich bezighouden met intracommunautaire transacties.

Autohandelaar raakt betrokken bij frauduleuze intracommunautaire transacties

De belanghebbende in deze zaak handelt in tweedehandsauto’s. Hij verkoopt vooral aan ondernemers. Tussen 2014 en 2016 verkoopt hij diverse auto’s aan afnemers die volgens de facturen zijn gevestigd in onder andere Roemenië en Hongarije. De auto’s worden door de afnemer opgehaald bij de vestiging van belanghebbende. Belanghebbende bewaart kopieën van de afhaalverklaringen of de CMR-vrachtbrieven. Op deze stukken staat als plaats van bestemming Roemenië of Hongarije. Belanghebbende brengt aan deze afnemers geen btw in rekening. Volgens belanghebbende is er sprake van een intracommunautaire levering. Na een boekenonderzoek komt de inspecteur tot het oordeel dat dit niet het geval is. De auto’s zijn volgens hem naar Duitsland overgebracht. Uit de zaakstukken volgt dat in het land van de (papieren) afnemers en/of in het land van de feitelijke bestemming geen (juiste) aangifte van intracommunautaire verwervingen is gedaan.

Waarom legt de inspecteur een vergrijpboete op wegens het niet betalen van btw?

Volgens de inspecteur wist de belanghebbende dat de auto’s naar Duitsland zouden worden overgebracht. Desondanks is in de verklaringen een ander land opgenomen. De inspecteur meent dat de werkelijke bestemming van de auto’s is verhuld. Volgens de inspecteur is er sprake van fraude of misbruik. Daarom weigert hij de toepassing van het nultarief en legt hij naheffingsaanslagen btw op. Ook legt hij een vergrijpboete op, omdat het aan de opzet van de belanghebbende zou zijn te wijten dat de omzetbelasting die op aangifte had moeten worden voldaan, niet is betaald (artikel 67f, lid 1 AWR). Het gerechtshof (ECLI:NL:GHARL:2022:10306) oordeelde dat de belanghebbende zich schuldig heeft gemaakt aan fraude. Dat de inspecteur de toepassing van het nultarief heeft geweigerd en Nederlandse btw heeft nageheven is daarom terecht.

Belanghebbende bracht volgens Hof bewust het gemeenschappelijk btw-stelsel in gevaar

Het gerechtshof heeft de vergrijpboete niet vernietigd. Volgens het Hof heeft de inspecteur overtuigend aangetoond dat het niet betalen van de verschuldigde btw is te wijten aan opzet van de belanghebbende. Belanghebbende heeft willens en wetens stukken frauduleus opgemaakt. Met haar handelen is actief meegewerkt aan een structuur waarin afnemers in de gelegenheid kwamen om geen btw aan te geven ter zake van intracommunautaire verwervingen. Het functioneren van het gemeenschappelijk btw-stelsel is daarmee in gevaar gebracht.

Het cassatieberoep van de belanghebbende tegen de vergrijpboete

De belanghebbende gaat in cassatie. Hij bouwt cassatiemiddel 7 (tegen het oordeel over de vergrijpboete) als volgt op:

  • De inspecteur moet overtuigend aantonen dat belanghebbende zijn opzet gericht was op het in Nederland betalen van te weinig btw.
  • Het Hof heeft miskend dat de inspecteur ter zitting heeft aangegeven dat hij niet denkt dat belanghebbende bewust ervoor heeft gekozen om in Nederland te weinig btw te betalen.
  • Het Hof heeft miskend dat de inspecteur ter zitting heeft aangegeven dat de aan belanghebbende verweten opzet gericht was op het ontgaan van btw in een andere lidstaat (niet in Nederland).
  • Voor het opleggen van de vergrijpboete van artikel 67f AWR dient de opzet of grove schuld te zijn gericht op het in Nederland betalen van te weinig btw. Dat is niet overtuigend aangetoond.

Boetebepalingen in de AWR zijn beperkt tot heffing van Nederlandse rijksbelastingen

De Hoge Raad wijst erop dat de bepalingen uit de AWR gelden bij de heffing van rijksbelastingen in Nederland. Daartoe behoort ook de omzetbelasting. De vergrijpboete van artikel 67f AWR heeft betrekking op de rijksbelastingen in Nederland. Deze bepaling strekt zich niet uit tot belastingen die in een andere lidstaat moeten worden betaald. Bij de beoordeling of aan het opzet of grove schuld vereiste is voldaan gaat het om de betaling van de belasting in Nederland. Als de opzet van de belanghebbende is gericht op het niet-betalen van btw in een andere lidstaat, waardoor mogelijk het functioneren van het gemeenschappelijk btw-stelsel in gevaar komt, dan wil dat nog niet zeggen dat die opzet ook was gericht op het niet betalen van btw in Nederland.

Het niet betalen van btw in een andere lidstaat is niet beboetbaar onder artikel 67f AWR

De belanghebbende in deze zaak heeft voldaan aan alle materiële voorwaarden om het nultarief te mogen toepassen. Dat er toch btw is verschuldigd, komt door de betrokkenheid bij het frauduleus niet-betalen van btw in een andere lidstaat. Het gerechtshof heeft haar oordeel mede gebaseerd op rechtspraak over de gevolgen hiervan voor de btw-heffing. Volgens de Hoge Raad zegt dat niets over de uitleg en toepassing van nationale boetebepalingen (zoals artikel 67f AWR). Ook als de belanghebbende wordt verweten dat hij het functioneren van het gemeenschappelijk btw-stelsel in gevaar brengt, moet voor (voorwaardelijk) opzet komen vast te staan dat:

  • De belanghebbende wetenschap had dat in Nederland te weinig btw zou worden betaald; of
  • De belanghebbende wetenschap had van de aanmerkelijke kans dat in Nederland te weinig btw zou worden betaald en hij die kans op de koop toe heeft genomen.

De Hoge Raad constateert dat de inspecteur de belanghebbende verwijt dat in een andere lidstaat de btw niet is betaald. Dat is niet beboetbaar op grond van artikel 67f AWR. Het subsidiaire beroep van de inspecteur op grove schuld faalt op dezelfde gronden.

Naheffing wegens fraude of misbruik is onvoldoende voor toepassing AWR-sanctiebepalingen

In deze zaak is er btw in Nederland verschuldigd, omdat de toepassing van het nultarief is geweigerd. Die weigering is het gevolg van de deelname aan een frauduleuze structuur. Het naheffen van deze btw is mogelijk door de ruime, richtlijnconforme uitleg van de in de AWR geregelde naheffingsbevoegdheid (artikel 20 AWR). De AWR-sanctiebepalingen (waaronder de boetes) moeten volgens de Hoge Raad strikter worden uitgelegd. Een ruimere uitleg zou namelijk in strijd komen met het legaliteitsbeginsel, omdat de bepalingen voldoende duidelijk, bepaald en kenbaar moeten zijn. Het over de band van (deelname aan) frauduleus handelen naheffen van Nederlandse btw is dus wel mogelijk, maar het opleggen van een boete niet.

  • Het opleggen van een vergrijpboete wegens het niet-betalen van Nederlandse btw is dus niet mogelijk als de naheffingsaanslag alleen berust op btw die is verschuldigd wegens het door fraude of misbruik terugnemen van de toepassing van het nultarief. De Unierechtelijke fraudesanctie van het onthouden van het nultarief werkt dus wel door in de Nederlandse heffing, maar niet naar de Nederlandse sanctionering.
  • De uitkomst van het arrest was zeer waarschijnlijk anders geweest als de correctie van de inspecteur voortvloeide uit het ten onrechte toepassen van het nultarief. Dat doet zich bijvoorbeeld voor als niet aan de materiële voorwaarden is voldaan. De verschuldigdheid van Nederlandse btw volgt dat niet uit fraude of misbruik, maar uit toepassing van de Wet OB 1968.

Wat betekent dit arrest over de AWR-vergrijpboetes voor de praktijk?

De Hoge Raad vernietigt de opgelegde vergrijpboetes. Dit arrest maakt duidelijk dat de vergrijpboete van artikel 67f AWR niet kan worden opgelegd als de belastingheffing in Nederland uitsluitend voortvloeit uit het constateren van fraude of misbruik. De opzet (of grove schuld) is dan niet gericht op het niet betalen van btw in Nederland die op aangifte is verschuldigd. In lopende dossiers waarin deze problematiek zich voordoet, doen belanghebbenden er goed aan om een fiscale herbeoordeling van het dossier uit te (laten) voeren. Zo kan worden bepaald of dit arrest (nieuwe) proceskansen biedt. Hebt u daarbij hulp nodig, neem dan contact op.

Civra-Hoge-resolutie-voor-afdruk-zonder-logo-in-Adobe-93-scaled-aspect-ratio-200-200

Fiscale vraag?

Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kennisbank. Lees ook artikelen over: