Stel een vraag
Una-via-beginsel niet geschonden vanwege verschillende aangiftetijdvakken
Formeel belastingrecht en procederenJurisprudentie kopieer en deel Naar kennisbank

Una-via-beginsel niet geschonden vanwege verschillende aangiftetijdvakken

  • Publicatiedatum 09 mei 2026
  • Aanpassingsdatum 09 mei 2026
  • Leestijd 6 min

Het una-via-beginsel beoogt te voorkomen dat een belanghebbende wordt geconfronteerd met een bestuurlijke afdoening en een strafrechtelijke afdoening voor dezelfde gedraging. Er moet één route worden gekozen. De Hoge Raad heeft op 10 april 2026 een arrest gewezen over het una-via-beginsel. In dit arrest oordeelt de Hoge Raad in lijn met een eerder arrest dat van verschillende gedragingen sprake is als het strafrechtelijke traject op andere tijdvakken ziet dan het bestuursrechtelijke traject. Dat was in deze zaak aan de orde. De strafrechtelijke veroordeling ziet namelijk op de aangiftetijdvakken 2011 en 2012, terwijl de aansprakelijkstelling voor de vergrijpboete ziet op de tijdvakken in 2013. Van een schending van het una-via-beginsel is dan geen sprake. In dit artikel behandel ik het arrest van de Hoge Raad van 10 april 2026 (ECLI:NL:HR:2026:586).

Belanghebbende is in zijn rol als bestuurder aansprakelijk gesteld voor een vergrijpboete

De belanghebbende in deze zaak is op 2 mei 2011 aangetreden als bestuurder van een bv. Naar aanleiding van een boekenonderzoek worden later naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd over de periode 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013. Hierbij is ook heffingsrente/belastingrente in rekening gebracht. Over de tijdvakken gelegen in 2013 is een vergrijpboete opgelegd. De verschuldigde bedragen worden door de bv niet betaald. De Ontvanger stelt belanghebbende, in zijn rol als bestuurder van de bv, aansprakelijk voor de onbetaald gebleven bedragen.

Strafrechtelijke veroordeling van belanghebbende in 2019

In 2019 is de belanghebbende bij strafvonnis van de Rechtbank Oost-Brabant veroordeeld voor het feitelijk leiding geven aan onder andere het onvolledig of onjuist doen van aangifte voor de loonheffingen. Dit ziet op gedragingen met betrekking tot de tijdvakken januari 2011 tot en met december 2012. Die gedragingen zijn verricht in de periode 4 april 2011 tot en met 24 januari 2013. Er is steeds een te laag bedrag aan loon en een te laag bedrag aan af te dragen loonheffing vermeld.

Gerechtshof (2025) toetst ambtshalve aan het una-via-beginsel

In deze zaak toetst het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2025:1602) ambtshalve aan het una-via-beginsel. Dit beginsel maakt dat het bestuursorgaan geen boete kan opleggen aan een overtreder als voor dezelfde gedraging een strafvervolging is aangevangen en ter terechtzitting is begonnen. Het is in de wet vastgelegd in artikel 5:44 Awb. Van een schending van het una-via-beginsel is sprake als aan drie voorwaarden is voldaan:

  1. Er is sprake van ‘dezelfde persoon’.
  2. Er is sprake van ‘dezelfde gedraging’.
  3. Er is sprake van een bestraffing langs twee wegen.

Gerechtshof spreekt van vervagende grenzen tussen de bestuurder en de bv

Volgens het Hof is in deze zaak sprake van ‘dezelfde persoon’. Dit ondanks het feit dat de boete is opgelegd aan de bv (rechtspersoon) en de strafvervolging is ingesteld tegen de belanghebbende (de bestuurder van de bv). Er is weliswaar sprake van verschillende personen, maar als de strafrechtelijk veroordeelde persoon aansprakelijk wordt gesteld, dan vervagen de grenzen tussen de twee personen. Om de belanghebbende (bestuurder) aansprakelijk te kunnen stellen is namelijk vereist dat ook aan hem een strafrechtelijk relevant verwijt kan worden gemaakt.

Gerechtshof ziet bestuurlijke en strafrechtelijke bestraffing voor dezelfde gedraging

Ook is volgens het Hof sprake van een bestuurlijke en strafrechtelijke bestraffing voor ‘dezelfde gedraging’. De vergrijpboete die aan de bv is opgelegd, is gebaseerd op artikel 67f AWR. De veroordeling van belanghebbende is gebaseerd op een schending van artikel 69 AWR. Ondanks dat dit verschillende wettelijke bepalingen betreft, is volgens het Hof sprake van ‘materieel eenzelfde delictomschrijving’. Steun hiervoor vindt het Hof onder meer in het feit dat de Ontvanger voor het verwijt van opzet/grove schuld richting belanghebbende wegens overtreding van artikel 67f AWR onderbouwt met behulp van het strafvonnis en dat is gebaseerd op artikel 69 AWR. Het Hof oordeelt op grond hiervan dat het una-via-beginsel is geschonden door de aansprakelijkstelling van de belanghebbende.

Hoge Raad (2026) corrigeert oordeel Hof over schending una-via-beginsel

In cassatie buigt de Hoge Raad zich over de vraag of het Hof terecht een schending van het una-via-beginsel heeft geconstateerd. Volgens de Staatssecretaris is dat met de aansprakelijkstelling voor de boete die op 2013 ziet niet het geval, omdat de strafrechtelijke veroordeling ziet op de tijdvakken in 2011 en 2012. De Hoge Raad stelt de Staatssecretaris in het gelijk. Onder verwijzing naar zijn arrest uit 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BL0087) oordeelt de Hoge Raad dat er sprake is van verschillende gedragingen. Dat komt omdat de strafrechtelijke veroordeling van de belanghebbende (bestuurder) ziet op andere aangiftetijdvakken dan die waarop de vergrijpboete ziet waarvoor hij aansprakelijk is gesteld. Van een schending van het una-via-beginsel is dan geen sprake. De Hoge Raad kan de zaak vervolgens zelf afdoen, omdat er verder geen geschilpunten zijn over de aansprakelijkstelling voor de vergrijpboete. Nu van een schending van het una-via-beginsel geen sprake is, blijft de aansprakelijkstelling overeind. Het betreft een bedrag van € 272.509.

Interessante analyses van de A-G blijven vrijwel onaangeraakt

De Hoge Raad oordeelt dat er geen sprake is van dezelfde gedraging. Hij baseert dat op de verschillende aangiftetijdvakken. In zijn conclusie van 19 december 2025 (ECLI:NL:PHR:2025:1399) is de A-G uitgebreid ingegaan op de eerste voorwaarde (dezelfde persoon). Daarbij stond de vraag centraal of er sprake is van het tweemaal bestraffen van dezelfde persoon, namelijk strafrechtelijk als feitelijk leidinggever en bestuursrechtelijk als aansprakelijkgestelde. Dat was zonder de aansprakelijkstelling voor de boete in elk geval niet het geval geweest. Echter, door de aansprakelijkstelling is een andere situatie ontstaan. In dat geval meent de A-G dat de aansprakelijkstelling voor de vergrijpboete (via artikel 32 IW 1990) op één lijn moet worden gesteld met het opleggen van een bestuurlijke boete aan diezelfde persoon. De Hoge Raad gaat op deze analyse van zijn A-G niet in. Dat geldt ook voor de analyse van de A-G over de samenloop van een strafrechtelijke veroordeling en de aansprakelijkstelling voor een vergrijpboete.

Het una-via-beginsel in de praktijk

Het arrest van de Hoge Raad is duidelijk, maar het is jammer dat er geen (nadere) zienswijze volgt op de andere door de A-G aangestipte punten. Hierdoor blijven diverse vragen over het una-via-beginsel voorlopig nog onbeantwoord. Hebt u te maken met een mogelijke samenloop tussen bestuurlijke en strafrechtelijke afdoening? Dan is het raadzaam om tijdig te laten beoordelen of er sprake is van een schending van het una-via-beginsel. Neem daarvoor gerust contact met ons op.

Civra-Hoge-resolutie-voor-afdruk-zonder-logo-in-Adobe-93-scaled-aspect-ratio-200-200

Fiscale vraag?

Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kennisbank. Lees ook artikelen over: