Stel een vraag
Omkering en verzwaring bewijslast wegens onjuiste beantwoording fiscale eenheid-vraag
Formeel belastingrecht en procederenJurisprudentieVennootschapsbelasting kopieer en deel Naar kennisbank

Omkering en verzwaring bewijslast wegens onjuiste beantwoording fiscale eenheid-vraag

  • Publicatiedatum 06 nov 2025
  • Aanpassingsdatum 08 nov 2025
  • Leestijd 4 min

Belastingplichtigen horen hun aangifte op de juiste wijze in te vullen en in te dienen. Daar hoort bij dat zij de gevraagde informatie verstrekken en vragen in het aangiftebiljet op de juiste wijze invullen en correct beantwoorden. Als een belastingplichtige een vraag onjuist beantwoordt, dan kan dat uiteindelijk leiden tot omkering en verzwaring van de bewijslast (lees daarover hier meer). Dit brengt de belastingplichtige in een bijna onmogelijke bewijspositie. In een recente uitspraak voor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ging het over dit onderwerp. De Belastingdienst paste omkering en verzwaring van de bewijslast toe wegens het onjuist beantwoorden van een vraag in de aangifte vennootschapsbelasting. In dit artikel behandel ik deze zaak.

Onjuist beantwoorde vraag leidt tot omkering van de bewijslast

De belastingplichtige in deze zaak is de moedermaatschappij van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Die fiscale eenheid bestaat in 2017. De aangifte vennootschapsbelasting 2017 is te laat ingediend. In de ingediende aangifte is op de vraag of er aangifte wordt gedaan voor een fiscale eenheid met ‘nee’ geantwoord. Enkele jaren later volgt een boekenonderzoek. De informatieverstrekking tijdens het boekenonderzoek verloopt op zijn zachtst gezegd niet optimaal. De Belastingdienst constateert dat niet is voldaan aan de administratieplicht. Dit heeft geleid tot een staking van het boekenonderzoek en de oplegging van een ambtshalve aanslag vennootschapsbelasting. Die aanslag kent een belastbare winst van circa € 300.000 Het bezwaar van de belastingplichtige wordt ongegrond verklaard. In beroep staat onder andere de vraag centraal of de vereiste aangifte is gedaan en of er sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast.

De vereiste aangifte en het onjuist beantwoorden van vragen

Iedereen die is uitgenodigd om aangifte te doen, moet dat ook doen. De gevraagde gegevens moet hij duidelijk, stellig en zonder voorbehoud verstrekken. Voor de belastingplichtige betekent dit onder andere dat hij alle vragen op een aangiftebiljet moet invullen. Zo ook de vraag die in dit dossier aan de orde is over de aanwezigheid van een fiscale eenheid. Als een belastingplichtige een gestelde vraag onbeantwoord laat of onjuist beantwoordt, is dat in de regel voldoende om te stellen dat hij de vereiste aangifte niet heeft gedaan (lees hier meer over een arrest van de Hoge Raad uit 2022 hierover). Daarbij is niet relevant of het niet-beantwoorden leidt tot een aanzienlijk lager belastingheffing. Het gevolg van het niet hebben gedaan van de vereiste aangifte is dat omkering en verzwaring van de bewijslast plaatsvindt. De inspecteur mag de aanslag dan naar een redelijke schatting opleggen. De belastingplichtige dient vervolgens overtuigend aan te tonen dat de opgelegde aanslag onjuist is.

Rechtbank (2024): Terechte omkering bewijslast bij foutief beantwoorden vraag

De Belastingdienst neemt in deze zaak het standpunt in dat de vereiste aangifte niet is gedaan, omdat de vraag naar de fiscale eenheid onjuist is beantwoord. De rechtbank is van oordeel dat het foutief beantwoorden van deze vraag al voldoende is om het toepassen van de sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast te rechtvaardigen. Door het niet juist beantwoorden van de gestelde vraag is de kans ontstaan dat er te weinig belasting wordt geheven, omdat de inspecteur niet bij alle benodigde gegevens kan. Daar komt nog bij dat de belastingplichtige de aangifte ook inhoudelijk onjuist heeft ingevuld, veelal door het invullen van nulwaarden waar dat niet correct is. Ook op die grond is volgens de rechtbank sprake van het niet doen van de vereiste aangifte. Volgens de rechtbank heeft de inspecteur vervolgens de aanslag opgelegd naar een redelijke schatting. De belastingplichtige heeft de onjuistheid daarvan niet overtuigend aangetoond.

Gerechtshof (2025): Omkering bewijslast wegens onjuist beantwoorden fiscale eenheid-vraag

De belastingplichtige voert in hoger beroep aan dat het foutief beantwoorden van de fiscale eenheid-vraag van onvoldoende gewicht is om te concluderen dat omkering en verzwaring van de bewijslast moet plaatsvinden. Het gerechtshof is het daarmee oneens. Het correct beantwoorden van de gestelde vraag is van wezenlijk belang voor de beslechting van het geschilpunt en dat leidt tot de aanwezigheid van voldoende gewicht. Ook meent het hof, net als de rechtbank, dat de inspecteur een redelijke schatting heeft gemaakt en dat de belastingplichtige de onjuistheid ervan niet overtuigend heeft aangetoond. Het hoger beroep is voor de belastingplichtige vruchteloos en de opgelegde aanslag blijft intact.

Advies over omkering en verzwaring van de bewijslast

Omkering en verzwaring van de bewijslast brengt de belastingplichtige in een bijna onmogelijke bewijspositie. Het is daarom van belang dat er alles aan wordt gedaan om deze nadelige positie te voorkomen. Hebt u hierover vragen? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op.

Civra-Hoge-resolutie-voor-afdruk-zonder-logo-in-Adobe-93-scaled-aspect-ratio-200-200

Fiscale vraag?

Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kennisbank. Lees ook artikelen over: