Informatiebeschikking Belastingdienst
- Publicatiedatum 18 nov 2024
- Aanpassingsdatum 16 feb 2026
- Leestijd 17 min
Als de Belastingdienst een informatiebeschikking afgeeft, kan dat grote gevolgen hebben. Een onherroepelijke informatiebeschikking van de Belastingdienst leidt in beginsel tot omkering en verzwaring van de bewijslast. Daarmee komt de belastingplichtige in een zeer ongunstige bewijspositie terecht. Dit artikel bespreekt wanneer een informatiebeschikking (artikel 52a AWR) terecht is afgegeven, wanneer zij vervalt en wanneer bezwaar en (hoger) beroep zinvol is.
Waarom is de informatiebeschikking ingevoerd?
De Belastingdienst heeft informatie van de belastingplichtige nodig om zijn werk goed te kunnen doen. Daarom bevat de fiscale wetgeving informatieverplichtingen en administratieverplichtingen. De bevoegdheden van de Belastingdienst zijn vergaand, maar niet ongelimiteerd. Over de vraag of de Belastingdienst binnen de grenzen van zijn bevoegdheden is gebleven, kan discussie ontstaan. Dat is bijvoorbeeld het geval als de informatievraag ingrijpt in de privacy van de belastingplichtige. Tot de invoering van de informatiebeschikking was de rechtsbescherming van belastingplichtigen in die situaties beperkt. Met de informatiebeschikking is beoogd dat te verbeteren. Die beschikking maakt het mogelijk om bezwaar en beroep in te stellen tegen een belangrijk deel van de informatieverzoeken van de Belastingdienst. De informatiebeschikking is te vinden in artikel 52a AWR.
Op welke verplichtingen kan een informatiebeschikking betrekking hebben?
In de wet staat voor welke vermeende schendingen de inspecteur een informatiebeschikking kan afgeven. In de praktijk gaan de meeste dossiers over de inlichtingenverplichting (artikel 47 en 47a AWR) of de administratie- en bewaarverplichting (artikel 52 AWR). Dit zijn echter niet de enige verplichtingen waarvoor de inspecteur een informatiebeschikking kan afgeven. In dit artikel ligt de nadruk echter op de inlichtingenverplichting en de administratie- en bewaarverplichting.
Hoe werkt de informatiebeschikking in de praktijk op hoofdlijnen?
Het proces rondom het inzetten van de informatiebeschikking door de inspecteur verloopt meestal (op hoofdlijnen) als volgt:
- De inspecteur verzoekt om informatie of om de administratie.
- De belastingplichtige verstrekt de gevraagde informatie in de ogen van de inspecteur niet. Het kan ook zijn dat de inspecteur de administratie onvoldoende acht.
- Partijen komen samen niet tot een voor elk van hen aanvaardbare uitkomst.
- De inspecteur geeft een informatiebeschikking af waarin hij de vermeende schendingen schriftelijk opneemt. Daarin geeft hij de belastingplichtige – indien mogelijk – een laatste kans om de informatie te verstrekken.
- De belastingplichtige kan tegen deze informatiebeschikking in bezwaar en (hoger) beroep gaan. Als de rechter oordeelt dat de informatiebeschikking rechtmatig is, dan krijgt de belastingplichtige een redelijke termijn om de gevraagde informatie te verstrekken. Als dit niet mogelijk is, dan zal de rechter geen termijn verlenen.
De inspecteur is vrij in de keuze om wel of geen informatiebeschikking af te geven. De belastingplichtige kan dus geen informatiebeschikking ‘opeisen’. Dat was ooit wel de bedoeling, maar heeft de uiteindelijke wet niet gehaald. Wel heeft de wetgever opgemerkt dat partijen bij een meningsverschil samen kunnen besluiten een informatiebeschikkingsprocedure op te zetten.
Wat zijn de gevolgen van een onherroepelijke informatiebeschikking?
Als de informatiebeschikking onherroepelijk vaststaat, dan vindt omkering en verzwaring van de bewijslast plaats. Dit staat ook wel bekend als de bewijssanctie en brengt de belastingplichtige in een zeer ongunstige positie. Hij moet zijn stellingen vanaf dat moment namelijk overtuigend aantonen (aannemelijk maken is niet meer voldoende). In deze situatie mag de inspecteur een aanslag opleggen, mits hij die baseert op een redelijke schatting. Een dergelijke schatting zal doorgaans niet aan de lage kant zijn en door de verzwaarde bewijslast komt de belastingplichtige moeilijk onder de schattingen uit. Als een informatiebeschikking onherroepelijk dreigt te worden, is dat een signaal om acuut actie te ondernemen om dit gevolg te voorkomen. Dat begint met het beoordelen van de informatiebeschikking (zie ons stappenplan hiervoor verderop in dit artikel), gevolgd door het bepalen van de strategie en daarna het uitvoeren ervan. Er zijn vele strategieën denkbaar, maar in de kern zijn er drie routes:
- Het alsnog (gefaseerd) verstrekken van de gevraagde inlichtingen of administratie.
- In overleg treden over alternatieve manieren om de vermeende schendingen te herstellen, bijvoorbeeld door het overleggen van andere bewijsmiddelen die voldoende inzicht bieden aan de inspecteur.
- In bezwaar gaan tegen de informatiebeschikking. Vaak wordt in bezwaar gegaan om alle rechten veilig te stellen en vindt daarna toepassing van strategie 1 of 2 plaats.
Wat is de reikwijdte van een informatiebeschikking?
Een informatiebeschikking kan zien op meerdere belastingmiddelen of belastingtijdvakken. Dit volgt onder meer uit een arrest van de Hoge Raad uit 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3489). De inspecteur moet in de informatiebeschikking wel duidelijk aangeven op welke op te leggen aanslagen de beschikking betrekking heeft. Een informatiebeschikking kan niet zien op belastingmiddelen waaraan de belastingplichtige niet is onderworpen.
- Een voorbeeld is de stichting. Die is niet onderworpen aan de inkomstenbelasting en daarom is het niet mogelijk om voor dat belastingmiddel een informatiebeschikking af te geven.
Wanneer vervalt een informatiebeschikking?
In de wet is opgenomen wanneer een informatiebeschikking vervalt. Dat is het geval als de inspecteur voorafgaand aan het onherroepelijk worden van de informatiebeschikking een aanslag oplegt. De Hoge Raad heeft dit in 2015 bevestigd (ECLI:NL:HR:2015:3602). De informatiebeschikking vervalt dan voor zover deze betrekking heeft op het belastingmiddel en het jaar waarover de aanslag is opgelegd. Dit geldt ook als de informatiebeschikking op een andere component van de belastingschuld ziet.
Verlenging van de aanslagtermijn bij het nemen van een informatiebeschikking
Een procedure over de informatiebeschikking kan veel tijd in beslag nemen. Daarom vindt een termijnverlenging plaats als de inspecteur een informatiebeschikking afgeeft. Die verlenging loopt vanaf het moment van de bekendmaking van de informatiebeschikking tot het moment waarop deze onherroepelijk vaststaat of is vernietigd. De termijnverlenging geldt ook als de informatiebeschikking uiteindelijk niet komt vast te staan of wordt vernietigd. In de wettekst is dit niet terug te vinden, maar de Hoge Raad oordeelde in 2022 (ECLI:NL:HR:2022:84) dat een redelijke wetstoepassing hiertoe noopt.
Kan een informatiebeschikking pas in de bezwaarfase worden genomen?
De Hoge Raad oordeelde in 2015 dat de inspecteur nog in de bezwaarfase een informatiebeschikking kan nemen (ECLI:NL:HR:2015:2895). Dat kan zelfs als de inspecteur in de aanslagfase de belastingplichtige al expliciet op zijn verplichtingen heeft gewezen en toen niet heeft ‘doorgepakt’. Een uitzondering geldt als dit in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dit oordeel van de Hoge Raad kwam voor ons als een verrassing. In de wetsgeschiedenis zijn ook aanknopingspunten te vinden voor het oordeel dat de inspecteur niet in de bezwaarfase met een informatiebeschikking kan komen.
Wanneer is een informatiebeschikking in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur?
Het nemen van een informatiebeschikking is niet mogelijk als dat in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Hierna volgt een aantal voorbeelden (fictief) van indicatoren die kunnen duiden op een schending van deze algemene beginselen. Uiteraard is steeds het feitelijke dossier leidend voor het oordeel hierover.
- De inspecteur heeft te maken met een naderende aanslagtermijn voor de inkomstenbelasting. Hij besluit een informatiebeschikking te nemen met als voornaamste doel het realiseren van een termijnverlenging. Dit kan duiden op détournement de pouvoir (misbruik van bevoegdheid). Dat beginsel houdt in dat de inspecteur een bevoegdheid niet met een ander doel mag inzetten dan waarvoor hem dit is toegekend.
- Op het moment van het nemen van de informatiebeschikking is er nog nooit gesproken over (vermeende) schendingen van verplichtingen door de belastingplichtige. Als er dan ‘ineens’ een informatiebeschikking volgt, dan kan dat in strijd zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel en/of het evenredigheidsbeginsel.
- De inspecteur stelt continu en zonder concrete aanknopingspunten vragen over wisselende onderwerpen. Hier kan sprake zijn van een ‘fishing expedition’ en/of strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Dat kan zich ook voordoen als de vragen niet of nauwelijks zijn afgebakend of in enorme getallen op de belastingplichtige worden afgevuurd.
Wat moet er in de informatiebeschikking staan?
De belastingplichtige moet uit de informatiebeschikking kunnen afleiden wat de inspecteur hem verwijt. In elk geval de volgende zaken moeten uit de informatiebeschikking volgen:
- Als het om een informatieverzoek gaat dient de inspecteur de onvoldoende beantwoorde vragen/niet verstrekte informatie te benoemen. Het ontbreken van deze informatie kan duiden op een schending van het motiveringsbeginsel.
- Betreft het de administratie- en bewaarverplichting, dan moet de inspecteur benoemen op welke gronden hij meent dat deze verplichting is geschonden. Het ontbreken van deze informatie kan duiden op een schending van het motiveringsbeginsel.
- De inspecteur dient expliciet te vermelden op welke jaren en belastingmiddelen de informatiebeschikking betrekking heeft. Het ontbreken van deze informatie kan duiden op een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.
- In de informatiebeschikking moet worden gewezen op de maatregel van omkering en verzwaring van de bewijslast en de termijnverlenging. Het ontbreken van deze informatie kan duiden op een schending van het motiveringsbeginsel.
Het toetsingskader dat wij aanhouden bij een informatiebeschikking
In onze praktijk beoordelen wij een informatiebeschikking steeds aan de hand van een vastomlijnd toetsingskader. Uiteraard is elk dossier anders en vereist elk dossier een iets andere invulling van het toetsingskader, maar de hoofdlijn luidt steeds als volgt.
- Is er een tijdlijn beschikbaar waaruit volgt welke informatie- en inzageverzoeken er al zijn geweest, welke termijn (dreigen te) verlopen en welke informatie en inzage er al is verstrekt?
Als dat overzicht er niet is, dient een logboek met deze inhoud alsnog te worden aangelegd. Dit helpt om de juistheid van de informatiebeschikking te beoordelen. - Is het informatieverzoek concreet en afgebakend genoeg?
De inspecteur moet de vermeende schendingen duidelijk benoemen en onderbouwen. Ook moet hij aangeven op welke tijdvakken en belastingmiddelen de informatiebeschikking ziet. Dit mogen alleen tijdvakken en belastingmiddelen zijn die voor de specifieke belastingplichtige relevant zijn. - Zijn er in het dossier concrete aanknopingspunten aanwezig die de informatiebeschikking rechtvaardigen?
In principe kan een informatiebeschikking geen betrekking hebben op nog niet eerder gestelde vragen. Als dat wel het geval is, dan kan dat een indicator zijn voor een verboden ‘fishing expedition’. Zo oordeelde de rechter (ECLI:NL:RBGEL:2017:610) dat sprake was van een fishing expedition toen de Belastingdienst zonder concrete aanknopingspunten voor het bestaan van een groter vermogen met buitenlandse oorsprong hierover vragen stelde. - Is de informatiebeschikking proportioneel ten opzichte van de vermeende schendingen?
Het nemen van een informatiebeschikking dient evenredig te zijn. Dat geldt zowel voor het nemen van de beschikking zelf als van het vervolgens toepassen van de maatregel van omkering en verzwaring van de bewijslast. Bij schendingen waaraan nauwelijks gewicht kan worden toegekend, kan sprake zijn van disproportionaliteit. - Heeft de inspecteur de beschikking voldoende gemotiveerd?
Duidelijk moet zijn welke verplichtingen zouden zijn geschonden en op welke grond de inspecteur recht meent te hebben op de inlichtingen en/of inzage. Ontbreekt een dergelijke onderbouwing, dan is dat een indicator van een schending van het motiveringsbeginsel. - Wat is de timing van de informatiebeschikking?
Is de informatiebeschikking op een logisch moment in het proces genomen of zit er mogelijk een ander strategisch doel aan het nemen van de informatiebeschikking vast? - Zijn er minder ingrijpende alternatieven beschikbaar om het dossier te beslechten?
De informatiebeschikking is een zwaar middel met een mogelijk ingrijpend gevolg (de bewijssanctie). Soms is het mogelijk om via andere wegen, zoals een gefaseerde informatieverstrekking of het aanleveren van andere informatie, tot een oplossing te komen.
Het doorlopen van het bovenstaande stappenplan geeft inzicht in het procesrisico en de positie van de belastingplichtige en de inspecteur. Dit inzicht is noodzakelijk om een goede keuze te maken tussen procederen, (nader) overleggen of informatie verstrekken. Doorgaans is procederen pas interessant als op ten minste een van de zeven punten de inspecteur steken heeft laten vallen.
Wel of niet procederen tegen de informatiebeschikking?
Nadat de (proces)positie is bepaald moet de keuze worden gemaakt tussen procederen, (nader) overleggen en informatie verstrekken. Gezien de dreigende toepassing van de bewijssanctie is het van groot belang dat de juiste keuze wordt gemaakt. Hierna volgen een aantal indicatoren voor het bepalen of een procedure wel of niet verstandig is.
- Scoort de informatiebeschikking op de essentiële onderdelen (motivering, proportionaliteit, afbakening) goed, dan is de kans op succes in een procedure vaak klein.
- Andere indicatoren van lage proceskansen zijn een aantoonbaar gebrekkige administratie en het niet hebben verstrekt van inlichtingen waar de inspecteur zeer waarschijnlijk wel recht op heeft op grond van zijn bevoegdheden.
- Scoort de informatiebeschikking op minder dan de helft van de zeven genoemde stappen goed, dan kan een procedure al snel kansrijker zijn. Hier dient nog wel een kosten-batenafweging te worden gemaakt door en met de belastingplichtige.
- Andere indicatoren van betere proceskansen zijn een gebrekkige motivering door de inspecteur, een hele brede informatievraag zonder concrete aanknopingspunten in het dossier of een dossier dat de vraag oproept of een informatiebeschikking wel het juiste middel is.
Als de uitkomst is dat de succeskans in een procedure klein is, dan is het meestal verstandiger om in overleg te treden met de inspecteur. Soms is het mogelijk om via overleg alsnog tot een oplossing te komen, zonder dat de bewijssanctie intreedt. Een voorbeeld van zo’n oplossing is het maken van afspraken over het verstrekken van alternatieve informatie waarmee de inspecteur (een deel van) zijn vragen beantwoord krijgt.
Informatiebeschikking of civiele procedure?
De Belastingdienst is niet verplicht om een informatiebeschikking af te geven. Hij mag kiezen uit alle middelen die hem ter beschikking staan. Een ander middel is de civiele procedure. Hij verzoekt de burgerlijke rechter dan om de belastingplichtige te veroordelen tot het nakomen van zijn verplichtingen, op straffe van een dwangsom. Deze procedures zijn vaak sneller dan informatiebeschikkingsprocedures, maar het is discutabel of de rechtsbescherming van belastingplichtigen in dergelijke procedures even goed is gewaarborgd. Zo kent de civiele procedure een wezenlijk ander toetsingskader dan de fiscale procedure, waardoor de balans tussen informatieverplichting en rechtsbescherming anders kan uitvallen.
Het inzetten van de civiele procedure vereist terughoudendheid
De Belastingdienst moet bij het prefereren van de civiele procedure boven de informatiebeschikking naar onze mening uiterst terughoudend zijn. In de wetsgeschiedenis is namelijk opgenomen dat deze route vooral is bedoeld voor ‘bijzondere gevallen’. Daarbij heeft de wetgever gewezen op de belastingplichtige die elke medewerking weigert. Daarvan is doorgaans, zo menen wij, pas sprake als de belastingplichtige een eerlijke kans heeft gehad om zich te uiten over de verzoeken van de inspecteur. Juist voor die ‘discussie’ is de informatiebeschikking in het leven geroepen. Voor de civiele procedure is dan alleen ruimte in zeer bijzondere gevallen waarbij het verkrijgen van de informatie op korte termijn essentieel is.
Kritiek op de informatiebeschikking
De informatiebeschikking is niet onomstreden. Regelmatig komt de vraag op in hoeverre de rechtsbescherming van belastingplichtigen in de praktijk is verbeterd. In de praktijk merken wij dat de informatiebeschikking de rechtsbescherming enigszins heeft verbeterd. Met name de mogelijkheid om zonder onherroepelijke consequenties over de informatieverplichting te discussiëren is zeer waardevol. De volgende zaken zijn naar onze mening voor verbetering vatbaar:
- Het kunnen afgeven van een informatiebeschikking wegens gebreken in de administratie voegt niets toe. De kern van de informatiebeschikkingsprocedure is dat de belastingplichtige – als hij in het ongelijk wordt gesteld – een termijn krijgt om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. Het achteraf repareren van een gebrekkige administratie is doorgaans niet mogelijk. Wij zijn van mening dat de oplossing voor dit knelpunt eenvoudig is. De administratie- en bewaarverplichting dient te worden verwijderd uit het informatiebeschikkingstraject.
- De informatiebeschikking leidt in de praktijk tot enorme vertraging. Gezien de dreigende omkering en verzwaring van de bewijslast is belastingplichtigen er veel aan gelegen om zich tegen de informatiebeschikking te verzetten. Een dergelijke procedure kan jaren in beslag nemen en dat leidt tot een (veel) langere aanslagtermijn. Na afronding van de informatiebeschikkingsprocedure kan vervolgens nog jaren worden geprocedeerd over de opgelegde aanslag(en). Over de oplossing voor dit knelpunt wordt al langere tijd gesproken. Een steeds terugkomende denkrichting is het schrappen van één feitelijke instantie. Dit zou ontegenzeggelijk tot een vermindering van de doorlooptijd leiden, maar doet onzes inziens wel af aan de rechtsbescherming van belastingplichtigen.
De evaluatie van de informatiebeschikking uit 2016 en de reactie uit 2018
In september 2016 is een evaluatie van de informatiebeschikking verschenen (rapport) gevolgd door een Kamerbrief in 2018 (brief). De voornaamste punten zijn:
- Inspecteurs lijken meer bewuste keuzes te maken bij het doen van informatieverzoeken. Dit is benoemd als het ‘zelfreinigend effect. Wij zien dit als een positief signaal en een verbetering van de rechtsbescherming van belastingplichtigen.
- De informatiebeschikking werkt niet voor schendingen van de administratie- en bewaarverplichting. Het idee is om deze schendingen uit de informatiebeschikkingsprocedure te schrappen.
- De informatiebeschikking leidt tot een procesvertraging. Respondenten in het onderzoek wijzen op de mogelijkheid dat er sprake is van bewust traineren. Volgens de geïnterviewde ambtenaren doen belastingplichtigen dit met het oogmerk om het controle- en aanslagproces te vertragen. Dat gebeurt vermoedelijk in de hoop dat de inspecteur dan fatale fouten maakt. Dit is een signaal dat wij niet herkennen uit onze praktijk. Voor de meeste belastingplichtigen zal traineren naar onze mening ook niet tot een voordeel leiden, omdat de uitkomst er niet van verandert (slechts uitstel). Er zijn echter situaties denkbaar waarin uitstel van belang kan zijn, bijvoorbeeld bij liquiditeitsproblemen. De wetgever wil de doorlooptijd verkorten door de rechtsgang te beperken tot één feitenrechter en de Hoge Raad.
- De wetgever wil de te beoordelen rechtsvragen in de informatiebeschikkingsprocedure inperken.
Over deze oplossingsrichtingen is enkele keren vergaderd, maar tot concrete (wets)voorstellen is het niet gekomen.
Actualiteiten rondom de informatiebeschikking (stand per februari 2026)
Hieronder zijn enkele actuele ontwikkelingen rondom de informatiebeschikking opgenomen.
- In januari 2024 is een volgende evaluatie van de informatiebeschikking verschenen (rapport). De lange doorlooptijd en de gebrekkige werking bij de administratieverplichting komt ook in dit onderzoek naar voren. Verder wijzen de onderzoekers op een inefficiëntie in een nevenregeling (kostenvergoedingsbeschikking) en de samenloop van de informatiebeschikkingsprocedure met de civiele dwangsomprocedure. Ook deze evaluatie roept op tot handelen.
- In 2025 is de pre-consultatie beleidsrichting informatiebeschikking geconsulteerd (hier). In de pre-consultatie wordt ingegaan op de doorlooptijd, de administratieplicht, het codificeren van bepaalde rechtspraak van de Hoge Raad en zelfs als alternatief een volledige afschaffing van de informatiebeschikking.
- In januari 2026 is een Kamerbrief gestuurd (brief). De wetgever wil nog altijd de rechtsgang verkorten door één feitenrechter te verwijderen. Verder geeft de wetgever aan dat er later in 2026 verder uitgewerkte oplossingsrichtingen voor andere knelpunten volgen, waaronder het opheffen van de informatiebeschikking voor de administratieplicht. Naar onze mening heeft het (te) lang geduurd voordat de wetgever op deze knelpunten echt actie onderneemt. De eerste evaluatie is bijna 10 jaar oud en daarin kwamen deze knelpunten al voorbij.
Diverse aandachtspunten bij de informatiebeschikking
In de loop van de jaren is er steeds wat meer duidelijk geworden over de werking van de informatiebeschikking. Onder andere de volgende zaken zijn uitgekristalliseerd:
- Als de inspecteur vergeet om in de informatiebeschikking de termijn te vermelden die de belastingplichtige nog heeft, dan geldt er in principe geen termijn. Dit leiden wij af uit een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant uit 2024 (ECLI:NL:RBZWB:2024:647 en ons artikel).
- Als een rechtspersoon is opgehouden te bestaan, dan kunnen aan hem geen verplichtingen meer worden opgelegd. Dat kan pas als de vereffening is heropend. Als de inspecteur desondanks om informatie vraagt, kan geen informatiebeschikking worden afgegeven op naam van de niet meer bestaande rechtspersoon. Dit oordeelde de Hoge Raad in 2023 (ECLI:NL:HR:2023:543 en ons artikel).
- Indien de inspecteur een informatiebeschikking heeft afgegeven is hij niet langer bevoegd om voor dezelfde tekortkoming(en) later weer een informatiebeschikking af te geven. Van dezelfde tekortkoming is bijvoorbeeld sprake als de inspecteur opnieuw om dezelfde informatie vraagt die niet verstrekt is. Dit oordeelde de Hoge Raad in 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1439 en ons artikel).
- De Hoge Raad oordeelde in 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1045) dat de inspecteur in de informatiebeschikking niet hoeft aan te geven over welke informatie hij al beschikt.
- Het gevolg van omkering en verzwaring van de bewijslast blijft achterwege als dat disproportioneel is. De vraag of dat zo is, kan aan de orde komen in de informatiebeschikkingsprocedure en in de procedure over de belastingaanslag. In de aanslagprocedure kan immers pas volledig worden overzien wat het gewicht van de schending(en) is. Dat oordeelde de Hoge Raad in 2017 (ECLI:NL:HR:2017:130).
Actiepunten als de Belastingdienst een informatiebeschikking afgeeft
De ontvangst van een informatiebeschikking noopt tot direct handelen. Niet alleen vanwege de zeswekentermijn om in bezwaar te gaan, maar vooral met het oog op de bewijssanctie. Onze ervaring is dat de winst vaak zit in het snel beoordelen van de afgegeven informatiebeschikking en het veiligstellen van rechten. Hiermee behoudt de belastingplichtige zijn onderhandelings- en procespositie. Als het tijdig indienen van bezwaar wordt vergeten, staat de informatiebeschikking in principe onherroepelijk vast. De bewijssanctie is dan van toepassing en de onderhandelingspositie wordt aanzienlijk zwakker. Snelle en goede fiscale actie is daarom noodzakelijk. Hebt u daar hulp bij nodig, neem dan contact op.
Bronnen:
- Kamerstukken II 2025/26, 33772, nr. 7 (Kamerbrief met oplossingsrichtingen informatiebeschikking 2026).
- Pre-consultatie beleidsrichting informatiebeschikking (2025).
- Kamerstukken II 2023/24, 33772, nr. 6 (Onderzoek informatiebeschikking 2023).
- Kamerstukken II 2017/18, 33772, nr. 3 (Kamerbrief met oplossingsrichtingen informatiebeschikking 2018).
- Kamerstukken II 2016/17, 33772, nr. 2 (Evaluatie informatiebeschikking 2016).
- Handelingen I 2010/11, nr. 24, item 6.
- Kamerstukken II 2007/08, 30645, nr. 6 (Gewijzigde memorie van toelichting bij invoering informatiebeschikking).
Meer over dit thema:
- Terechte informatiebeschikking wegens niet verstrekken privéagenda aan Belastingdienst.
- Informatiebeschikking bij onzekere fiscale vestigingsplaats belastingplichtige.
- Belastingdienst mag geen tweede informatiebeschikking voor dezelfde tekortkoming afgeven.
- Geen informatiebeschikking voor vennootschap die is geliquideerd en niet meer bestaat.
Fiscale vraag?
Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.
"*" geeft vereiste velden aan