Stel een vraag
Gerechtshof was gebonden aan geschilpunten bij heroverweging proceskostenvergoeding in hoger beroep – Hoge Raad 2026
Formeel belastingrecht en procederenJurisprudentie kopieer en deel Naar kennisbank

Gerechtshof was gebonden aan geschilpunten bij heroverweging proceskostenvergoeding in hoger beroep – Hoge Raad 2026

  • Publicatiedatum 01 feb 2026
  • Aanpassingsdatum 01 feb 2026
  • Leestijd 4 min

Mocht het gerechtshof bij het opnieuw vaststellen van een proceskostenvergoeding de niet ter discussie staande wegingsfactor en het aantal punten aanpassen? Nee, zo oordeelt de Hoge Raad op 23 januari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:88). Het gerechtshof was gebonden aan de geschilpunten die door de belastingplichtige en de Staat naar voren zijn gebracht. Aangezien uitsluitend de puntwaarde ter discussie stond, was de rechtsstrijd tot dat geschilpunt beperkt. Een ambtshalve verlaging van andere elementen die de proceskostenvergoeding bepalen was niet toegestaan.

Wat oordeelt de Hoge Raad in dit arrest over het heroverwegen van een proceskostenvergoeding in hoger beroep?

De Hoge Raad oordeelt dat het gerechtshof bij het opnieuw vaststellen van de proceskostenvergoeding alleen de puntwaarde mocht heroverwegen. Andere elementen, zoals het aantal toegekende punten en de wegingsfactor zijn namelijk niet als geschilpunten aangebracht.

Procesverloop in zaak over proceskostenvergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn

In 2022 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de zaak van de belanghebbende. Het beroep is door de rechtbank ongegrond verklaard. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn (lees hier meer) is een schadevergoeding toegekend. Het gevolg daarvan is dat ook een proceskostenvergoeding is toegekend. Aangezien deze proceskostenvergoeding uitsluitend haar grondslag vindt in de overschrijding van de redelijke termijn, heeft de rechtbank een wegingsfactor van 0,5 op de proceskostenvergoeding toegepast. Verder is de rechtbank uitgegaan van een puntwaarde van € 541 en van handelingen die in totaal 2 punten waard zijn. De proceskostenvergoeding bedraagt dan: 2 * 541 * 0,5 = € 541.

Hoe heroverwoog het gerechtshof de toegekende proceskostenvergoeding?

Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld. Hij meent dat de rechtbank had moeten uitgaan van een puntwaarde van € 759. Daarbij verwijst hij naar een arrest van de Hoge Raad dat is verschenen na de rechtbank uitspraak. Het gerechtshof is het met de belanghebbende eens dat de rechtbank achteraf bezien van de verkeerde puntwaarde is uitgegaan (ECLI:NL:GHSHE:2024:270). Verder oordeelt het hof dat de enige reden voor toekenning van de proceskostenvergoeding de overschrijding van de redelijke termijn is. Uit een ander arrest van de Hoge Raad (2023) volgt dat de proceskostenvergoeding dan mag worden vastgesteld met een wegingsfactor van 0,25 en 1 punt. Hierdoor komt de proceskostenvergoeding lager uit en dus wijst het gerechtshof de eis van de belanghebbende af.

Cassatieklacht: mocht het hof andere elementen van de proceskostenvergoeding ambtshalve beoordelen?

De belanghebbende is het oneens met de uitspraak van het gerechtshof. Hij wijst erop dat hij alleen hoger beroep heeft ingesteld tegen de door de rechtbank gehanteerde puntwaarde. Volgens hem had het gerechtshof daarom uit moeten gaan van de toegekende 2 punten en de wegingsfactor van 0,5.

Hoe komt de Hoge Raad tot het oordeel dat het gerechtshof zich moest beperken tot de puntwaarde?

De Hoge Raad oordeelt dat het gerechtshof niet had mogen uitgaan van 1 punt. Ook mocht het hof de wegingsfactor niet verlagen tot 0,25. De belanghebbende heeft immers alleen de toegepaste waarde per punt van € 541 bestreden. Ook de Staat heeft in hoger beroep de wegingsfactor en punttoekenning niet bestreden. Het stond het gerechtshof daarom niet vrij om bij het opnieuw vaststellen van de proceskostenvergoeding deze in het nadeel van de belastingplichtige te verlagen. Dat is wel gebeurd door ambtshalve de toegekende punten en de wegingsfactor te verlagen. Het arrest van de Hoge Raad uit 2023 doet daaraan niet af. De Hoge Raad doet de zaak zelf af en berekent de proceskostenvergoeding op € 934. Daarbij rekent de Hoge Raad met de actuele waarde per punt.

Wat is het belang van dit arrest over de proceskostenvergoeding voor de praktijk?

Dit arrest onderstreept het belang van goed procederen en de rol van de rechter duidelijk zien. Het is aan de belastingplichtige om zijn bezwaren goed naar voren te brengen. Op enkele uitzonderingen na is de rechter vervolgens ‘gebonden’ aan de geschilpunten die door de betrokken partijen naar voren zijn gebracht. Wat in deze zaak opvalt is dat de Staat geen gronden heeft aangevoerd voor wat betreft het aantal punten en de wegingsfactor. Hierdoor stond slechts de puntwaarde ter discussie en dat kwam de belastingplichtige uiteindelijk goed uit. Voor de praktijk is het steeds van belang dat er volledig zicht is op elementen die in geschil zijn en elementen die dat niet (meer) zijn. Het vergeten om een bepaald element naar voren te brengen kan namelijk forse gevolgen hebben. Dat vereist een scherp zicht van de betrokken adviseur. Als er in een concreet dossier twijfel hierover bestaat, neem dan contact op.

Civra-Hoge-resolutie-voor-afdruk-zonder-logo-in-Adobe-93-scaled-aspect-ratio-200-200

Fiscale vraag?

Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kennisbank. Lees ook artikelen over: