Stel een vraag
De vereiste aangifte en omkering van de bewijslast
ArtikelenFormeel belastingrecht en procederen kopieer en deel Naar kennisbank

De vereiste aangifte en omkering van de bewijslast

  • Publicatiedatum 08 nov 2025
  • Aanpassingsdatum 08 nov 2025
  • Leestijd 4 min

Een belastingplichtige kan te maken krijgen met omkering van de bewijslast als hij de vereiste aangifte niet heeft gedaan of als er een onherroepelijke informatiebeschikking is afgegeven (lees hier meer over de informatiebeschikking). Het gevolg van de omkering van de bewijslast is dat de belastingplichtige in een zeer lastige bewijspositie terechtkomt. Hij moet dan overtuigend aantonen dat de opgelegde aanslag of beschikking onjuist is. In de praktijk wordt wel gesproken van een bijna ondoenlijke bewijslast. Deze bewijsmaatregel geldt niet voor zover het bezwaar van de belastingplichtige zich richt op een opgelegde vergrijpboete. Het is aan de inspecteur om aannemelijk te maken dat de vereiste aangifte niet is gedaan. In dit artikel behandel ik de omkering van de bewijslast als gevolg van het niet doen van de vereiste aangifte.

Wanneer is de vereiste aangifte niet gedaan?

 De belastingplichtige heeft de vereiste aangifte niet gedaan in de volgende situaties:

  • Hij is uitgenodigd om aangifte te doen en heeft dit, ook na een aanmaning, niet gedaan.
  • Bij het invullen van de aangifte heeft hij formele fouten gemaakt.
  • Er is in absolute en relatieve zin aanzienlijk te weinig inkomen aangegeven en hij was zich daar bewust van of had zich daarvan bewust moeten zijn.

In de volgende paragrafen ga ik op elk van deze situaties kort in.

De vereiste aangifte en het niet indienen van een aangifte

Iedereen die een uitnodiging krijgt om aangifte te doen moet daaraan gehoor geven. Dat dient te gebeuren door de gevraagde gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud aan te leveren. Doet de belastingplichtige dit niet en geeft hij geen gehoor aan een aanmaning, dan is de vereiste aangifte niet gedaan. Het is aan de inspecteur om te bewijzen dat de belastingplichtige correct is uitgenodigd en aangemaand. De belastingplichtige die geen aangifte indient, krijgt meestal een zogeheten ‘ambtshalve aanslag’. Dat is een aanslag die de inspecteur op basis van schatting oplegt. Deze schatting moet wel redelijk zijn. Als de belastingplichtige besluit zich te verzetten tegen deze ambtshalve aanslag, dan moet hij overtuigend aantonen dat die aanslag onjuist is of dat de schatting van de inspecteur niet redelijk is (willekeur).

De formele fouten in de aangifte en de vereiste aangifte

De tweede situatie die zich kan voordoen is de situatie waarin de belastingplichtige de aangifte wel invult, maar formele fouten maakt. Dit is bijvoorbeeld het geval als vragen in de aangifte onjuist worden beantwoord of niet worden beantwoord (lees hier meer over een belangrijk oordeel van de Hoge Raad uit 2022). De omkering van de bewijslast vindt dan plaats, tenzij de onjuistheid van onvoldoende gewicht is om dit te rechtvaardigen. In deze situatie ziet de omkering van de bewijslast alleen op de geschilpunten waarvoor het antwoord op de desbetreffende vraag relevant kan zijn.

De vereiste aangifte en inhoudelijke onjuistheden in de aangifte

De laatste categorie ziet op gebreken in de aangifte die ertoe leiden dat absoluut en relatief aanzienlijk te weinig belasting is geheven. De wet bevat geen verdere aanknopingspunten voor de vereiste omvang van de gebreken. In de loop van de jaren is hierover veel geprocedeerd. Van belang zijn steeds alle relevante feiten en omstandigheden. De enkele aanwezigheid van inhoudelijke gebreken is echter onvoldoende om vast te kunnen stellen dat de vereiste aangifte niet is gedaan. Vereist is dat de belastingplichtige zich bewust is geweest of had moeten zijn dat de aangifte inhoudelijk onjuist is. Daarbij is het zo dat de kennis van de gemachtigde (adviseur) aan de belastingplichtige wordt toegerekend.

Bewijslastverdeling bij de vereiste aangifte en omkering van de bewijslast

Het is aan de inspecteur om aannemelijk te maken dat de vereiste aangifte niet is gedaan. Hij hoeft dat niet overtuigend aan te tonen. Vervolgens moet de inspecteur, als hij zelf een aanslag wil opleggen, een redelijke schatting maken. Hij mag dus niet totaal willekeurig een belastingaanslag opleggen. De rechter toetst ook of de inspecteur een voldoende redelijke schatting heeft gemaakt. Daarbij is de informatiepositie van de inspecteur een relevant aspect. Als de belastingplichtige ter zake van het niet doen van de vereiste aangifte geen blaam treft, treedt de omkering van de bewijslast niet op. Dat geldt ook als toepassing van deze maatregel disproportioneel is.

Advies inzake de vereiste aangifte en omkering van de bewijslast

Belastingplichtigen die te maken krijgen met omkering van de bewijslast komen in een zeer lastige positie terecht. Zij moeten met overtuigend bewijs komen dat de opgelegde aanslag onjuist is of dat de inspecteur deze op basis van een niet-redelijke schatting heeft opgelegd. Hebt u vragen over dit onderwerp? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op.

Civra-Hoge-resolutie-voor-afdruk-zonder-logo-in-Adobe-93-scaled-aspect-ratio-200-200

Fiscale vraag?

Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kennisbank. Lees ook artikelen over: