Stel een vraag
Bpm-bezwaar is niet-ontvankelijk omdat voorwerp van bezwaar door te late betaling ontbreekt
Formeel belastingrecht en procederenJurisprudentie kopieer en deel Naar kennisbank

Bpm-bezwaar is niet-ontvankelijk omdat voorwerp van bezwaar door te late betaling ontbreekt

  • Publicatiedatum 18 jun 2026
  • Aanpassingsdatum 18 jun 2026
  • Leestijd 4 min

De termijn om een bezwaarschrift in te dienen vangt aan op de na die van het voldoen of afdragen van de verschuldigde belasting. Dit geldt voor aangiftebelastingen en is wettelijk geregeld. Een te vroeg ingediend bezwaarschrift is in principe niet-ontvankelijk. Op die hoofdregel bestaat een wettelijke uitzondering. Van niet-ontvankelijkheid is geen sprake als het besluit al is genomen, maar de bezwaartermijn nog niet is aangevangen. De andere grond waarop niet-ontvankelijkheid achterwege blijft, is die waarin de belanghebbende mocht menen dat het besluit al was genomen. De Hoge Raad heeft zich op 12 juni 2026 uitgesproken over de situatie waarin te vroeg bezwaar is gemaakt tegen de voldoening van bpm (ECLI:NL:HR:2026:914). In deze zaak blijft de niet-ontvankelijkverklaring intact, omdat de belanghebbende de verschuldigde bedragen niet tijdig heeft betaald. Daardoor ontbreekt een voorwerp van bezwaar. Dit artikel behandelt deze zaak.

Belanghebbende gaat in bezwaar zonder de bpm op aangifte te voldoen

De belanghebbende in deze zaak verzoekt regelmatig om inschrijvingen in het kentekenregister voor personenauto’s en motoren die op naam van een ander worden gesteld. Zij mag de bpm per tijdvak voldoen. De relevante tijdlijn is als volgt:

  • April 2021: bpm-aangifte over maart 2021. De betaling heeft op 1 mei 2021 nog niet plaatsgevonden.
  • Mei 2021: bpm-aangifte over april 2021. De betaling heeft op 1 juni 2021 nog niet plaatsgevonden.
  • 17 mei 2021: indiening bezwaarschrift tegen de bpm over maart 2021.
  • 2 juni 2021: indiening bezwaarschrift tegen de bpm over april 2021.
  • 9 juni 2021: De inspecteur verklaart de bezwaren niet-ontvankelijk.
  • 22 juni 2021: betaling bpm over maart 2021.
  • 19 juli 2021: betaling bpm over april 2021.

De procedure gaat over de vraag of de niet-ontvankelijkverklaring terecht is.

Gerechtshof acht niet-ontvankelijkverklaring van te vroeg ingediend bezwaar terecht

Het gerechtshof heeft de inspecteur in het gelijk gesteld (ECLI:NL:GHARL:2024:4602). In weerwil van het standpunt van de belanghebbende is het hof van mening dat de voldoening van de belasting niet geacht moet worden plaats te vinden bij het doen van de aangifte. Ook slaagt het beroep van de belanghebbende op de bijzondere regel van artikel 6:10 Awb niet. Die regel houdt in dat een te vroeg ingediend bezwaar onder omstandigheden niet niet-ontvankelijk hoeft te worden verklaard. Het hof ziet in deze zaak geen ruimte om deze bepaling toe te passen. De belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij toestemming had om de verschuldigde belasting op een later dan voorgeschreven tijdstip te betalen. Vaststaat dat het moment waarop is betaald later ligt dan het moment waarop de uitspraken op bezwaar zijn gedaan. Daarom heeft de inspecteur terecht de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard. Zonder betaling ontbreekt er namelijk een ‘voorwerp van bezwaar’. Het hof wijst het beroep op artikel 6:10 Awb af.

Hoge Raad ziet geen ruimte voor toepassing uitzonderingsgrond op niet-ontvankelijkverklaring bij bezwaar zonder voorwerp

De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de voldoening van de belasting niet wordt geacht plaats te vinden bij het doen van de aangifte. Er kan dan een escape zijn via het genoemde artikel 6:10 Awb. Hiervoor is vereist dat het bezwaarschrift is ingediend:

  • Op of na het moment waarop de aangifte is ingediend; of
  • Op of na het moment waarop de opdracht tot betaling van het bedrag waartegen bezwaar is gemaakt, is verstrekt.

Daarbij geldt echter wel dat als het bedrag niet binnen de geldende betaaltermijn door de ontvanger is ontvangen, het bezwaar niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat een ‘voorwerp van bezwaar’ ontbreekt. In deze zaak heeft de betaling na het verstrijken van de betaaltermijn en na de uitspraak op bezwaar plaatsgevonden. Het hof heeft daarom op de juiste gronden geoordeeld dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. De belanghebbende heeft nog aangevoerd dat de inspecteur in dit geval had moeten wachten tot de betalingen waren gedaan. Ook dat is volgens de Hoge Raad een onjuiste stelling.

Bij gebrek aan voorwerp van bezwaar is effectieve (rechts)bescherming niet aan de orde

Tot slot heeft de belanghebbende een beroep gedaan op het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Zij voert aan dat met dit oordeel haar de toegang tot het recht wordt ontzegd. De Hoge Raad merkt echter op dat het bezwaar zonder voorwerp is, zodat er ook geen sprake kan zijn van (nadelige) rechtsgevolgen. Een effectieve (rechts)bescherming is dan niet aan de orde.

Het belang van termijnen in het fiscale procesrecht

Het in bezwaar of beroep gaan is aan strenge termijnen gekoppeld. Die hebben met name tot doel om zekerheid te bieden over het tijdstip waarop een besluit formele rechtskracht krijgt (onaantastbaar wordt). Een te laat ingediend bezwaar- of beroepschrift is niet-ontvankelijk, tenzij de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Een te vroeg ingediend bezwaar- of beroepschrift is ook niet-ontvankelijk, maar de in dit artikel beschreven uitzonderingsgronden kunnen dan ruimte bieden om toch tot ontvankelijkverklaring te komen. Hebt u daar vragen over, neem dan gerust contact met ons op.

Civra-Hoge-resolutie-voor-afdruk-zonder-logo-in-Adobe-93-scaled-aspect-ratio-200-200

Fiscale vraag?

Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kennisbank. Lees ook artikelen over: