Beslistermijn Gemeentewet bij dwangsombeschikking – Hoge Raad 2026
- Publicatiedatum 18 apr 2026
- Aanpassingsdatum 18 apr 2026
- Leestijd 5 min
Geldt de bijzondere beslistermijn van artikel 236 Gemeentewet ook bij een bezwaar tegen een dwangsombeschikking? Volgens de Hoge Raad wel. De werking is niet beperkt tot de heffing van gemeentebelastingen. De wettekst en de wetsgeschiedenis bieden daarvoor onvoldoende aanknopingspunten. Dit betekent dat een ingebrekestelling vaak pas later mogelijk is dan in de praktijk wordt aangenomen. Dit artikel bespreekt het arrest van de Hoge Raad hierover van 10 april 2026 (ECLI:NL:HR:2026:492).
Geldt de bijzondere beslistermijn uit de Gemeentewet ook bij een dwangsombeschikking?
Ja. Volgens de Hoge Raad geldt de bijzondere beslistermijn van artikel 236 Gemeentewet voor elk bezwaar waarop de gemeenteambtenaar uitspraak doet. Dat betekent dat, als een bezwaar niet is ingediend in de laatste zes weken van het kalenderjaar, de gemeenteambtenaar tot 31 december van het jaar van indienen van het bezwaarschrift de tijd heeft om een besluit te nemen. Dit geldt ook voor het bezwaar tegen een dwangsombeschikking op grond van artikel 4:18 Awb.
Wat is een dwangsom bij niet-tijdig beslissen?
Als het bestuursorgaan niet tijdig besluit op een aanvraag, dan is zij onder voorwaarden een dwangsom verschuldigd (lees hier meer over de dwangsomregeling in het bestuursrecht). Een belangrijk voorwaarde is een tijdige ingebrekstelling met daarin een periode van twee weken om alsnog een besluit te nemen. Als de belanghebbende het oneens is met de hoogte van de dwangsom, dan is daarvoor niet altijd een afzonderlijke procedure nodig. Als de belanghebbende in bezwaar gaat tegen het (uiteindelijk) genomen besluit, dan kan de dwangsom onderdeel van die procedure zijn.
Wat is de beslistermijn op bezwaar in de Gemeentewet?
De gemeenteambtenaar dient uitspraak te doen op een bezwaarschrift in het kalenderjaar van ontvangst, tenzij het is ingediend in de laatste zes weken van het kalenderjaar. Dat staat in artikel 236 Gemeentewet. Deze regel is opgenomen met het oog op de piekbelasting die ontstaat, omdat gemeenten hun lokale aanslagen gelijktijdig met de WOZ-beschikkingen verzenden.
Heffingsambtenaar beslist niet-tijdig op bezwaar parkeerbelasting
Deze zaak gaat over een belanghebbende die in bezwaar is gegaan tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De gemeente neemt niet tijdig een besluit op dit bezwaar. Daarom verzoekt de belanghebbende om toekenning van een dwangsom. Er volgt een dwangsombeschikking. Daartegen maakt de belanghebbende op 14 juni bezwaar. Op 9 augustus stelt hij de heffingsambtenaar in gebreke wegens het niet-tijdig besluiten op dit bezwaar tegen de dwangsombeschikking.
Geschil over beslistermijn uit Gemeentewet en bezwaar tegen dwangsombeschikking
Het geschil richt zich op de vraag of de heffingsambtenaar op 9 augustus al te laat was met besluiten. Volgens de belanghebbende is de termijn uit de Gemeentewet niet van toepassing op dwangsombeschikkingen. Daarom is te laat besloten en was de ingebrekestelling van 9 augustus terecht. De heffingsambtenaar is van mening dat de termijn van artikel 236 Gemeentewet van toepassing is op alle bezwaren, dus ook op bezwaren tegen een dwangsombeschikking. Daarom had hij tot 31 december om een besluit te nemen. De ingebrekestelling van 9 augustus is dan te vroeg.
Oordeel van het Hof: gemeenteambtenaar mocht bijzondere beslistermijn Gemeentewet toepassen
Het gerechtshof oordeelde dat de bijzondere beslistermijn van artikel 236 Gemeentewet is opgenomen met het oog op piekbelasting (ECLI:NL:GHAMS:2025:1481). Die piekbelasting vloeit vooruit uit de koppeling van de verzending van gemeentelijke belastingaanslagen aan WOZ-beschikkingen. Echter, de wetgever heeft de beslistermijn in de wet niet beperkt tot WOZ-beschikkingen en daaraan gerelateerde belastingaanslagen. Daarom werkt deze bepaling door naar (vermeende) niet-tijdig nemen van een besluit op het bezwaar tegen de dwangsombeschikking. De heffingsambtenaar had tot 31 december de tijd om een besluit te nemen. De ingebrekestelling was daarom te vroeg en het beroep is door de rechtbank terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Waarom gaat de belanghebbende in cassatie?
De belanghebbende voert in cassatie aan dat:
- De verlengde beslistermijn van artikel 236 Gemeentewet is alleen van toepassing als er sprake is van de heffing van een gemeentelijke belasting.
- Dat is bij een dwangsombeschikking niet het geval.
Elk bezwaar bij de gemeenteambtenaar valt onder de bijzondere beslistermijn van de Gemeentewet
De Hoge Raad wijst op de wettekst. Die maakt duidelijk dat op een bezwaar dat niet is ingediend in de laatste zes weken van het kalenderjaar, een besluit moet worden genomen in het kalenderjaar. Dat is een bijzondere beslistermijn en die vormt een uitzondering op de hoofdregel van artikel 7:10 Awb. Volgens de Hoge Raad is het niet zo dat deze bijzondere regel niet geldt als het bezwaar is gericht tegen een dwangsombeschikking. De bijzondere beslistermijn van artikel 236 Gemeentewet is namelijk van toepassing op elk bezwaarschrift waarop de genoemde gemeenteambtenaar uitspraak doet. Hiermee kiest de Hoge Raad voor een grammaticale interpretatie. Het oordeel van het Hof is correct.
In de praktijk: langere onzekerheid en latere ingebrekestelling
Met dit arrest schept de Hoge Raad duidelijkheid. Elk bezwaar dat bij de gemeenteambtenaar ligt, valt onder de bijzondere beslistermijn van artikel 236 Gemeentewet. Dat geldt ook voor bezwaren tegen een dwangsombeschikking. Voor belanghebbenden biedt dit enerzijds zekerheid over de geldende termijnen, maar aan de andere kant leidt het ook tot rechtsonzekerheid. Wie in februari een bezwaar indient, dient in principe tot 31 december van dat jaar af te wachten. Een ingebrekestelling is pas kansrijk vanaf 1 januari van het volgende jaar. In voorkomende situaties is het te hopen dat de gemeenteambtenaren die zich over bezwaren buigen, ernaar streven om de afhandeling, ondanks de bijzondere beslistermijn, toch binnen een redelijke(re) periode gestand te doen. Hebt u vragen hierover? Neem dan contact op.
Bronnen:
- Hoge Raad 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:492 (Bijzondere beslistermijn van de Gemeentewet geldt voor elk bezwaar, inclusief dat tegen de dwangsombeschikking).
- Gerechtshof Amsterdam 13 maart 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1481 (Bijzondere beslistermijn Gemeentewet ook van toepassing op bezwaar tegen dwangsombeschikking).
Meer over dit thema:
Fiscale vraag?
Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.
"*" geeft vereiste velden aan