Hogere belastingrente vennootschapsbelasting in strijd met evenredigheidsbeginsel (Hoge Raad 2026)
- Publicatiedatum 18 jan 2026
- Aanpassingsdatum 18 jan 2026
- Leestijd 10 min
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 16 januari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:59) een streep gezet door de hogere belastingrente voor de vennootschapsbelasting. Volgens de Hoge Raad is sprake van een schending van het evenredigheidsbeginsel en een schending van het gelijkheidsbeginsel. Het bieden van rechtsherstel dient te geschieden door de in rekening gebrachte belastingrente te verminderen tot het tarief dat geldt voor de andere belastingmiddelen, zoals de inkomstenbelasting.
De kern van het arrest van de Hoge Raad over de belastingrente voor de vennootschapsbelasting
De Hoge Raad oordeelt dat het berekenen van een hogere rente voor de vennootschapsbelasting in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De bepaling in het Besluit belasting- en invorderingsrente die dit regelt is daarom onverbindend. Vervolgens komt de Hoge Raad voor wat betreft het rechtsherstel met een duidelijk kader. Er moet aansluiting worden gezocht bij de belastingrente voor de andere belastingmiddelen, zoals de inkomstenbelasting. Dat neemt de ongelijke behandeling weg en de wijze waarop die rente tot stand komt is niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel.
De voorgeschiedenis van deze zaak in vogelvlucht
Deze zaak is aangespannen door een belastingplichtige die werd geconfronteerd met een forse post belastingrente. Hij voerde aan dat de bepaling in het Besluit belasting- en invorderingsrente die dit percentage regelt in strijd met het evenredigheidsbeginsel is. De rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2024:4361 en ons artikel over die uitspraak) stelde de belastingplichtige in het gelijk en verminderde de belastingrente tot de gevorderde 4%. De A-G concludeerde in oktober 2025 (ECLI:NL:PHR:2025:1044 en ons artikel over die conclusie) dat het cassatieberoep van de staatssecretaris ongegrond moet worden verklaard.
Welke rechtvaardiging heeft de staatssecretaris voor de hogere belastingrente in de vennootschapsbelasting?
- Wettelijk is geregeld dat het percentage van de belastingrente voor verschillende belastingmiddelen verschillend mag worden vastgesteld.
- Het is een bewuste keuze van de wetgever geweest om voor de hoogte van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting aansluiting te zoeken bij de wettelijke rente voor handelstransacties.
- Deze aansluiting bij een hogere rente is bedoeld als (i) prikkel voor de tijdige nakoming van verplichtingen en kent ook een (ii) budgettair element.
Volgens de staatssecretaris is van de schending van enig algemeen beginsel geen sprake.
Hoe toetst de Hoge Raad de bepaling uit het Besluit belasting- en invorderingsrente?
Bij de beoordeling van de relevante bepaling in het Besluit belasting- en invorderingsrente doorloopt de Hoge Raad op hoofdlijnen de volgende drie stappen:
- Is de besluitgever gebleven binnen de kaders die de wettelijke bepaling schetst?
- Is sprake van een zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd voorschrift? Hier staat de vraag centraal of de door de belastingplichtige aangevoerde gerechtvaardigde belangen voldoende zijn meegewogen.
- Is sprake van strijdigheid met een materieel rechtsbeginsel (zoals het evenredigheidsbeginsel).
Tot slot is het van belang om te zien dat het bij stap 2 niet gaat om de steekhoudendheid van de gegeven motivering, maar slechts om de aanwezigheid van een motivering. Of de gegeven motivering steekhoudend is komt aan de orde bij de derde stap.
Is de besluitgever binnen de aan hem gedelegeerde bevoegdheid gebleven?
Dat de belastingrente wordt vastgesteld via het Besluit belasting- en invorderingsrente is in een wettelijke bepaling vastgelegd. De eerste vraag is daarom of de relevante bepaling in het Besluit belasting- en invorderingsrente is gebleven binnen de kaders die de wettelijke bepaling voorschrijft. Volgens de Hoge Raad is dat het geval. Hij leidt uit de wettelijke bepaling niet af dat de besluitgever het rentepercentage niet hoger mag vaststellen dan het rentenadeel van de staat heeft geleden. Met dit oordeel heeft de staatssecretaris de eerste horde genomen.
Zijn de belangen van de betrokken Vpb-plichtigen voldoende meegewogen?
Volgens de Hoge Raad zijn de belangen van de betrokken vennootschapsbelastingplichtigen kenbaar meegewogen. Hij wijst erop dat bij de totstandkoming van de wettelijke regeling die is overgenomen in het Besluit belasting- en invorderingsrente voor deze belangen aandacht is geweest. Zo heeft het kabinet aangegeven begrip te hebben voor het feit dat de verhoging van de belastingrente voor betrokken belastingplichtigen als een lastenverzwaring zal voelen. Zij begrijpt daarom goed dat het voorstel niet door iedereen als wenselijk is bestempeld. Toch is het kabinet van mening dat het een gerechtvaardigd voorstel betreft. De Hoge Raad leidt uit deze overwegingen af dat de relevante bepaling in het Besluit belasting- en invorderingsrente voldoende zorgvuldig is voorbereid en voldoende is gemotiveerd. Daarmee neemt de staatssecretaris ook de tweede horde.
Welke ruimte heeft de rechter voor de toetsing van het Besluit aan algemene rechtsbeginselen?
De rechtbank heeft de relevante bepaling in het Besluit belasting- en invorderingsrente getoetst aan de materiële rechtsbeginselen. Daartoe behoort ook het evenredigheidsbeginsel. Volgens de Hoge Raad mocht de rechtbank dat doen. Daaraan staat niet in de weg dat de inhoud van de bepaling in lijn is met de bedoelingen van de wetgever. De wetgever heeft er namelijk voor gekozen om de besluitgever beslissingsruimte toe te kennen met betrekking tot het vaststellen van het rentepercentage voor de verschillende belastingmiddelen. De keuze die de besluitgever vervolgens maakt mag door de rechter worden getoetst. Die toetsing dient echter wel rekening te houden met het feit dat het maken van politiek-bestuurlijke keuzes niet aan de rechter is.
Hoe indringend mocht de rechtbank toetsen aan het evenredigheidsbeginsel?
De rechtbank heeft met inachtneming van de volgende aspecten de relevante bepaling beoordeeld:
- Van schending van het evenredigheidsbeginsel is sprake als de nadelige gevolgen van een lastenverzwaring voor de betrokken belastingplichtigen onevenredig zijn in verhouding tot de doelen die met de regel worden gediend.
- De rechter mag de geschiktheid, noodzaak en evenwichtigheid van de regel beoordelen.
- De rechter moet de belangenafweging die de besluitgever heeft gemaakt terughoudend beoordelen aangezien bij de totstandkoming van de relevante bepaling politiek-bestuurlijke afwegingen zijn gemaakt.
Welke overwegingen moeten aan het evenredigheidsbeginsel worden getoetst?
Uit de wetsgeschiedenis en de zaakstukken leidt de Hoge Raad twee doelstellingen af die met de relevante bepaling zijn beoogd:
- Het behalen van een budgettair doel.
- Het geven van een belangrijke prikkel voor belastingplichtigen om tijdig aangifte te doen of om tijdig een voorlopige aanslag te verzoeken.
De Hoge Raad ziet zich voor de vraag gesteld of deze twee doelstellingen voldoende rechtvaardiging bieden voor de gekozen belastingrenteregeling.
Waarom faalt het argument over het prikkelen van de belastingplichtige tot gewenst aangiftegedrag ?
De staatssecretaris is van mening dat de hogere rente een belangrijke prikkel is om belastingplichtigen tijdig aangifte te laten doen. Ook wijst hij op de mogelijkheden om de belastingrente te vermijden. Dat kan volgens hem door tijdig een voorlopige aanslag te verzoeken. De Hoge Raad meent dat dit argument geen gewicht in de schaal legt. Er is geen toelichting gegeven waaruit volgt dat het nodig is om bij de vennootschapsbelasting een hoger rentepercentage te berekenen dan in vergelijking met andere belastingen.
Welke gebreken ziet de Hoge Raad in het budgettaire argument van de staatssecretaris?
Een van de situaties waarin een lastenverzwaring onevenredig is, is als deze zonder goede grond bij één groep belastingplichtigen terechtkomt. Het ‘ongefundeerde selectieve karakter’ leidt dan tot schending van het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. In deze zaak overweegt de Hoge Raad onder andere het volgende:
- Belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting zijn vergelijkbaar met andere belastingplichtigen.
- Een rechtvaardiging voor het maken van onderscheid tussen deze groepen kan niet zijn gelegen in de aansluiting bij het rentepercentage op handelsvorderingen zoals voor de vennootschapsbelasting is gebeurd. Een nog niet geformaliseerde belastingschuld is onvoldoende vergelijkbaar met een handelsvordering.
- Dat het aanvangsmoment voor de berekening van de belastingrente bij de verhoging van het rentepercentage is opgeschoven rechtvaardigt het onderscheid ook niet. Het is namelijk de verhoging voor alleen de vennootschapsbelasting die leidt tot het financiële nadeel dat uit de budgettaire doelstelling volgt.
- Het kunnen vermijden van belastingrente via een voorlopige aanslag volstaat ook niet als argument. Ook een vermijdbare lastenverzwaring mag namelijk niet onevenredig zijn.
- Dat de vergoeding van belastingrente in de vennootschapsbelasting tegen hetzelfde (hogere) percentage plaatsvindt is ook geen voldoende argument. In de eerste plaats staat dit los van de in rekening gebrachte belastingrente en in de tweede plaats komt dit beperkt voor.
De Hoge Raad oordeelt dat redelijke rechtvaardigingsgronden ontbreken voor de hogere belastingrente voor de vennootschapsbelasting. Ten onrechte is een lastenverzwaring doorgevoerd voor één specifieke groep. Dit leidt tot strijdigheid met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De staatssecretaris trekt daarmee aan het kortste eind.
Wat geeft de Hoge Raad aan handvatten voor de praktische gevolgen?
De Hoge Raad spreekt zich uit over de gevolgen van dit arrest. Voor de belastingmiddelen die onder het hogere rentepercentage vallen, moet worden teruggevallen op het percentage voor de andere belastingmiddelen. Voor alle soorten belasting is de belastingrente dan gelijk en dat neemt de inbreuk op het gelijkheidsbeginsel al weg. Volgens de Hoge Raad is die rente ook niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De rente is namelijk niet disproportioneel hoog. Dat in de regeling een ondergrens is opgenomen van 4% respectievelijk 4,5% (sinds 2024) doet daaraan op de volgende gronden niet af:
- De absolute hoogte is niet excessief.
- Het geldt voor alle belastingmiddelen.
- De budgettaire doelstelling die hiervoor is gegeven is een legitieme doelstelling.
- Een relatief hoge rente zal ook bijdragen aan de bedoeling om een prikkel te vormen voor een tijdige aangifte of een tijdig verzoek voor een voorlopige aanslag.
Met inachtneming van de vereiste terughoudendheid bij de toetsing is hiermee sprake van een aanvaardbare regeling.
Wat is de betekenis van dit arrest voor de procedures over andere belastingmiddelen?
Niet alleen tegen de hogere belastingrente voor de vennootschapsbelasting is een procedure gestart. Er loopt ook een procedure over de hoogte van het tarief voor de andere belastingmiddelen. Uit dit arrest leid ik voorzichtig af dat die procedures weinig kans van slagen heeft. De Hoge Raad geeft aan dat op het moment dat de belastingrentepercentages voor alle belastingmiddelen gelijk zijn getrokken, er in elk geval geen sprake meer is van discriminatie. Ook lijkt de huidige berekeningswijze niet te leiden tot uitkomsten die de Hoge Raad onevenredig acht.
Wat zijn de gevolgen van dit arrest voor de praktijk?
De Hoge Raad heeft duidelijke kaders geschetst voor de in rekening te brengen belastingrente. Die ziet er voor vennootschapsbelastingplichtigen als volgt uit:
| Periode | Gehanteerde percentage Vpb-belastingrente | Te hanteren percentage Vpb-belasting |
| 01-01-2026 – HEDEN | 7,5% | 5% |
| 01-01-2025 – 31-12-2025 | 9% | 6,5% |
| 01-01-2024 – 31-12-2024 | 10% | 7,5% |
| 01-07-2023 – 31-12-2023 | 8% | 6% |
| 01-01-2022 – 01-07-2023 | 8% | 4% |
| 01-10-2020 – 31-12-2021 | 4% | 4% |
Belastingplichtigen die tijdig bezwaar hebben gemaakt of dat nog gaan doen tegen de opgelegde belastingrente in de vennootschapsbelasting kunnen naar alle waarschijnlijkheid een op bovenstaande uitgangspunten gebaseerde vermindering tegemoetzien. Het is vervolgens aan de wetgever om de regeling aan te passen en te bezien hoe hij het oordeel van de Hoge Raad meeweegt bij het formuleren van de nieuwe wet- en regelgeving.
Wat betekent dit arrest voor huidige en toekomstige (bezwaar)procedures over de belastingrente?
Het oordeel van de Hoge Raad is duidelijk. Met dit oordeel in de hand kunnen belastingplichtigen bezwaar maken tegen de aan hen voor de vennootschapsbelasting berekende belastingrente. Als het belastingrente op een voorlopige aanslag betreft, dient eerst een verzoek tot herziening te worden ingediend. De termijn eindigt als de definitieve aanslag onherroepelijk wordt. Voor nieuwe situaties (dat zijn aanslagen die op 16 januari 2026 nog niet onherroepelijk vaststaan of die nog worden opgelegd) geldt het volgende. Belastingplichtigen doen er goed aan om tijdig in bezwaar te gaan. Dat leidt tot maximaal behoud van rechten. Als dit onverhoopt wordt vergeten kan een verzoek om ambtshalve vermindering worden ingestuurd. Hebt u vragen over de gevolgen voor uw situatie, neem dan gerust contact op.
Bronnen:
- Hoge Raad 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:59 (Hoger percentage belastingrente voor vennootschapsbelasting is in strijd met evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel).
- Parket bij de Hoge Raad 26 september 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1044 (Conclusie A-G over percentage van belastingrente voor de vennootschapsbelasting en het evenredigheidsbeginsel).
- Rechtbank Noord-Nederland 7 november 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:4361 (Rechtbank verklaart relevante bepaling in Besluit belasting- en invorderingsrente onverbindend).
Meer over dit thema:
- Rechtbank Noord-Nederland: belastingrente vennootschapsbelasting in strijd met evenredigheidsbeginsel.
- Conclusie A-G over belastingrente vennootschapsbelasting (2025).
- Het fiscale inzagerecht voor belastingplichtigen.
- Ook schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in procedure over belastingrente.
- Belastingrente: tarief en spelregels voor de Belastingdienst.
Fiscale vraag?
Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.
"*" geeft vereiste velden aan