Stel een vraag
Belastingrente en legaliteitsbeginsel: Hoge Raad verbiedt anticiperen op nieuw percentage (2026)
Formeel belastingrecht en procederenJurisprudentie kopieer en deel Naar kennisbank

Belastingrente en legaliteitsbeginsel: Hoge Raad verbiedt anticiperen op nieuw percentage (2026)

  • Publicatiedatum 12 apr 2026
  • Aanpassingsdatum 12 apr 2026
  • Leestijd 8 min

Mag de Inspecteur belastingrente berekenen op basis van een nog niet in werking getreden percentage? De Hoge Raad oordeelt van niet wegens strijd met het legaliteitsbeginsel (ECLI:NL:HR:2026:591). Het hogere rentepercentage is dan ten onrechte toegepast en een vermindering moet plaatsvinden. Voor een uitzondering op het legaliteitsbeginsel is vereist dat er sprake is van terugwerkende kracht via een wet in formele zin. Aan die voorwaarde is in dit geval niet voldaan. Dit artikel bespreekt deze zaak en duidt de gevolgen voor de praktijk.

Wat oordeelt de Hoge Raad over het legaliteitsbeginsel en een verhoging van de belastingrente?

De Hoge Raad oordeelt dat de belastingrente niet mag worden berekend op basis van een nog niet in werking getreden percentage. Dit is in strijd met het legaliteitsbeginsel.

  • De Inspecteur heeft in september, bij het berekenen van de belastingrente, gebruikgemaakt van een percentage dat per 1 oktober in werking treedt. Dit kwalificeert als een handeling zonder juridische grondslag. Dat is in strijd met het legaliteitsbeginsel. Een dergelijk ‘anticiperend handelen’ is in beginsel niet toegestaan.
  • Een uitzondering op het legaliteitsbeginsel is hier niet aan de orde. Daarvoor is vereist dat er sprake is van terugwerkende kracht die wordt geregeld via een wet in formele zin.

Het legaliteitsbeginsel bij het berekenen van belastingrente in het kort

Deze zaak draait om het legaliteitsbeginsel van artikel 104 Grondwet. Hierin is opgenomen dat belastingen worden geheven uit kracht van een wet. Dat wil zeggen dat het heffen van belastingen alleen mogelijk is als daarvoor een wettelijke grondslag bestaat. Daartoe behoort ook het berekenen van belastingrente. Het legaliteitsbeginsel waarborgt de rechtszekerheid van belastingplichtigen.

Inspecteur berekent belastingrente op basis van toekomstig percentage

De belastingplichtige heeft voor het jaar 2016 een aangifte gedaan waaruit een inkomensafhankelijke Zvw-bijdrage volgt van nihil. De Inspecteur heeft deze aangifte gevolgd en geen aanslag opgelegd. Na het verstrijken van de aanslagtermijn dient de belastingplichtige een herziene aangifte in voor het jaar 2016. In deze aangifte is eerder niet verantwoorde winst uit onderneming aangegeven. Deze herziene aangifte leidt tot een navorderingsaanslag met belastingrente. De belastingrente is als volgt berekend:

  • Over 1 juli 2017 tot en met 1 juli 2020 naar een percentage van 4%. Dit is in overeenstemming met de tekst van de wet.
  • Over 1 juli 2020 tot en met 1 oktober 2020 naar een percentage van 0,01%. Dit is in overeenstemming met de tekst van de wet.
  • Over 1 oktober 2020 tot en met 20 oktober 2020 naar een percentage van 4%. Dit is in overeenstemming met de tekst van het besluit over de hoogte van de belastingrente. Echter, op het moment van het opleggen van de belastingaanslag was het besluit nog niet gepubliceerd in het Staatsblad en nog niet in werking getreden.

Het besluit waarin de rente van 0,01% naar 4% ging stond op 30 september 2020 in het Staatsblad en trad per 1 oktober 2020 in werking.

Waarover gaat het geschil?

In deze zaak verschillen de belastingplichtige en de Inspecteur op meerdere punten van mening. Voor dit artikel gaat het over de twistpunten met betrekking tot de belastingrente die de Inspecteur in rekening heeft gebracht. De navorderingsaanslag over 2016 is door de Inspecteur opgelegd met dagtekening 26 september 2020. Dat is dus voor de datum van inwerkingtreding van het besluit waarbij de belastingrente is verhoogd naar 4%. De belastingrente wordt echter berekend over de periode vanaf het opleggen van de aanslag tot het invorderbaar worden van de belastingschuld. Daarmee ziet de in rekening gebrachte belastingrente ook op het tijdvak gelegen na 1 oktober 2020.

  • De vraag is of de Inspecteur op 26 september 2020 al belastingrente mocht berekenen op basis van het percentage dat per 1 oktober 2020 geldt.
  • Volgens de belastingplichtige ontbreekt een juridische basis voor de toepassing van het 4%-percentage, omdat de beschikking voor de datum van inwerkingtreding is genomen.
  • Daarbij acht de belastingplichtige tevens relevant dat het besluit waarbij de belastingrente weer naar 4% ging, in het Staatsblad van 30 september 2020 stond.

Inspecteur mocht van Hof vooruitlopen op nieuwe regelgeving

Volgens het Hof kon de inspecteur op 26 september 2020 het percentage van 4% al toepassen (ECLI:NL:GHSHE:2025:1320). Hij neemt tot uitgangspunt dat het niet mogelijk is om vooruit te lopen op een toekomstige wijziging. In dit geval is er echter sprake van een uitzonderingssituatie. De verlaging naar 0,01% was namelijk tijdelijk van aard en toen de Inspecteur de navorderingsaanslag vaststelde was dat ook kenbaar. Ook verwijst het Hof naar een arrest van de Hoge Raad uit 2009. Daarin oordeelde de Hoge Raad dat de rechter moet toetsen met inachtneming van het (uiteindelijk) geldende recht. Als de wetgeving na het besluit van de Inspecteur wijzigt en die wet geldt met terugwerkende kracht, dan dient de rechter daarmee rekening te houden. Ondanks dat er in dit dossier geen sprake is van een terugwerkende kracht, past het Hof deze regel toch toe. Volgens het Hof past dit bij de praktische benadering die de Hoge Raad heeft willen voorschrijven.

Waarom gaat de belastingplichtige in cassatie?

De belastingplichtige is het niet eens met het oordeel van het Hof.

  • Hij voert aan dat de Inspecteur ten onrechte het belastingrentepercentage van 4% heeft gehanteerd bij het opleggen van de beschikking op 26 september 2020.
  • De verhoging van 0,01% naar 4% stond namelijk pas 30 september 2020 in het Staatsblad.
  • De verhoging van 0,01% naar 4% is pas per 1 oktober 2020 in werking getreden.

De belastingplichtige doet hiermee een beroep op het legaliteitsbeginsel.

Toepassen toekomstige verhoging belastingrente doorkruist legaliteitsbeginsel volgens Hoge Raad

Als uitgangspunt houdt de Hoge Raad aan dat de berekening van belastingrente niet mogelijk is als de regeling waarop de rente berust nog niet in werking is getreden. Tot aan dat moment bestaat er namelijk nog geen juridische grondslag. Er is dan sprake van strijdigheid met het legaliteitsbeginsel. Daarvan is ook sprake als het geen nieuwe regeling betreft, maar een verhoging van het toepasselijke rentepercentage. De Inspecteur dient zich tot de inwerkingtreding van de nieuwe (of gewijzigde) regeling steeds te verhouden tot de op dat tijdstip geldende regels. Als gevolg hiervan ontbrak tot 1 oktober 2020 een juridische grondslag om belastingrente in rekening te brengen naar het rentepercentage van 4%. Daaraan doet niet af dat de belastingrente ziet op de periode waarin het gewijzigde rentepercentage uiteindelijk van toepassing zal zijn.

Hoge Raad rekt uitzonderingen voor doorkruising legaliteitsbeginsel niet op

Vervolgens buigt de Hoge Raad zich over het oordeel van het Hof dat er sprake is van een uitzonderingssituatie. Het Hof zag die uitzondering erin dat ten tijde van het vaststellen van de beschikking door de Inspecteur al kenbaar was dat, per wanneer en naar welk percentage een wijziging zou gaan gelden. Dit is echter onvoldoende om een doorkruising van het legaliteitsbeginsel toe te staan. Dat geldt ook voor het feit dat bekend was dat de verlaging naar 0,01% van tijdelijke aard was. Tot slot verduidelijkt de Hoge Raad de reikwijdte van het door het Hof aangehaalde arrest uit 2009:

  • Een uitzondering op het legaliteitsbeginsel geldt als uit een wet in formele zin volgt dat met terugwerkende kracht een juridische basis wordt verleend aan voorheen tot stand gekomen handelen van de Inspecteur.
  • In deze zaak is er geen sprake van een wet in formele zin.
  • In deze zaak is er geen sprake van terugwerkende kracht.

De uitzondering is daarom in deze zaak niet van toepassing. Ook ziet de Hoge Raad geen andere aanknopingspunten om een uitzondering op het legaliteitsbeginsel aan te nemen.

Advocaat-Generaal staat formele benadering van het legaliteitsbeginsel voor

De conclusie van de A-G bevat een aantal interessante beschouwingen over het legaliteitsbeginsel (ECLI:NL:PHR:2025:1393). Hij meent dat het legaliteitsbeginsel een formele benadering verlangt. Volgens de A-G is het legaliteitsbeginsel ook in geding als bestuursorganen voor de burger bezwarende bevoegdheden aanwenden op het moment dat deze nog niet bestaan. Er is dan sprake van ‘anticiperend gebruik van bevoegdheden’. Volgens de A-G doorkruist dit de rule of law en mag daarom de bevoegdheid hiertoe niet te snel worden aangenomen. Alleen als de wetgever in formele zin uitdrukkelijk toestemming geeft, mag het bestuur ervan uitgaan dat anticiperend gebruik van bevoegdheden is gelegitimeerd. Overigens is ook in die situatie nog een toetsing aan artikel 1 EP EVRM mogelijk.

Wat zijn de gevolgen van dit arrest over het legaliteitsbeginsel voor de praktijk?

De Hoge Raad is het met de belastingplichtige eens dat er sprake is van een schending van het legaliteitsbeginsel. De Inspecteur mocht voor de inwerkingtreding van het rentepercentage van 4% dit verhoogde percentage nog niet toepassen. Door dat wel te doen heeft hij in strijd met dit beginsel gehandeld. Over de periode 1 oktober 2020 tot en met 20 oktober 2020 dient alsnog het rentepercentage van 0,01% te worden toegepast. Met zijn oordeel zoekt de Hoge Raad meer de aansluiting met de formelere benadering van de A-G en minder met het voorgaande arrest van het Hof. De uitstralingseffecten voor de dagelijkse praktijk zijn voor wat betreft de belastingrente beperkt, maar het arrest is mede van belang voor alle situaties van toekomstige regelgeving. In het besluit over de belastingrente is opgenomen hoe het rentepercentage wordt vastgesteld en dat is op basis van de ECB-herfinancieringsrente naar het niveau op 1 november van het voorafgaande kalenderjaar. Er vindt daarmee niet steeds een inwerkingtreding van een nieuwe regeling plaats en vooraf is al duidelijk en kenbaar wat het rentepercentage zal zijn. Hebt u vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op.

Civra-Hoge-resolutie-voor-afdruk-zonder-logo-in-Adobe-93-scaled-aspect-ratio-200-200

Fiscale vraag?

Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Kennisbank. Lees ook artikelen over: