De 20-maandentermijn bij erfbelasting en het blijvende risico op belastingrente
- Publicatiedatum 17 okt 2025
- Aanpassingsdatum 08 jan 2026
- Leestijd 8 min
Voor het indienen van de aangifte erfbelasting geldt een wettelijke aangiftetermijn. Ook als die termijn wordt nageleefd, kan belastingrente verschuldigd zijn. Sinds 1 januari 2026 bedragen zowel de aangiftetermijn als het startmoment van de belastingrente twintig maanden. Deze termijn gaat in beginsel in op het moment van overlijden. Dat lijkt ruim, maar blijkt in de praktijk – met name bij complexe nalatenschappen – vaak onvoldoende. Onder tijdsdruk vindt dan de indiening van een (voorlopige) aangifte plaats die afwijkt van de uiteindelijke definitieve aanslag. Die afwijking leidt dan tot belastingrente. Dit risico wordt in de praktijk vaak onderschat. In dit artikel bespreek ik de aangiftetermijn erfbelasting, de werking van de 20-maandentermijn per 2026, het moment waarop belastingrente gaat lopen en de belangrijkste valkuilen.
Wat is de aangiftetermijn voor de aangifte erfbelasting?
Sinds 1 januari 2026 is de aangiftetermijn voor de erfbelasting twintig maanden. Dit is een verlenging ten opzichte van de ‘oude’ achtmaandentermijn. De termijn van 20 maanden is bedoeld om de belastingplichtige voldoende tijd en rust te geven om de benodigde middelen vrij te spelen. Daarbij speelt ook mee dat de aangifte erfbelasting afhankelijk is van de aanslag inkomstenbelasting van de overledene. Die aanslag is er vaak pas 8 tot 21 maanden na het overlijden. Wie niet genoeg heeft aan de 20-maandentermijn kan een uitstelverzoek doen. De Belastingdienst verleent doorgaans eenmaal en voor maximaal vier maanden uitstel. Ondanks dat een termijn van twintig maanden ruim klinkt, kan de termijn bij complexe nalatenschappen met bijvoorbeeld ondernemingsvermogen of een omvangrijke vastgoedportefeuille aan de krappe kant zijn. Wie de aangifte niet tijdig indient begaat een overtreding. Dat kan leiden tot een bestuurlijke boete.
Uitzonderingen op het aanvangsmoment van de 20-maandentermijn
De wetgever heeft een aantal uitzonderingen geformuleerd op de hoofdregel dat de aangiftetermijn voor de erfbelasting aanvangt bij het overlijden.
- De termijn vangt niet aan zolang sprake is van een onbeheerde nalatenschap en er geen vereffenaar is benoemd.
Verder geldt dat de termijn pas gaat lopen als een van de volgende onzekere gebeurtenissen zich heeft voorgedaan:
- De verkrijging als gevolg van het vervullen van een voorwaarde die leidt tot een wijziging van de verkrijger. Het gaat dan om opschortende of ontbindende voorwaarden. Voor de verkrijger die hierdoor een verkrijging heeft, gaat de termijn pas lopen bij de vervulling.
- Als de erfgenaam verwerpt, dan is hij niet langer verkrijger. Diegene die voor hem in de plaats komt moet de aangifte doen en de erfbelasting betalen. Voor deze persoon gaat de termijn lopen op het aanvaardingsmoment.
- Bij een tweetrapsmaking verkrijgt de zogeheten ‘verwachter’ pas na het overlijden van de ‘bezwaarde’. Dit moment kan ook eerder liggen, namelijk als de bezwaarde na aanvaarding afstand doet ten behoeve van de verkrijger. Op het moment dat de afstand plaatsvindt, gaat voor de verkrijger de aangiftetermijn lopen.
- De uitoefening van een wilsrecht dat voortvloeit uit op de overlijdensdag of het verkrijgingsmoment ontstane rechtsverhoudingen kan leiden tot een wijziging in de verkrijging of de verkrijger. Leidt de uitoefening tot een dergelijke wijziging, dan gaat een nieuwe aangiftetermijn lopen.
Wanneer is belastingrente verschuldigd bij de erfbelasting?
Met ingang van 1 januari 2026 wordt de belastingrente voor de erfbelasting berekend vanaf het verstrijken van 20 maanden na het overlijden. Als de (voorlopige) aangifte erfbelasting is ingediend binnen de aangiftetermijn, is geen belastingrente verschuldigd. Daaraan is een strenge voorwaarde gekoppeld. Deze regel geldt alleen als de aanslag erfbelasting wordt vastgesteld overeenkomstig de ingediende (voorlopige) aangifte. Een afwijkende aanslag leidt dus wel tot het berekenen van belastingrente. Deze voorwaarde wordt in de praktijk vaak vergeten en dat kan leiden tot onverwachte nadelige financiële gevolgen. Het is belangrijk dat hier in de praktijk rekening mee wordt gehouden, zeker als de nalatenschap complex is. In dat geval kan het indienen van een exact juiste voorlopige aangifte immers erg lastig zijn. In die gevallen zien wij regelmatig dat de tijdig ingediende voorlopige aangifte (net) niet overeenkomt met de uiteindelijke aanslag, waardoor toch belastingrente is verschuldigd.
Is de per 2026 verruimde aangiftetermijn erfbelasting wel ruim genoeg?
De verruiming van de aangiftetermijn voor de erfbelasting naar twintig maanden heeft een aantal doelen. De wetgever wil minder uitstelverzoeken, kwalitatief betere aangiften en minder bezwaarschriften. Onze fiscaal juristen betwijfelen of het verruimen van de termijn daarvoor voldoende is. Bij (zeer) complexe nalatenschappen met bijvoorbeeld ondernemingsvermogen, vastgoedportefeuilles of buitenlands vermogen is het vaak lastig om alle benodigde informatie op tafel te krijgen. Vervolgens dienen de bezittingen nog op de juiste wijze gewaardeerd te worden en ook dat kost tijd. De termijn van twintig maanden kan dan aan de korte kant zijn. Het kunnen krijgen van eenmalig uitstel is slechts een doekje voor het bloeden. Door de complexiteit is de uiteindelijke aanslag vaak niet gelijk aan de voorlopige aangifte of de ingediende aangifte. Dat leidt tot het berekenen van belastingrente en dat wordt doorgaans als onrechtvaardig ervaren. De wetgever heeft aangegeven te kijken naar de belastingrente, maar wijst onder andere op het budgettaire belang van de regeling. Naar onze mening is dat geen goed argument om de huidige – bekritiseerde – regeling overeind te houden. Dit volgt onder meer uit de conclusie van de Advocaat-Generaal van 1 oktober 2025 over de belastingrenteregeling (ECLI:NL:PHR:2025:1044 en ons artikel over de conclusie van de A-G). Het is naar onze mening verstandig als de wetgever zich nogmaals buigt over de hoogte en systematiek van de belastingrente bij de heffing van erfbelasting.
Verruiming termijn belastingrente bij erfbelasting biedt geen zekerheid
De verruiming van het aanvangsmoment van de belastingrente bij de erfbelasting naar twintig maanden biedt weliswaar meer tijd, maar geen zekerheid tot voorkoming van belastingrente. Met name bij complexe nalatenschappen zal een tijdig ingediende (voorlopige) aangifte regelmatig afwijkingen vertonen ten opzichte van de definitieve aanslag. Dat zal, alle goede bedoelingen en zorgvuldigheid ten spijt, vaak belastingrente tot gevolg hebben. Belastingplichtigen dienen daardoor, ondanks de verruiming van de termijn, nog altijd met hun adviseur te zoeken naar de optimale balans tussen de vereiste zorgvuldigheid en het voorkomen van belastingrente.
Wat zijn in de praktijk veelvoorkomende valkuilen bij de aangifte erfbelasting?
Twintig maanden klinkt lang. De tijdsdruk is naar onze mening echter de grootste valkuil richting een tijdige en juiste aangifte erfbelasting. Dit knelpunt zien wij regelmatig bij nalatenschappen met ondernemingsvermogen en (buitenlandse) vastgoedportefeuilles. Het kost dan veel tijd om alle benodigde informatie over de bezittingen en schulden boven water te krijgen. Vervolgens kost het tijd om de laatste aangifte inkomstenbelasting van de overledene te doen en de bezittingen op de juiste wijze te waarderen. Omdat het zonder deze informatie niet mogelijk is om de belastingschuld goed in te schatten, is het risico op een (fors) beloop van belastingrente groot. Dit kan worden voorkomen door (i) tijdig te beginnen en (ii) een goed dossier te vormen. Bij twijfel over de juistheid van de waardering kan deze worden afgestemd met de Belastingdienst via vooroverleg. In complexe dossiers is dat verstandig, omdat vooroverleg leidt tot rechtszekerheid. Een goed gemotiveerd waarderingsdossier is daarbij noodzakelijk.
Hoe voorkom je belastingrente op de aanslag erfbelasting?
De meest eenvoudige manier om belastingrente te voorkomen is het binnen de aangiftetermijn indienen van de juiste aangifte erfbelasting. Hiervoor is al beschreven dat dat lang niet altijd mogelijk is. In die gevallen dient tijdig een voorlopige aangifte te worden gedaan. Als de Belastingdienst de voorlopige aanslag oplegt overeenkomstig deze voorlopige aangifte, dan is geen belastingrente verschuldigd. Bij het opleggen van de definitieve aanslag is dan alleen nog belastingrente verschuldigd over een eventueel hoger bedrag aan verschuldigde erfbelasting dan was opgenomen op de voorlopige aanslag. Belastingplichtigen hebben dus een aantal mogelijkheden om het belastingrenterisico te beperken. Zeker bij omvangrijke nalatenschappen is het erg belangrijk om hier aandacht voor te hebben. De juridische werkelijkheid (20 maandentermijn) botst hier regelmatig met de wens om een zorgvuldig tot stand gekomen aangifte in te dienen.
Waarom is goede dossiervorming bij de aangifte erfbelasting zo belangrijk?
Hiervoor is al beschreven wat de valkuilen zijn bij de aangifte erfbelasting. Een andere valkuil is dat de aangifte naar eer en geweten is ingediend, maar er een onvolledig aangiftedossier ligt. Als de Belastingdienst dan besluit een controle uit te voeren, dan kan het moeilijk zijn om te laten zien hoe de waardering van elk van de vermogensbestanddelen heeft plaatsgevonden, naar welke waardepeildatum en door wie. Een aangiftedossier wint aan bewijskracht door de waardering van complexe vermogensbestanddelen, zoals aandelen in een holdingvennootschap, te laten verrichten door een onafhankelijke specialist. Wij adviseren om in iedere situatie vanaf dag één een aangiftedossier aan te leggen en daarin nauwkeurig bij te houden welke keuzes zijn gemaakt en op welk moment.
Twijfel over de aangiftetermijn erfbelasting en het risico op belastingrente?
Zoals uit dit artikel volgt biedt de verruiming van de aangiftetermijn erfbelasting naar twintig maanden geen zekerheid tot het voorkomen van belastingrente. Met name bij complexe nalatenschappen kan een tijdig ingediende (voorlopige) aangifte alsnog afwijken van de definitieve aanslag. Dat heeft vaak belastingrente tot gevolg. De beoordeling van de aangiftestrategie, de gehanteerde waarderingen en de opbouw van het aangiftedossier spelen een belangrijke rol, zeker waar de vereiste zorgvuldigheid botst met de beschikbare termijn. Een voorafgaande fiscale beoordeling kan inzicht geven in de verdedigbaarheid van de gekozen aanpak en de risico's op belastingrente. Als u dit wilt laten toetsen, dan kunt u hierover contact opnemen.
Fiscale vraag?
Hebt u een fiscale vraag of deskundig fiscaal advies nodig? Neem dan gerust eens vrijblijvend contact met ons op via onderstaand formulier.
"*" geeft vereiste velden aan