Wetswijziging voor de oproepovereenkomsten per 1 juli 2021

Per 1 januari 2020 is er een aantal wetswijzigingen ingegaan voor de oproepovereenkomst. Hierdoor is de inzet van oproepkrachten aan meer regels gebonden en is de mate van flexibiliteit teruggebracht. Wat is er nieuw vanaf 1 juli 2021?

Wanneer is er een oproepcontract?

Er is sprake van een oproepcontract wanneer de arbeidsomvang niet is vastgelegd in een aantal uren per tijdseenheid van:

  1. ten hoogste een maand; of
  2. ten hoogste een jaar en het recht op loon gelijkmatig is gespreid; of
  3. andere situaties waarin geen recht bestaat op loon wanneer de arbeid niet wordt verricht.

Het gaat dus om werknemers die vooraf geen inkomenszekerheid hebben.

Binnen vier dagen oproepen

Een oproepkracht moet minstens vier dagen van tevoren worden opgeroepen, anders is hij niet verplicht om te komen werken. De oproep moet schriftelijk of elektronisch (e-mail/WhatsApp) gedaan worden.

Als een oproep binnen vier dagen (afwijking mogelijk bij cao maar minimaal 24 uur van tevoren) wordt afgezegd of de tijdstippen veranderen, behoudt de werknemer het recht op loon over de uren waarop hij (oorspronkelijk) is opgeroepen. Daarnaast moet hij betaald worden voor de uren waarop hij later is opgeroepen.

Aanbod voor vast aantal uren

Wanneer een oproepkracht twaalf maanden of langer bij u werkt, moet u hem (schriftelijk of via e-mail) een aanbod doen voor een vaste arbeidsomvang. Dit moet minimaal hetzelfde aantal uren zijn als de werknemer gemiddeld in de afgelopen twaalf maanden heeft gewerkt.

Vanaf 1 juli 2021 heeft de oproepkracht één maand de tijd om het aanbod te accepteren. Hij is niet verplicht om het voorstel te accepteren en kan gewoon op een oproepovereenkomst blijven werken. Als het aanbod wordt geaccepteerd, gaan de vaste uren uiterlijk op de eerste dag nadat er twee maanden zijn verstreken in, uiterlijk op de eerste dag van de 15e maand.

Als u geen aanbod voor een vaste arbeidsomvang binnen één maand doet, behoudt de werknemer recht op het loon dat hij zou verdienen als hij het aantal uren zou werken waarvoor u een aanbod moet doen.

Als er op basis van een nulurencontract wordt gewerkt, geldt voor de werknemer dezelfde opzegtermijn als voor u, namelijk vier dagen (tenzij er een cao-afspraak is), mits het contract tussentijds opgezegd kan worden.

In een cao kan worden afgesproken dat er geen minimale oproep- en opzegtermijn of aanbod na twaalf maanden geldt. Dit geldt alleen voor functies die hooguit negen maanden per jaar kunnen worden uitgeoefend en die in de cao zijn opgenomen en als de functie niet aansluitend langer door dezelfde werknemer kan worden gedaan.