Transitievergoeding voor kleine werkgevers

Als u minder dan 25 werknemers in dienst heeft en u een werknemer moet ontslaan vanwege bedrijfseconomische redenen, kan het zijn dat u minder transitievergoeding hoeft te betalen. Hoe zit dat precies?

De overbruggingsregeling

Wat houdt het in? De overbruggingsregeling houdt in dat de maanden die de werknemer voor 1 mei 2013 in dienst is geweest, niet meetellen voor het bepalen van de transitievergoeding. Dit kan een fors verschil maken als de werknemer al lang in dienst is. Deze regeling geldt tot 1 januari 2020.

Welke voorwaarden zijn daarvoor?

Voor kleine werkgever. De overbruggingsregeling geldt voor werkgevers die gemiddeld minder dan 25 werknemers in dienst hebben gehad in de tweede helft van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt. U berekent het gemiddelde door het aantal werknemers op 1 juli en op 31 december bij elkaar op te tellen en door tweeën te delen. Let op. Is uw bedrijf onderdeel van een groep? Dan wordt gekeken of de groep in totaal gemiddeld minder dan 25 werknemers in dienst had.

Bedrijfseconomische omstandigheden. De regeling geldt alleen als u het ontslag heeft aangevraagd vanwege een slechte of slechter wordende financiële situatie. Bij het C-formulier van de ontslagaanvraag moet u de specifieke vragen over de slechte of slechter wordende situatie beantwoorden.

Andere voorwaarden. In de ontslagregeling zijn nog meer voorwaarden opgenomen waaraan een werkgever moet voldoen om zich op de overbruggingsregeling te kunnen beroepen:

  • het nettoresultaat moet in de drie boekjaren voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt, negatief zijn geweest. Als de werkgever nog geen drie jaar bestaat, wordt uitgegaan van de periode dat de werkgever feitelijk bestaat;
  • het eigen vermogen was negatief aan het einde van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt;
  • aan het einde van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt, is de waarde van de vlottende activa kleiner dan de schulden met een resterende looptijd van maximaal een jaar.

Wie controleert dat?

Toets UWV. Als werkgever moet u aantonen dat u aan al deze voorwaarden voldoet. Tip. Vraag bij twijfel het oordeel van het UWV. Zo voorkomt u dat u na het ontslag nog in discussie moet met uw werknemer. Vraag het UWV een verklaring dat u voldoet aan de voorwaarden voor de overbruggingsregeling voor de transitievergoeding. Deze kunt u op het moment dat u de ontslagaanvraag indient, aanvragen.

Let op. Het oordeel van het UWV is geen beschikking in de zin van de wet. Dat betekent dat u het moet doen met de beslissing van het UWV. U kunt geen bezwaar maken of in beroep gaan. Wij als kantoor kunnen u uiteraard behulpzaam zijn bij de aanvraag richting het UWV.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met onze salarisadministratie (tel. 074 – 265 77 20) of één van onze adviseurs.