Prinsjesdag – Belastingplan 2022

In het pakket Belastingplan 2022 staan dit jaar voornamelijk kleine(re) wijzigingen waarmee het belastingstelsel wordt verbeterd, met name op het gebied van wonen, werken, vergroening en het startende bedrijfsleven. Het pakket Belastingplan 2022 is daarmee beleidsmatig een stuk kleiner dan vorige jaren, passend bij de demissionaire status van dit kabinet. Wij geven u een overzicht van de belangrijkste wijzigingen voor de MKB-ondernemer. 

In 2022 daalt de gewone zelfstandigenaftrek verder van € 6.670 naar € 6.310 voor ondernemers die nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt. Ondernemers die wel de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, zien hun zelfstandigenaftrek dalen van € 3.335 naar € 3.155. Let op! De zelfstandigenaftrek zal jaarlijks verder dalen tot € 3.240 in 2036.

Verhoging Milieu-investeringsaftrek. De Milieu-investeringsaftrek (MIA) kent drie categorieën van milieu-investeringen. Categorie I wordt uitgebreid met bepaalde groene investeringen, waaronder een lichte elektrische bestelauto en een ondergrondse waterberging. Bovendien stijgt de MIA voor categorie I van 36 naar 45%. De MIA voor categorie II stijgt van 27 naar 36%. Voor categorie III stijgt de MIA van 13,5 naar 27%. Let op! Als het budget voor de MIA eenmaal is behaald, wordt deze niet meer toegewezen. Het budget voor de periode 2022-2024 wordt verruimd met € 30 miljoen per jaar. Het budget voor 2022 bedraagt daardoor € 144 miljoen.

Tarief vennootschapsbelasting. In 2021 gelden de volgende vennootschapsbelastingtarieven: over de eerste € 245.000 winst 15% en over het meerdere 25%. Vanaf 2022 betaalt een BV over de eerste € 395.000 15%. Een daling van maar liefst 10%-punt over een extra deel van € 150.000. Tip:  Het kan dus fiscaal aantrekkelijk zijn om de BV-winst te verschuiven ten gunste van latere jaren.

Vrije ruimte werkkostenregeling. De vrije ruimte van de werkkostenregeling is voor het jaar 2021 tijdelijk verhoogd. De vrije ruimte bedraagt in 2021 3% van de fiscale loonsom tot en met € 400.000, plus 1,18% van het meerdere. Deze verruiming biedt werkgevers mogelijkheden om hun werknemers in de moeilijke coronatijd extra tegemoet te komen, bijv. door het verstrekken van een cadeaubon of om onbelaste thuiswerkkostenvergoedingen te verstrekken, naast de mogelijkheden die er al zijn. Let op! Vanaf 2022 geldt deze verruiming niet meer. Dit betekent dat de vrije ruimte vanaf 1 januari 2022 weer 1,7% van de fiscale loonsom tot en met € 400.000 bedraagt, plus 1,18% over het meerdere.

Introductie onbelaste thuiswerkvergoeding. Werkgevers mogen vanaf 1 januari 2022 aan hun werknemers een belastingvrije vergoeding voor thuiswerken gaan verstrekken van maximaal € 2 per thuiswerkdag. Het mag ook een vaste vergoeding zijn volgens een structureel thuiswerkpatroon. De werkgever kan per dag of de thuiswerkkostenvergoeding, of de reiskostenvergoeding woon-werkverkeer geven. Tip: Maak met uw personeel tijdig goede afspraken over thuiswerken en de daaraan te koppelen vergoeding.

Ander afrekenmoment aandelenopties. Aandelenoptierechten zijn belast op het moment dat ze worden omgezet in aandelen. Als de werknemer de aandelen nog niet kan verkopen, is er niet altijd het geld beschikbaar om de belasting te voldoen. Daarom wordt het mogelijk om pas af te rekenen op het moment dat de aandelen verhandelbaar zijn. Dan kan een deel van de aandelen worden verkocht om de belasting te voldoen. Verkrijgt de werknemer tussen het moment van uitoefening en het moment van verhandelbaarheid een voordeel uit de aandelenoptierechten en hebben de aandelenoptierechten in die periode de loonsfeer nog niet verlaten, ook dan is dat voordeel loon. Tip: De werknemer mag kiezen uit de twee afrekenmomenten. Aansluiten bij het moment van uitoefening is dus nog steeds mogelijk.

Eigenwoningregeling. De eigenwoningregeling wordt op een aantal onderdelen aangepast. Onbedoelde effecten van de wet die er bijv. waren bij mensen die samen met een partner een woning kopen en daarvoor zelf ook al een koopwoning hadden of bij mensen die een koopwoning hebben met een partner die komt te overlijden, worden weggenomen.

Tarief overdrachtsbelasting en onvoorziene omstandigheden. Als een natuurlijk persoon een woning verkrijgt die voor hem als hoofdverblijf gaat dienen, hoeft hij maar 2% (of soms zelfs geen) overdrachtsbelasting te betalen. Bij het toetsen aan dit hoofdverblijfcriterium kan men al rekening houden met onvoorziene omstandigheden die zich voordoen na de verkrijging, bijv. overlijden of schenking. Deze bepaling wordt verder versoepeld. Men mag ook aan de hand van een verklaring rekening houden met onvoorziene omstandigheden die zich voordoen nadat de koopovereenkomst tot stand is gekomen, maar voor de levering. Belangrijk is dat de verkrijger voor het moment van de onvoorziene omstandigheid de intentie had om de woning als hoofdverblijf te gaan gebruiken, maar door deze omstandigheid hier niet meer toe in staat is.

Afbouw voordeel elektrische auto. Op de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak mag men in 2021 voor elektrische auto’s en andere auto’s zonder CO2-uitstoot 10% korting toepassen. Een paar uitzonderingen daargelaten, is deze korting hooguit € 4.500 (berekend over max. € 45.000 cataloguswaarde). Per 1 januari 2022 daalt de korting naar 6% en is dan maximaal € 2.100 (berekend over max. € 35.000). In 2023 is de korting hooguit € 1.800 (berekend over max. € 30.000). Let op! Per 2025 komt er een verdere verlaging van de korting. De korting zal dan 5% bedragen met een maximum van € 1.500.

Eerste schijf inkomstenbelasting iets lager in 2022. Belastingbetalers moeten in 2022 over hun inkomen tot € 69.398 naar verwachting 37,07% belasting afdragen. Over het inkomen daarboven is 49,50% inkomstenbelasting verschuldigd. Dat staat in het Belastingplan 2022.

Voor het eerst in jaren stijgt de bovengrens voor het lage tarief van de loon- en inkomstenbelasting. De grens is al sinds 2018 bevroren op € 68.507, maar gaat in 2022 naar verwachting dus naar € 69.398. De eerste schijf loopt voor werknemers die nog niet de AOW-leeftijd hebben bereikt tot en met een inkomen van € 35.472. De tweede schijf loopt vanaf een inkomen van € 35.473 tot en met  € 69.398. Over het inkomen daarboven betalen belastingplichtigen 49,50% loonbelasting of inkomstenbelasting.

Lager tarief voor AOW’ers. Het tarief van schijf 1 en 2 is hetzelfde, maar niet over het hele bedrag hetzelfde opgebouwd. De 37,07% van de tweede schijf bestaat namelijk volledig uit belasting, terwijl dit tarief voor de eerste schijf is opgebouwd uit 9,42% inkomstenbelasting en 27,65%% premie volksverzekeringen. Voor werknemers die alleen loon- of inkomstenbelasting verschuldigd zijn of juist alleen verzekerd zijn voor de volksverzekeringen, is het onderscheid tussen de schijven dus nog van belang. Ook voor AOW-gerechtigden – die geen AOW-premie meer hoeven te betalen als onderdeel van de premie volksverzekeringen – zijn de tarieven voor de eerste en tweede schijf verschillend.