Geen btw meer bij sportbeoefening?

Per 1 januari 2019 wordt de sportvrijstelling in de btw verruimd. Goed nieuws voor sportverenigingen, of toch niet? Wat moet u als bestuurder van bijvoorbeeld de plaatselijke tennis-, hockey- of voetbalclub hierover weten?

Sportbesluit vervalt. Sportverenigingen die diensten aan hun leden aanbieden, hoeven daarover geen btw in rekening te brengen. Maar over diensten die aan niet-leden worden verricht, is op grond van het zogeheten ‘Sportbesluit’ btw naar het lage tarief (6%) verschuldigd. Omdat dit laatste al enige jaren in strijd is met EU-jurisprudentie, wijzigt Nederland haar wetgeving en komt het Sportbesluit per 1 januari 2019 te vervallen.

Geen btw meer, dus goed nieuws?

Btw niet meer verrekenbaar. Dit is niet bepaald goed nieuws, want bijvoorbeeld de btw op de aanleg, instandhouding en onderhoud van de binnen- en buitensportaccommodatie (21%) is dan voor verenigingen en instellingen die hun accommodatie (ook) aan niet-leden ter beschikking stellen, niet langer te verrekenen, tenzij er sprake is van een commerciële exploitatie.

Flinke kostenpost. Een flinke kostenpost dus voor het gros van de sportorganisaties, die vaak via een aparte rechtspersoon (meestal een stichting) accommodaties en/of sportattributen ter beschikking stellen aan verenigingen. Maar ook voor bijvoorbeeld de gemeente die een zwembad of een tijdelijke winterijsbaan exploiteert.

Niet voor omzet sportkantines. Dit alles heeft geen effect op de btw die eventueel van toepassing is op de omzet van de sportkantine. De regelgeving daaromtrent wijzigt niet.

Winstbeogende sportorganisaties

Btw-plichtig. Alleen winstbeogende sportorganisaties zijn vanaf 1 januari 2019 nog btw-plichtig en kunnen dus de voorheffing blijven verrekenen.

Winstbeogend. Het begrip ‘winstbeogend’ wordt in de nieuwe wet uitgebreid omschreven. De rechtsvorm (bijvoorbeeld stichting, vereniging of BV) maakt daarbij niet uit. Om ‘winstbeogend’ te zijn moet er uiteraard sprake zijn van het behalen van exploitatieoverschotten. Als die overschotten echter enkel worden aangewend voor onderhoud, aanschaf en/of verbetering, is er weer geen sprake van het beogen van winst. Tevens mogen die overschotten niet het gevolg zijn van direct of indirect ontvangen subsidies of bijvoorbeeld een te lage huurprijs voor de accommodatie.

Niet alleen slecht nieuws

Herzienings-btw. Als er sprake is van zogeheten ‘herzienings-btw’ (nog ‘lopende’ btw op aanschaf van roerende en/of onroerende zaken in het verleden), hoeft deze btw per 1 januari 2019 niet tijdsevenredig te worden terugbetaald.

Koop-/aannemingsovereenkomst. Als de koop-/aannemingsovereenkomst voor de bouw of het onderhoud van de sportaccommodatie is gesloten voor 1 januari 2019, dan is die btw toch nog onder voorwaarden aftrekbaar, ook al vervallen er nog betaaltermijnen na 2018 of wordt de accommodatie pas daarna in gebruik genomen.

Subsidieregeling. Ter compensatie geldt er een (tijdelijke) subsidieregeling voor de bouw en het onderhoud van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen.