Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) uitgebreid

Borgstellingskrediet

Als een ondernemer te weinig onderpand heeft om geld te lenen kan via de financier gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden van de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB). De BMKB vergroot het onderpand en daarmee ook de financierbaarheid van de onderneming.

Met het borgstellingskrediet staat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor een deel garant voor bedrijven die een lening willen afsluiten.

Coronamodule

Het kabinet heeft een tijdelijke faciliteit, voor de duur van één jaar, onder de BMKB opengesteld voor MKB-bedrijven die getroffen zijn door de uitbraak van het coronavirus.

Deze verruiming, die voor de brede doelgroep MKB-bedrijven kan worden ingezet, betekent dat de Staat een hoger garantieaandeel aanbiedt in de BMKB. In de huidige regeling betreft het borgstellingskrediet in de meeste gevallen 50% van het krediet dat de financier (vaak een bank) verstrekt. De borg van de overheid bedraagt 90% van dit borgstellingskrediet.

Voor deze maatregel is de omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB verhoogd van 50% naar 75%. Deze maatregel kan benut worden door MKB-bedrijven en is bestemd voor overbruggingskrediet of verhoging rekeningcourantkrediet bij een financier, met een maximale looptijd van twee jaar. De financier is verplicht om, naast een kredietovereenkomst die onder de borgstelling wordt gebracht, tegelijkertijd met de MKB-ondernemer een kredietovereenkomst te sluiten, waar geen bedrijfsborgstelling voor geldt.

De hoofdregel is dat deze kredietovereenkomst minimaal 100% bedraagt van het krediet dat onder de borgstelling wordt gebracht. De verhouding is derhalve 1:1. Voor bepaalde categorieën MKB-ondernemers geldt een ander percentage. Voor starters is dit bijvoorbeeld 33,3 procent. Dit geldt ook voor MKB-ondernemers die geraakt zijn door de PFAS- en stikstofproblematiek.

Ook voor de MKB-ondernemingen die een liquiditeitsbehoefte hebben door de uitbraak van het coronavirus en een kortlopend krediet afsluiten voor de duur van maximaal vier jaar, is dit percentage vastgesteld op 33,3%. De verhouding wordt daarmee 1:3. Dit geldt voor leningen die voor de duur van de verruiming op grond van deze regeling worden verstrekt. Deze verruiming is voorzien voor de duur van één jaar. De verplichting aan de banken om een persoonlijke borgstelling te vragen voor het krediet is verlaagd van 25% naar 10%. Daarnaast wordt niet de eis gesteld dat er een tekort is aan zekerheden. Onder het reguliere regime is de looptijd van het bedrijfsborgstellingskrediet maximaal zes jaar. Voor het nieuwe bedrijfsborgstellingskrediet wegens de coronacrisis is de duur maximaal vier jaar.

De eenmalige provisie is verlaagd van 3,9% naar 2% voor een kredieten met een looptijd van maximaal twee jaar en van 4,25% naar 3% voor kredieten met een looptijd van maximaal vier jaar.